Gast columns door Bennie Balpen  en . . .


Paddestoel

*Toen ik vanmorgen vanuit mijn huis naar buiten keek, zag ik opeens een
prachtige witte paddestoel in het grasveld. Paddestoelen zijn voor mij
dingen die horen bij kabouters en elfjes en ik heb er dan ook helemaal geen
verstand van, mooi vind ik ze wel! Ik liep er heen om een foto te maken en
hem van dichtbij te bekijken. *

*Tja ik weet het nog van vroeger als je door het bos liep en het ontzettend
leuk was om op stuifzwammen te trappen omdat er zoveel troep uitkwam, een
prachtig groen wolkje, maar die tijd hebben we gelukkig gehad en toen ik
eenmaal tot het besef kwam dat het allemaal zo mooi was heb ik het nooit
meer gedaan*.

*Paddestoelen zijn namelijk zeer nuttige onderdelen van de natuur. Zij
verzorgen de afbraak van o.a. dode houtige delen zodat de daarin opgeslagen
voedingsstoffen weer ter beschikking komen van de natuur. Alleen al daarom
zou je van de in de vrije natuur levende paddestoelen af moeten blijven. En
er is nog een belangrijk argument om geen paddestoelen te plukken: sommige
soorten zijn zeer giftig en lijken heel sterk op wel eetbare broertjes. *

*Alle paddestoelensoorten worden steeds meer bedreigd en steeds zeldzamer.
De paddestoelensoorten zijn namelijk uiterst gevoelig voor veranderingen in
hun milieu: uitlaatgassen, bestrijdingsmiddelen, gebrek aan diversiteit in
de begroeiing van het bos en het verlies aan natuurgebieden zijn
belangrijke oorzaken van het zeldzaam worden. *

Harry de Olde, 16 september 2015



Kaf en koren.

In deze onrustige tijden waarin iedereen het steeds drukker heeft, steeds meer praat
en het liefst 24 uur per dag in groepen appt, is het ten zeerste nodig om je aan een
paar ankers vast te houden. Van alle kanten vliegen de meningen en protocollen je
om de oren. Vergaderingen over vergaderingen en iedereen brabbelt en bralt en
praat een ander vele malen na. In dit gigantische woud van niet aflatende stemmen
en meningen is het zeer prettig om terug te kunnen vallen op een paar bronnen die
het nieuws helder en duidelijk duiden.
Daarom afgelopen zondag vol vertrouwen het achtuurjournaal opgezet. Eén van die
pijlers waar je op kunt bouwen. Een baken.
Ik wist werkelijk niet wat me overkwam. Het journaal opende met het uitvallen van
Max Verstappen, de formule 1 coureur die geloof ik als jongste ooit startte. Na 34
rondjes gaf z’n auto het op vanwege een naar later bleek kapotte bougie.
Totale apathie. Het belangrijkste nieuws van die dag bestond er uit dat Calimero,
die voor de lol rondjes rijdt in een auto, uitvalt met een kapotte bougie. Talloze
mensen overkomt dat per jaar en dan bellen ze de ANWB. Zij zullen echter nooit het
journaal halen.
Daarna kwam het veel minder belangrijke nieuws: een cycloon die de eilandengroep
Vanuatu verwoest. Windvlagen van 300 km/u. Verder nog een stukje over Amerika
en Iran, maar toen was het al snel tijd voor het weer.
Gelukkig had mijn kwaliteitskrant het een dag later wel begrepen. Hier het nieuws
over de cycloon op de voorpagina en ergens tussen het sportnieuws, daar waar het
hoort, met alle respect, het nieuws over onze Benjamin. Ergens achterin katern 1
tussen wat omhooggevallen Nederlandse tieners. In Tubantia werd één van deze
kuifeenden zelfs al  “een grote mijnheer” genoemd.
Het journaal maakte zondagavond naar mijn mening een mispeer van jewelste.
Hopelijk blijft het bij dit incident. Laatst sprak ik iemand die vond dat het
achtuurjournaal ons niet serieus nam en ons eigenlijk als kinderen behandelde. Na
gisteravond neig ik er naar om hem gelijk te geven.
Meer dan ooit is het nodig om het kaf van het koren te scheiden om één en ander
nog enigszins overzichtelijk te houden. Weg met die flutitems. Ze zijn een belediging
voor de dappere nieuwsvolgers die wat lijn proberen aan te brengen in de niet
aflatende brij van onzinnige informatie die ons dagelijks overspoelt.

Anne Jan Teunis, 16-03-2015.


Verdonkeremanen.

Deze titel is wat onalledaags en betekent zoveel als wegfutselen. Het op een
geniepige manier wegmoffelen van iets.
Het is naar ik meen ongeveer een jaar geleden dat ik een stukje schreef over
het kunstwerk op het voorplein van het asielzoekerscentrum, Roofs geheten.
Dit kunstwerk zou plaats moeten maken voor blikkerende heilige koeien.
Tegenwoordig zie ik op datzelfde plein ellenlange files van rokende auto’s,
maar het kunstwerk is er niet meer. Met de stille trom vertrokken. Navraag bij
de schepper er van leert dat ze wel is ingelicht, maar dat het kunstwerk door
een achterdeurtje is verdwenen.
Niemand ageerde verder, maar dat kan te maken hebben met het feit dat het
naastgelegen pand alle aandacht opeiste. Dit heeft men opgeschaald naar
200 arbeidsmigranten.
Een kunstwerkje meer of minder, wie maalt er om in een cultureel zo gezegende
stad als Almelo?
Veel erger is het hersenloze gehak in kunstwerken die vele eeuwen ouder zijn.
De plaats heet  Nineveh. Een stad die op de één of andere wijze een magische
klank voor me heeft. (Vroeger hoorde ik die naam vaak van de kansel roepen
door de dominee.)
Het vernietigen van deze zeldzame kunstwerken kun je geen verdonkeremanen
meer noemen. Slechts de daders zijn donker gekleed. Verder kan alles volgens
hen prima het daglicht verdragen. Heilig overtuigd van de juistheid van hun
daden, zorgen ze er voor dat deze gefilmd worden en de hele wereld over gaan.
In ons eigen landje hadden we een wat mildere manier van verdonkeremanen.
Kamerlid Verheijen dronk op kosten van de burger een godendrank van wel
127 euro. Omdat je als politicus nu eenmaal onberispelijk moet zijn, was hij niet
te handhaven en is hij keurig afgeserveerd. Knippen en scheren en die zien we
nooit meer terug.
Het minst erge geval van verdonkeremanen en wegmoffelen raakte me op de
vrije zondag toch weer. Een illegale dump in het buitengebied. Wel vaker werden
hier tapijten en andere rare zaken aangetroffen. Dit keer had humpie-dumpie
echter behoorlijk toegeslagen.
Onder in een sloot trof ik een prachtig hunebed van een achttal vuilniszakken
aan. Wat verderop nog twee van die pakketten.
We blijven blijkbaar trekken aan dode paarden en hoofdschuddend zag ik op
m’n verdere route vele, vele plastic flessen en blikjes.
Toen kwam met een schok de ommekeer. Ik zag namelijk tussen al die rotzooi
massa’s schitterende, maagdelijk witte sneeuwklokjes. Al klingelend bewegend
in de wind vertelden ze me niet te wanhopen, want er was goed nieuws:
Binnenkort gaan we in Almelo een reporter van schoon krijgen.
Heel hard nodig, lijkt mij. Alleen zullen een paar handschoenen en een paar
plastic zakken voor deze arme reporter niet voldoende zijn om de hunebedden
in de sloot op te ruimen. Voor één keer moet men daar de echte vuilniswagen
voor laten komen.
Daarna fris en vrolijk aan de slag met dit prachtige initiatief. Een nieuwe lente,
een nieuw geluid. De binnenstad gaat nu eindelijk ook nog eens echt op de
schop en zal binnenkort blinken van het kabbelende water. De buitengebieden
vrij van afval. Wie, oh wie wil er nu niet wonen in zo’n stad?
Laten we het echter ook weer niet te mooi maken, want dan zouden sommigen
in de gemeenteraad alsnog op het idee kunnen komen om een doorstart te
realiseren voor Waterrijk. Laat die beker alstublieft definitief aan ons
voorbijgaan.

Anne Jan Teunis, 03-03-2015.


‘t Kan vriezen, ‘t kan dooien.

Het is half februari, de vijftiende om precies te zijn, wanneer ik vlak na de
middag van Vriezenveen richting Almelo loop. De zon levert een continu
gevecht met de heiige atmosfeer. Dan eens is het bewolkt en waait er een
onaangenaam harde wind uit het zuidoosten. Dan weer breekt hij voorzichtig
door en heeft het al iets weg van het naderende voorjaar.
Plotseling hoor ik in de verte doffe dreunen. Terwijl een roofvogel plaatsneemt
op het puntdak van een schuurtje en nieuwsgierig de kant van het lawaai
opkijkt, weet ik precies wat het is: carnaval in Geesteren of zelfs Oldenzaal.
Even denk ik aan het misschien al weer geschonden bestand in de Oekraïne.
Zelfs in een flits aan een bevrijdend, spontaan feest van Heraclessupporters
na de geweldige overwinning op Feyenoord, waarbij de sfeer in het stadion
eindelijk weer helemaal terug was.  Echter weet ik dat deze monotone dreunen
door de achter de praalwagens gekoppelde generatoren  veroorzaakt worden.
Een onbegrijpelijk feest voor velen en dan met name de “ nuchteren” boven
de grote rivieren. Des te  onbegrijpelijker wanneer je de toestand in de wereld
van vandaag aanschouwt. Terwijl  de kerken verder leeglopen en sluiten en de
actie Kerkbalans alleen nog maar bevestigt hoe het er voor staat, hoor je op
zondag het gelui van de klokken niet meer, maar in plaats daarvan de doffe,
nietszeggende dreunen van een dubieus feest.  Door drank dolgedraaide
hoofden met glazige ogen  die het ook allemaal niet meer weten. Vanaf
morgen mag men zich veertig dagen lang bezig houden met de vraag of
Jezus een historische figuur is geweest. Afhankelijk van de uitslag kan
Pasen  wellicht afgeschaft worden.
M’n weg vervolgend richting de dreunende beats, valt me voor de zoveelste
keer de enorme hoeveelheden plastic langs de kant op en moet ik denken
aan een artikel in de krant over de gigantische plastic soep in de oceanen.
Daarna is er nog iets met een cartoonist. Weer iemand de mond gesnoerd?
De stemming wordt er niet vrolijker op.
 Dichter bij m’n geliefde stad komend vraag  ik me af of er nog wel enige
reden is om vandaag mee te lopen in die polonaise van mensen die alle
wereldproblemen voor even simpel aan de kant schuiven en een hoop jolijt
maken.
Ja hoor,  want er is één beeld dat de afgelopen dagen steeds maar weer
op m’n netvlies verschijnt en me zeer vrolijk stemt: Irene ten Seldam zet de
schop in de grond, vol zelfvertrouwen, en geeft het startschot om één van de
meest vreselijke, meest onverzorgde gaten van de stad een heel nieuw
aanzien te geven in de vorm van een schooltuin.  Het treurige terrein van
OSG Het Erasmus zal transformeren naar een educatief paradijsje, met
groenten, kruiden en bloemen.
Kijk, daar kikkert een mens nu werkelijk van op. Weg kou, weg gaten van
de stad. Na het fleurige carnaval wordt onze stad opgefleurd. Bravo. Een
briljant initiatief.

Anne Jan Teunis, 15-02-2015.


Armoe troef.

Een aantal weken geleden maakte ik me nog kwaad over  koperdieven van het
allerlaagst allooi, die het in hun bolle koppen kregen om koperen kunstwerken
uit de hele provincie weg te halen. Zelfs een deel van een oorlogsmonument,
zonder enige gewetenswroeging. Geboefte! Des te verbaasder was ik toen
ik in de zaterdagkrant van Tubantia het artikel las over de sloop van het
kunstwerk bij het asielzoekerscentrum te Almelo. Het boefje heet hier de
locatiemanager en van zo’n iemand verwacht je wel iets meer standing.
De argumenten om tot sloop over te gaan zijn ontstellend zwak.
Het kunstwerk is in verwaarloosde staat. Dit zegt iets over de dankbaarheid
voor het ooit geschonkene. Slim om het zover te laten komen dat onderhoud
te duur wordt. Echter nogal respectloos.
Het tweede argument is echt onthutsend droevig: op de plek van het monument
moet meer ruimte komen voor af- en aanrijdende auto’s. Stel je dit eens voor.
Komt er een rotonde met stoplichten voor die paar heilige koeien? Een
vierbaansweg? Kunst moet hier dus wijken voor de auto. Veel treuriger kun
je het niet bedenken. Kern is wat je belangrijk vindt. Daar gaat het hier om.
Je kunt wel allerlei slappe argumenten verzinnen, maar zeg dan gewoon eerlijk
dat dit kunstwerk je niets waard is. Treurig blinkend, maar vooral nietszeggend
blik schijnt meer waard te zijn en emotioneel meer op te roepen dan een
passend kunstwerk op die plek, uitbeeldende dat mensen in het centrum een
dak boven het hoofd is gegeven. De makers van het kunstwerk zijn des duivels.
Terecht, want wie een kunstwerk sloopt, omdat er een auto langs moet,
is wel heel erg de weg kwijt!  Aan het roven van kunst kun je weinig doen,
maar “Roofs” moedwillig weghalen geeft maar weer eens aan hoe diep we
in Nederland inmiddels zijn gezonken.

Anne Jan Teunis, 12-03-2014.


Almelo, 27 februari 2014

De haren ten berge!

Er zijn van die tv-momenten waar je de rillingen van over de rug lopen. Alle
alarmbellen gaan rinkelen en het nieuws slaat in als een bom.
Afgelopen dinsdag zagen we in het achtuurjournaal een vadsige president
Museveni van Uganda vol zelfvertrouwen en zelfvoldaan een handtekening
zetten onder een antihomowet. Wat was hij gelukkig, blij en zelfverzekerd.
Theatraal gaf hij aan dat hij het zich met de beste wil van de wereld niet kon
voorstellen dat mannen al die prachtige vrouwen in het land negeerden en
verliefd werden op een andere man. Daarom een wet die er voor zorgt dat
elke homo bij de eerste overtreding 14 jaar cel krijgt en bij een volgende
misser levenslang.
Zo, daar kun je mee vooruit. De bevolking is het hier helemaal mee eens en
in de zaal werd van pure blijdschap en opluchting gedanst door onder andere
een moeke met malse, niet te missen dijen.(Kijk, dit bedoelde de president
natuurlijk.)
Onvoorstelbaar. Ten eerste dat 1 persoon beveelt waar jij als man van houdt.
Hij bepaalt welke gevoelens een mens van vlees en bloed moet hebben.
Dat is zeer vreemd. Stel je voor dat premier Rutte eist dat mannen niet meer
van blonde, rode, dunne, schele vrouwen mogen houden. Hier is zoiets
ondenkbaar.
Ten tweede vind ik het interessant, maar bovenal zeer triest, dat een groot
deel van de bevolking klakkeloos deze president nakakelt. Ze zijn het er
volledig mee eens. Hoe kan dit?
Dat werd me snel duidelijk. Men interviewde een jongeman. Hij had tot voor
kort nog nooit van het woord homoseksualiteit gehoord. Aha, zo zit het dus.
Houdt het volk dom en als makke schaapjes volgen ze de leider. Hoe dit mis
kan gaan en al vele malen mis is gegaan leert ons onze eigen Europese
geschiedenis.
Net toen ik helemaal in zak en as zat over zo’n geweldige sprong achterwaarts
in onze beschaving, verscheen  Fred Teeven op de buis. Weldoorvoed en olijk
leek hij wel wat op de Ugandese president, echter met een andere boodschap.
Nederland zet de grenzen wijd open voor alle homo’s uit Uganda.
Kijk zo hoort het. Na alle commotie over Sotsji en over wat Rutte Poetin wel
of juist niet in het oor gefluisterd heeft, ligt hier een nieuwe kans.
Trek aan alle bellen die je maar kunt vinden. Bescherm deze mensen en maak
op allerlei manieren duidelijk dat dit echt niet kan. Pressie. Boycot!

Anne Jan Teunis, 27-02-2014.


Almelo, 25 februari 2014

Uit de kunst.

Dit zeg je wanneer er een formidabele prestatie is geleverd op een bepaald
gebied. Kilo’s goud meegenomen uit Sotsji: uit de kunst.
Minder uit de kunst is het kunst- en cultuurbeleid van onze huidige regering
. Deze draait het zinnetje om en maakt er “de kunst uit” van. Samen met
criminelen zorgt men er in korte tijd voor dat het hele land leeggeroofd wordt
en dat overal de blokschaaf overheen gaat. Alleen de helhond in De Lutte heeft,
dankzij een kooiconstructie, nog een kleine kans om niet in de gloeiende oven
te verdwijnen.
Triest dieptepunt tot nu toe is, met afstand, het roven van het bovenste deel van
het bevrijdingsmonument in Vriezenveen. Veel dieper kun je moreel haast niet
zinken.
Het onderste gedeelte met de namen van de gesneuvelden heeft men laten staan.
Er hangt een ijzige stilte omheen. Ik dacht aan de Menenpoort in Ieper, waarop
een kleine 55000 namen staan van gesneuvelden tijdens de Eerste Wereld-
oorlog. Iedere avond om 20.00 u wordt de Last Post gespeeld, is er stilte en
respect. Een onaantastbaar monument.
Op het verminkte monument in Vriezenveen staan maar een aantal namen.
Het respect moet hier echter net zo groot zijn en ieder mens die voor de vrijheid
sterft is gelijk, waar ook ter wereld.
Ook dit monument moet onaantastbaar zijn. Je blijft er af.
Wat mij persoonlijk verbaast is de relatieve gelatenheid na weer zo’n amputatie
van mooie kunst uit de openbare ruimte. Ook op plekken waar tot voor kort nog
prachtige schilderijen hingen en men nu naar vreselijk saaie witte muren staart,
haalt men gelaten de schouders op en leeft verder. Probleem bij het geroofde
monument is natuurlijk dat je niet weet op wie je je woede moet richten.
Toch zie ik wel enig verband tussen de verschraling op kunst- en cultuurgebied
en het roven van een oorlogsmonument. We bevinden ons op een hellend vlak
en zakken af naar een bedenkelijk niveau. Minder kunst en cultuur, minder
bibliotheken, meer dan een miljoen analfabeten. Minder reflectie, nadenken,
prikkelingen d.m.v. muziek, dans, literatuur en beeldende kunst.
Kunst en cultuur maken mensen beter, dat is bekend. Misschien net dat beetje
wat nodig is om van een oorlogsmonument af te blijven.

Anne Jan Teunis, 25-02-2014.


Almelo, 14 december 2013

Winkelen zonder broek

Als ex winnaar van de belangrijke Stadsprijs van Almelo (2007) werd ik door
de gemeente Almelo uitgenodigd om de uitreiking van deze tweejaarlijkse
prijs van 2013 bij te wonen. Enkele dagen later kwam er nog een brief van
de gemeente, weer een uitnodiging voor het zelfde evenement maar dit keer
omdat er Almeloers waren geweest die mij (weer) voor deze prijs hadden
voorgedragen. Ze wisten blijkbaar niet dat je deze prijs meestal maar één
keer in je leven krijgt.
Geheel Ten overvloede kreeg ik ook nog een E-mail van de gemeentelijke
communicatieafdeling met de uitnodiging om foto's en een verslag te maken
van deze belangrijke gebeurtenis voor deze krant, de Geleraaf.nl.
De Burgemeester en alle Almelose wethouders zouden er ook zijn. Verder
waren er respectabele Almeloers uitgenodigd zoals de Graaf van Rechteren
Limpurg. De voorzitter van de stichting Stadsprijs Almelo was rechter Mr.
G. G. Vermeulen.
Nu moest ik er dus wel naartoe maar eerst wilde ik even bij de Action langs
om drie petjes te kopen. Een gele voor de Geleraaf, een blauwe voor de
eerdere winnaar en een witte voor door het publiek genomineerde.
Het mocht niet zo zijn. De petjes heb ik niet gekocht zodat iedereen zelf
maar uit moest maken in welke hoedanigheid ik op bepaalde momenten
aanwezig was.
Dat kwam zo: Bij binnenkomst van de winkel begonnen er alarmbellen te
rinkelen. De bewaker vroeg of ik soms iets nieuws had gekocht in een
andere winkel. Ja ik had pas een nieuw horloge gekocht van € 5.- maar
dat was niet de boosdoener, ook een tablet en een doosje met geheugen-
chips deden de bellen niet rinkelen.
Ik bedacht opeens dat ik een nieuwe broek aanhad, dat moest het wel zijn.
Ik stelde de beveiligingsmedewerker voor om even snel zonder broek te
gaan winkelen,  maar dat vond hij geen goed idee.
Daardoor heb ik er van af gezien om de petjes te kopen en ik heb me
voorgenomen om de volgende keer maar een oude broek aan te doen
als ik naar de Action ga.

Bennie Balpen


Stadsvilla’s

Als kleine jongen vond ik ‘gemeente’  een eng woord. Het deed  me denken
aan ‘gemene’ toverheksen. Opgroeiend ontdek  je dat een gemeente  ook
nuttige dingen doet: vergunningen verlenen, vuilnis ophalen, rijbewijzen verkopen;
zout strooien; dat soort dingen. Ook wordt af en toe  een nieuw gemeentehuis
gebouwd, of een ander instituut  van algemeen belang. Uiteraard gaat dat
belang vóór, en voorbij áán,  de belangen van de individuele burger.

Wij wonen  op loopafstand van het stadscentrum,  maar toch met een  heerlijk
vrij uitzicht: op de ochtendzon; de wolkenluchten;  de trekvogels.
Zo leefden we lang en gelukkig, tot  men op de gedachte kwam om in plaats
van Eugeria  massieve woonblokken neer te zetten. ‘Stadsvilla’s’, twaalf meter
hoog en vijfentwintig meter breed. Gelukkig kon dat niet zomaar. Eerst moest
het bestemmingsplan worden aangepast. Maar dat bleek een fluitje van een
cent. Het algemeen belang gaat immers vóór. Een klein beetje hinder achtte
de gemeente ‘acceptabel’. Had je maar niet zo dom moeten zijn om in de
stad te gaan wonen.
Natuurlijk mag je als burger protesteren. Zo’n protest heet  een ‘zienswijze’.
Dat klinkt al meteen een stuk aardiger; U ziet het zó, maar de gemeente ziet
het ánders.
Wie die andere zienswijze niet begrijpt kan naar de raadsvergadering gaan.
Je mag er bij zitten en luisteren. Zèggen mag je niets.
Er waren trouwens  belangrijker zaken aan de orde. Het  duurde zó  lang dat
een vroede vader  op zijn laptop  sportprogramma’s ging kijken. Helaas kon
ik niet volgen welke voetbalclub de Turkse eredivisie aanvoerde, maar het
was toch leerzaam. Ook was het boeiend om te zien hoe sommige
raadsleden de vergadering  verlieten voor een beker frisdrank -
om wakker te blijven -  en drie kwartier later opnieuw verdwenen om  het
herentoilet te bezoeken. Ze dronken een glas…. enz, enz.
Jammer genoeg  liet men niet àlles ‘zoals het was’. Het gewijzigde
bestemmingsplan werd met  voortvarendheid  aangenomen. Het was dan
ook erg  laat geworden.
De  ‘stadsvilla’s’ zullen er dus  komen, vrees ik.
Dag vogels; dag wolkenluchten; dag ochtendzon….

Ook als ouwe vent vind ik ‘gemeente’ soms maar een èng woord.

Almelo, December 2013

Jon Brakelé



Voor het eerst...
Zijn alle nieuwe dingen moeilijk.
Voor het eerst poging een column te schrijven op de site van de Gele Raaf.
Voor het eerst een programma gebruiken wat je niet kent en er een beetje
mee rotzooien.  Maar ja, dat is voor het eerst.

Nu zijn we een paar weken en serieuze pogingen verder, om hier toch wat
van te maken. Want naast mijn baan , mijn kids en mijn schilderkunst leek me
dit toch wel een leuke uitdaging en uiteraard een druk bezet man iets te kunnen
ontlasten.

Voor het eerst heb ik weer iets anders om handen dan cijfers en de omzet-
belasting berekenen. Nu moet ik mijn hersens breken over iets wat een
doorgewinterde colomnist zo even uit zijn mouw schudt.
En dat is eindelijk weer 's een echte uitdaging.
Voor het eerst... en hopelijk niet voor het laatst!

Anita Brouwer, 15 oktober 2013

terug

Almelo, 28 maart 2013

Oorzaak uitstel stadionbeslissing ligt bij VVD

De acties als het bekogelen van raadsleden met muntgeld en het besmeuren van
de woning van een van hen van, naar verluidt gepleegd door Heracles-aanhang,
mag als een zeer dikke fail gekenmerkt worden. De eieren hadden namelijk helemaal
naar de andere kant van de stad gemoeten, aangezien daar de bedenker van een
nieuwe detailhandelsvisie woont. En juist door het (onnodig) opnieuw formuleren
van een detailhandelsvisie is de oorzaak van alle vertraging in besluitvorming rond de
winkeldiscussie van het Heraclesstadion. Indien de eiergooiers de politiek beter
hadden gevolgd, hadden ze dit kunnen weten. Niet handig en een flink schoolvoorbeeld
van eigen glazen ingooien. Helemaal erg is het dat een praeses van een betaald
voetbalorganisatie zelf het slechte voorbeeld geeft en min of meer oproept tot acties,
die heel gemakkelijk uit de hand kunnen lopen en een chaos of erger kunnen
veroorzaken.

Het was nooit het idee van raadslid Stork om een nieuwe detailhandelsvisie te laten
opstellen. Dat initiatief kwam van de plaatselijke wethouder van lintjes doorknippen
Van Woudenbergh. Het begon allemaal ten tijde van de raadsdebatten over Almelo
Nouveau, een project waarvan Van Woudenbergh fervent tegenstander is omdat het
naar horen zeggen nu eenmaal ten koste van vriendjes zou gaan. Tegelijkertijd deed
de VVD’er de belofte aan Albert Heijn dat de grootgrutter een nieuwe supermarkt op
de hoek van de Violierstraat en Bornsestraat mocht bouwen. Maar hier vergaloppeerde
de grootgrondbezitter zich faliekant. Het idee voor een supermarkt op die plaats werd
bepaald niet gedragen door omwonenden. Die kwamen dan ook meteen in actie en
toonden zelfs een gemeentelijk document waarin zwart op wit staat dat er op de
bewuste plek een woonbestemming ligt. Ai, nu had de wethouder toch een probleem
van niet geringe omvang.

Hiermee geconfronteerd tijdens een raadsvergadering zei de wethouder tot ieders
verrassing ijskoud (en u kunt daarvan de raadsuitzending nog op de gemeentelijke
website nog terugvinden red.) dat het bewuste document een vergissing was.
Hij veegde het letterlijk van tafel. De omwonenden hielden en houden echter
halsstarrig vol en hebben aangegeven zelfs tot aan het hoogste rechtsorgaan in
Nederland te zullen doorvechten. Om korte metten met het gezeur van bewoners
te maken bedacht de wethouder het volgende gewiekste idee: laten we de huidige
detailhandelsvisie herzien zodat we de bestemming van het perceel kunnen wijzigen
in een winkelbestemming en daarmee de bewoners buiten spel zetten. Omdat de
wethouder hierin flinke steun van de poliklieke coalitie (met name PvdA) kreeg werd
het voorstel aangenomen. Ziedaar de werkelijke oorzaak van de continue vertraging
in de besluitvorming over wel of geen winkels in het stadion. Met andere woorden:
voetbalfans, jullie hebben de verkeerde gepakt en de coalitie heeft de schuld heel
geniepig bij een ander gelegd. Hou dit voor de komende gemeenteraadsverkiezingen
daarom goed in uw achterhoofd!

Tony Cassese.

terug

Tegen beter weten in.

Lange tijd zag het er naar uit dat het nog lange tijd goed zou gaan. Dat we nog een
voorjaar en zomer lang mochten genieten van de prachtige uitzichten in dit gebied.
De patstelling duurde voort, maar ieder weldenkend mens wist in z’n achterhoofd
wel waar het uiteindelijk op uit zou draaien.
Vorige week was het zover. Ongeveer halverwege was men begonnen aan een
malse kavel. Een mooi bouwkeetje en wat noeste werkers op het witte zand.
Pijn in het kwadraat. Een poos geleden al weer heb ik grofweg berekend wat er op
het oude industrieterrein Twente Noord nog beschikbaar was aan grond en gebouwen.
Dit bleek meer te zijn dan wat men in dit nieuwe stuk, schurkend tegen de gemeente-
grens van Twenterand, kon aanbieden. M’n verstand stond stil.
Het eerste pand plant men nu pontificaal midden in het gebied en hieruit blijkt voor
mij opnieuw de totale minachting voor de natuur. Poot maar neer, we hebben genoeg
grond.
Uiteraard weet ik ook wel dat men toevallig hier begint en dat het de bedoeling is dat
er verspreid over het gebied nog een aantal foeilelijke panden komen, maar met de
komst van dit ene pand is wel meteen het hele gebied  naar de Filistijnen.
De Almelose methode wordt hier succesvol toegepast: zo veel mogelijk verbrokkeling.
“Strooien maar Piet.”
Inmiddels treurig gestemd zag ik een klein valkje. Bij harde wind en guur weer zag
ik hem biddend, hoe toepasselijk op zondag, tegenover de bewerkte kavel. Hij zocht
een prooi, maar het was net of hij bad dat de Almelose bestuurders op deze zondag
de schellen van de ogen zouden vallen, eens goed na zouden denken. Wie weet zou
er dan nog redding zijn.
Glimlachend om zoveel naïviteit  van mezelf aanvaardde ik de terugtocht uit dit gebied
over een netwerk aan asfaltwegen, terwijl een zwerm vogels m’n gedachten meevoer
naar het oosten.
Over de Iepenweg(verboden voor auto’s) moest ik talloze keren uitwijken voor
tientallen langsrazende, glimmende slagschepen.
Het leven van een natuurliefhebber gaat niet over rozen. De kille winter duurt al veel
te lang, maar deze nieuwe aanvallen op het landschap maken dat de kou nog
maanden in m’n hart aanwezig blijft.

Anne Jan Teunis, 20-03-2013.

terug

Hart voor Dienstencentrum De Riet

Terwijl de gemeente Almelo druk bezig is besluiten te nemen over de bouw van een
nieuw gemeentehuis doen gebruikers van het Dienstencentrum De Riet er alles aan
om het Dienstencentrum te behouden. Het hele college en liefst ook de voltallige
raad zouden echt eens langs moeten komen om de sfeer te ervaren van dit gezellige
centrum.
De verantwoordelijke wethouder Mieke Kuik (sociale zaken) gaf al eerder aan dat er
veel moet worden bezuinigd en dus ook het centrum gesloten zou moeten worden.
In een later stadium gaf  ze aan dat van sluiting geen sprake was maar dat in ieder
geval wel een gedeelte van de bestaande activiteiten elders ondergebracht zullen
worden. Een aantal mensen wist heel duidelijk naar voren te brengen dat het niet
alleen om dit gebouw gaat dat moet blijven maar ook de onmiskenbare 'open sfeer"
van dit centrum onder alle activiteiten. Deze basisvoorwaarde kun je niet behouden
als alle activiteiten versnipperd worden over andere locaties.

In het Dienstencentrum De Riet komen veel ouderen, alleenstaanden en mensen
met een handicap. Zij vormen een grote en belangrijke groep in onze samenleving,
die hier een veilige plek hebben gevonden en zich hier thuis voelen. Voor deze
mensen is de ligging van het gebouw belangrijk: het is makkelijk bereikbaar. Er
heerst een positieve "dorpssfeer". Hier ontmoeten de bewoners van deze wijk hun
"buren" en leeftijdsgenoten. Het centrum is open, toegankelijk, laagdrempelig en
gastvrij. Er is veel mogelijk, ook wat betreft nieuwe initiatieven. Met deze voorziening
hoeft de gemeente relatief weinig kosten te maken om de wijk leefbaar te houden.
Het Dienstencentrum De Riet speelt hier een belangrijke rol in.

Het is daarom heel belangrijk dat deze locatie die gevestigd is in de oudste wijk
van Almelo met veel ouderen blijft bestaan, temeer omdat hier veel goedlopende
veelzijdige activiteiten en cursussen plaatsvinden en het altijd al een
goeddraaiend voorzieningencentrum is geweest.
Het Dienstencentrum De Riet moet de spil blijven voor de vele sociale contacten
in de wijk en de stad.

Harry de Olde 18 maart 2013

terug

Appèl.

Een paar weken geleden stond er een stuk in de zaterdagkrant van Tubantia
met een prachtig kaartje er bij. “Niet uit nood geboren”, een meteen al lach-
wekkende titel. Hoe moeten we het wel zien? Door de strot geduwd toch zeker,
dat is wel de mildste conclusie die je kunt trekken.
Ik heb het stuk eerst maar eens even laten bezinken. Het zoveelste artikel over
de afgeslankte vorm van de afslanking van het afgeslankte Waterrijk. Na er flink
met de blokschaaf over te zijn geweest is dit het uiteindelijke resultaat.
Eigenlijk was ik het schrijven over dit onderwerp meer dan beu, maar agfgelopen
zaterdagmiddag beloofde ik een vriend om toch nog eens aan de bel te trekken.
Dit jaar tien woningen in de Parkbuurt. Dat is een heel mooi stukje grond zo
achter het Meulenbelt. Mooie houtwallen en een fraaie wandellaan. Voor die tien
huizen kiest men net het  aantrekkelijkste stukje natuur uit. Waarvoor dank!
Over de noordelijke buurten met scholen wil ik het al helemaal niet hebben. Ze
liggen dichter bij Hardenberg dan bij Almelo. Vanuit de Parkbuurt is het ook al
snel zo’n drie kilometer naar het centrum. Hoezo compact en binding met de stad?
Dan naar de bevolking, want er zullen in die paar huisjes toch mensen moeten
gaan wonen.
Onlangs werden uitkomsten van een  panel, representatief voor onze stad,
bekendgemaakt.
Het komt er op neer dat maar heel weinig Almeloërs de komende jaren willen
verhuizen.
Geen animo en een wijk ergens in niemandsland. Niet uit nood geboren?
Op de grauwe, koude zaterdagnamiddag zag ik hem. Aan de overkant van de
beek zat hij zeldzaam imposant op zo’n drie meter hoogte in een boom. Een
zeer grote roofvogel, doodstil met een strenge trotse blik op mij gericht. Achter
hem dat prachtige stukje grond waar binnenkort de eerste tien huizen moeten
komen te staan.
Toen wist ik wat me te doen stond. Voor hem en vele andere dieren die in dit
gebied leven wil ik nogmaals de noodklok luiden.  Ik voelde me verplicht om
hem te helpen en dan desnoods als enige nog eens aan de bel te trekken.
Laat dit gebied ongemoeid.

Anne Jan Teunis, 28-02-2013.

terug

Respect?

Zelden zo gefrustreerd uit een stadion gewandeld als afgelopen zaterdag
na de door Heracles Almelo verloren thuiswedstrijd tegen Vitesse.
De nederlaag was op zich niet onverdiend te noemen. Vitesse heeft een
goede ploeg en een fenomeen in het oermens Bony.
De frustratie zat hem in de meer dan belabberde arbitrage van de heer
Higler. Dat leek nergens op. Fout op fout en talloze keren zaten we elkaar
aan te kijken met blikken van: “Geloof jij dit?”
Twee uur later nam m’n frustratie nog toe bij het kijken naar de samen-
vatting, want men liet, zoals wel vaker gebeurt, een heel andere wedstrijd
zien. Wat ik niet terugzag waren sowieso twee handsballen van Vitesse-
spelers in het eigen strafschopgebied. Na afloop geen Peter Bosz of  een
speler van de thuisclub voor de camera. Alleen achteraf op HAFC.nl wat
gesputter over de scheidsrechter en ook Thomas Bruns had enige kritiek.
De woede luwde wat, want ook bij andere wedstrijden werd wel weer het
één en ander gemist door de heren arbiters. Een balletje achter de doellijn,
een duwtje in het gezicht. Zo was er veel meer te klagen en wanneer dat
over de hele linie plaatsvindt, heeft iedereen er evenveel last van en
hebben we toch nog een eerlijke competitie.
Wat ik nooit zal begrijpen, vooropgesteld dat fluiten een erg moeilijk
vak is, is dat meer dan 8000 mensen iets zien wat een scheidsrechter
niet ziet en omgekeerd.
Scheidsrechters willen meer respect en kunnen dat ook krijgen, maar dat
moeten ze ook deels verdienen door in elk geval minder te blunderen.
Meer respect komt dan vanzelf.
M’n laatste brokje frustratie verdween na het bekijken van de samenvatting
van Feijenoord-PSV.  Prachtig om te zien en vooral te horen waren de
schermutselingen na afloop van de wedstrijd in de catacomben van de
Kuip. De oergeluiden deden me nog het meest denken aan die mooie
natuurseries van de EO.
Communiceert de gemiddelde voetballer op deze manier? Een voorbeeld
voor ons allen. Laat het circus vooral het circus blijven en ik kan me beter
druk maken over andere zaken. Het blijft koetjesvoetbal. Relativerend is
er van enige woede vrijwel geen sprake meer.

Anne Jan Teunis, 26-02-2013.

terug

Klein geluk.

De afgelopen dagen horen we nogal veel over het debacle van de SNS bank.
Op het matje komen en onder toezicht van een toezichthouder die misschien zelf
ook nog onder toezicht komt te staan. Directeuren met de noorderzon vertrokken,
de zakken zeer goed gevuld met niet misselijke bonussen.
Men heeft weinig geleerd en vervalt in dezelfde fout. Torenhoog opgeblazen
vastgoed, een luchtbel die wel uiteen moest spatten. Iedere leek voelt het aan,
maar ach, zolang het goed gaat, moeten we ons geen zorgen maken voor de
dag van morgen. Wanneer het dan werkelijk mis gaat, kunnen we elkaar altijd
nog vol verbazing aankijken.
Groot, groter, grootst, daarin zoekt de moderne mens het. Verder, vaker, meer
en extremer.
Maandagavond zat ik onder de schemerlamp met een boek. Over dit boek
turend keek ik naar de salontafel, waarop op een bord zes kaarsen in een kring
brandden. Daarvoor een donkergroene, halfvolle fles Merlot. Naast de fles het
Het boek was van Godfried Bomans en het verhaaltje ging over een stinkend
rijke man die toch niet echt gelukkig was en bij het huis kwam waar hij z’n
zorgeloze  jeugd had doorgebracht. Hij mocht deze woning, die van een priester
was, betrekken op voorwaarde dat hij een spreuk in de slaapkamer liet hangen.
Toen hij in het huis woonde zocht hij het geluk uit z’n jeugd en vond het niet. Hij
maakte alles groter. Het huis zelf werd twee keer zo groot en ook de bedienden
en het meubilair.
Op een dag sprak hij de oude priester en deze verwees hem naar de spreuk
in de slaapkamer: “Het geluk ligt in ons.” Zo ver gezocht, terwijl het geluk heel
dicht bij was. Hij had er overheen gekeken.
Ik combineerde dit verhaal met m’n eigen geluk in optima forma op de
vierkante meter van dat moment en dacht aan de sneue types die altijd
maar weer op winstbejag uitzijn.
Het was een wijs leermoment, zomaar aangeboden op een winteravond.

Anne Jan Teunis, 08-02-2013.

terug

Ongans.

Naar aanleiding van een aantal berichten over en commentaren op de
deportatie van een stel ganzen, ben je op een gegeven moment wel gedwongen
om aan zoiets futiels aandacht te besteden. Hoe zit het en is het nodig om hier
zo’n ophef over te maken? Er zijn tenslotte belangrijkere zaken in de wereld
aan de orde de laatste dagen. Daarbij vergeleken is het onthoofden van een
paar ganzen in ons pittoreske stadje natuurlijk iets heel kleins .
Toch is dit niet helemaal waar. Wanneer je naar de kern gaat, constateer je
dat de gemeente Almelo voor de goedkoopste oplossing kiest en dan het
moorden maar op de koop toe neemt. Dit zou nog te billeken zijn, wanneer
de overlast niet meer te beheersen zou zijn en executie de enige optie was.
We lezen echter dat Akka’s ganzenparadijs een offerte bij de gemeente heeft
ingediend. Ze gaven de garantie dat de ganzen zouden blijven leven en ergens
in het verre Drenthe in een paradijselijke omgeving verder konden scharrelen.
Desnoods wilde men de ganzen gratis afvoeren, want een mens die werkelijk
om dieren geeft, denkt nooit en te nimmer aan de centjes.
Helaas koos de gemeente traditioneel voor de botte bijl en klopte bij de
poelier aan. De verantwoordelijken voor dit besluit hebben natuurlijk panklaar
de ganzen met de dikste nekken meegekregen, zoals te doen gebruikelijk is.
Einde verhaal? Bijna, want gisteren las ik op de site van Tubantia dat diezelfde
gemeente heeft besloten om de parkeergarage(Javapark) van een rode jas
te voorzien. Kosten: meer dan 300.000 euro.
Welnu, toen werd ik plotseling ongans. Zelfs m’n tante Betsie is met haar
constant ijverig tikkende breipennen met de beste wil van de wereld niet in
staat om deze twee zaken op een logische manier aan elkaar te breien. Aan
de ene kant schrapen en geen cent uitgeven voor een levend wezen. Laat ze
maar creperen en we houden de hand op de knip. Geld gaat voor leven. Aan
de andere kant geeft men meer dan 300.000 euro uit aan een zeer dubieus
stukje  “kunst.”
Wat kun je met dat geld al niet doen om deze stad nog een beetje leefbaar
te houden?
Onbegrijpelijk en je trekt je de haren uit het hoofd vanwege dit staaltje van
tegenstrijdigheid.

Anne Jan Teunis, 01-02-2013.

terug

Branhout.

Vorig weekend las ik een onheilspellend stukje in Trouw over de versimpeling
van de Nederlandse taal. Het is me bijgebleven en spookt deze week zo af en
toe door m’n hoofd. Zou het werkelijk zo dramatisch zijn of dikt Nelleke Noordervliet,
schrijfster van dit artikel,  een en ander een beetje aan? Zoals zij het stelt staan
ons uitermate sombere tijden te wachten.  Middelmaat troef. Enkele zinnen uit
haar artikel die me het meest raakten:
“ Het gedrukte woord staat onder druk. De lees- en schrijfvaardigheid van de
gemiddelde Nederlander(laag- en hoogopgeleid) wordt dramatisch slechter.
Daarmee neemt ook het vermogen af om genuanceerde informatie door te geven.
De tendens is om naar beneden te schrijven, hapklare, simpele brokken.
Slecht en slordig lezen en schrijven gaan over in slecht en onzorgvuldig denken.
Voor wie het geschreven woord na aan het hart ligt, is dat een reden voor treurnis.
We raken het literaire erfgoed kwijt. Onze taal raakt z’n wortels kwijt.”
Nu kan ik het met bovenstaande wel eens zijn en ik denk dat deze nieuwe tijd
meebrengt dat men steeds hakkeliger en slordiger gaat communiceren.
Ultrakorte zinnen.
Om me heen merk ik dat bepaalde spreekwoorden en gezegden niet meer
overkomen en dat het kleurenpalet vervaagt.
Onlangs zag ik in Vriezenveen een aanhanger met hout er op. Op de achterzijde
een bord met daarop geschreven: “Te koop, branhout.” Ik vind dit prachtig, moet
er heel erg om lachen en vind het ook wel vertederend dat zoiets in deze perfecte
tijd nog gewoon kan.                 Achter een ruit van een cafetaria in Almelo hangt al
jarenlang een bord waar op staat: “Schotel’s.” En hoeveel mensen hoor je niet spreken
over een abollement?
Zomaar een paar voorbeeldjes aan de onderkant. Ik weet niet of dit soort miskleunen
maatgevend zijn voor het niveau van de gemiddelde Nederlander, maar dit niveau
holt achteruit, dat is wel duidelijk.  Onderwijs is de enige mogelijkheid om één en
ander weer de goede kant op te buigen. Vanaf de basis, zo jong mogelijk.
Het begint bij het voorleesuurtje voor de allerkleinsten. Dat heeft deze week
gelukkig weer plaatsgevonden. Hopelijk pikken de scholen vanaf het basisonderwijs
deze waarschuwing op.

Anne Jan Teunis, 25-01-2013.

terug

Hobbels en bobbels.

Ze zijn er om te nemen en ze worden met verve genomen. Vorige maand nog hadden
we de uitermate serieuze hobbel van het eind der wereld te nemen. Probleemloos.
Voor de zoveelste keer was het voorspeld en evenzovele keren hadden we toch een
beetje in de rats gezeten. De hobbel werd genomen en we hoorden er niets van terug.
Eergisteren was er weer zo’n hobbel te nemen. Afgelopen weekend las ik tot m’n grote
schrik in Trouw dat het op maandag 21 januari  “Blue Monday”  zou zijn. Oei, oei, wat
zou ons nu weer te wachten staan?
“Blue Monday” is de deprimerendste  dag van het jaar en er is zelfs een formule voor
gemaakt door de bedenker van deze vreselijke dag, Cliff Arnall. De dagen zijn nog
heel kort, het geld is op, de goede voornemens aan gort en de motivatie is slecht.
De put kan niet dieper zijn en zie daar maar eens uit te komen.
Het vervolg van het artikel geeft de oplossing en die is heel positief. Het toverwoord
is humor. Niets werkt zo goed tegen opkomende somberheid als een goede grap.
Zelf heb ik weinig gemerkt van deze zwarte dag. Hij was zelfs heel wit, want het
sneeuwde dat het een lieve lust was. Heerlijk wandelweer.
Tijdens m’n ochtendwandeling reeds, ging me een oudere man voorbij die zich op
z’n fiets slingerend een weg zocht tussen de verse hopen sneeuw door. “Wat is de
wereld toch mooi”, zei hij en ik beaamde het meteen.
Bij de tandarts nam ik m’n laatste (angst)hobbel voor die dag. Ook dat liep goed af
en zowel hij als de man op de fiets hadden nog nooit gehoord van die blauwe maandag.
De naam geeft het eigenlijk ook wel een beetje aan, want een blauwe maandag is
van zeer tijdelijke aard. Laten we hem maar voorgoed vergeten, evenals al die andere
vreemde, gedateerde dagen die nergens op slaan. Voor ons humeur is dit veel beter.

Anne Jan Teunis, 23-01-2013.

terug

Naïef?

Wanneer je even niet goed oplet, worden er overal om je heen lukraak bomen en
struiken gekapt. Je hebt in de slaperige, moedeloze eerste weken van het nieuwe jaar
natuurlijk niet geneuzeld in de gemeentelijke pagina’s, waar altijd vol goede moed en
onverschrokken het kappen van irriterende bomen wordt aangekondigd. Voor je het in
de gaten hebt liggen ze horizontaal en zie je overal in het landschap die damstenen.
En dat is heel hard in deze  lange, trieste maand, waarin de meeste goede voornemens
al weer doorgeschoven zijn naar volgend jaar.
Kunnen we dan nog iets verzinnen om ons uit het dal te doen klimmen? Jazeker,
kunst, voor zover dat nog niet wegbezuinigd is. Vanaf afgelopen maandag hangt er
een nieuwe expositie op de afdeling radiologie van het ZGT in Almelo. Naïeve
schilderijen van Cor Melchers. Allerlei prachtige landschappen, meestal in een
winterse setting. Hoe toepasselijk, welk een timing. Een winterzonnetje, maagdelijk
witte sneeuw en prachtige luchten, van lichtgeel naar donkerpaars. Het straalt
positivisme en romantiek uit.

Mij viel natuurlijk als bomenliefhebber meteen op dat op elk schilderij bomen voorkomen.
Een kleine ode, zo voelde ik het. Naïef geschilderd, maar eigenlijk ook weer niet.
Zeer knap, want zoals Melchers de bomen schildert, zo zien wij ze als “leken” ook
werkelijk. We hoeven niet te weten hoeveel beestjes er op dat moment in huizen, hoe
de sapstroom gaat of hoe de schors er precies van dichtbij uitziet, om een boom
geweldig mooi te vinden. We zien hem en vinden hem mooi, punt uit.
Melchers leert ons eigenlijk hoe we zaken kunnen vereenvoudigen. Veel managers
zouden hier een wijze les uit kunnen trekken. In een tijd waarin alles tot in het oneindige
geprotocolleerd wordt en er op allerlei gebied steeds meer vertakkingen komen,
waardoor mensen door de bomen het bos niet meer zien, zet Melchers een simpele
knotwilg magnifiek neer.Naïef, maar toch ook weer niet. De kale bomen in de winter
met hun lange, donkere en naakte armen zijn al weer volop bezig met de voorbereiding
op de komende lente, waarin ze opnieuw glorieus tot bloei zullen komen. Dat geeft hoop,
ondanks al dat gekap. Wat een naïef schilderij al niet kan oproepen.
Je kunt er zo veel uithalen. Je hersens malen en je komt tot allerlei gedachten. Kunst
voelt als een verrijking en in dit geval haalden de naïeve schilderijen me uit de januaridip.
Ik vind ze geweldig!

Anne Jan Teunis, 18-01-2013.

terug


Doorstart.

Toen ik een aantal weken geleden, op 18 december om precies te zijn, m’n
tot nu toe laatste column instuurde, deed ik dat met een wat wee gevoel.
Dit zouden wel eens m’n allerlaatste letters kunnen zijn. Een definitief afscheid.
Immers, een aantal dagen later, op 21 december, zou de wereld gegarandeerd
vergaan.
De mayakalender liep ten einde en alleen in het Franse dorpje Bugarach zou
nog redding zijn. Ufo’s zouden voor evacuatie zorgen. Een aantal bofkonten
konden zodoende de dans nog  ontspringen. De media begonnen er volop
aandacht aan te schenken, wat lacherig zo af en toe, maar toch….. In Tubantia
lazen we over een gezin uit Kootwijkerbroek met een reddingsboot in de tuin.
Een soort ark van Noach. Op alles voorbereid en plek voor 50 personen.
Laat de rest maar stikken!
En het werd gewoon Kerst, geboorte en hoop. Het werd gewoon oudejaarsdag
met de al jarenlange discussie over het al dan niet afsteken van vuurwerk.
Het oogziekenhuis weer in de krant en de stukjes over het wel of geen drie
klapzoenen geven aan iedereen die je op de eerste dagen van het nieuwe
jaar tegenkomt.
Toen het jaarlijkse gesteggel begon over het snel en zwaar straffen van vandalen
die rond oud en nieuw weer eens uit hun bol gingen, dacht ik opeens aan die
onruststokers die ons zo kort geleden nog voor de zoveelste keer de stuipen op
het lijf gejaagd hebben met hun verkondiging dat de wereld zou vergaan. Moeten
deze mensen geen passende straf krijgen? Ze hebben voor een hoop onrust
gezorgd en ook nu weer is er niets van uitgekomen. Moeten ze geen boete
krijgen? Wordt er geen verhaal gehaald? Ze hebben zich natuurlijk wijselijk
teruggetrokken en wachten waarschijnlijk op een volgend gunstig moment om
de brave wereldburgers angst aan te jagen. Natuurlijk heeft iedereen recht om
te geloven wat hij of zij wil en mag dat ook te pas en te onpas kenbaar maken.
Wel word je een keer flauw van al die doemdenkers die al jaren de meest
vreselijke dingen voorspellen die ook nog eens een keer nooit uitkomen.
Moet je je dan niet een keer stilhouden? In m’n jeugd riep de dominee het van
de kansel: “Gij kent dag noch uur (Math 24:44).” We moeten altijd waakzaam zijn,
maar kunnen als nietige mensjes niet het orakel spelen. Dat is te groot voor ons.
Waarom zouden we  niet gewoon vertrouwen? Je ontloopt het lot toch niet en van
al die bangmakerij wordt je alleen maar erg zenuwachtig. De mens lijdt nog altijd
het meest aan het lijden dat hij vreest.”

Anne Jan Teunis, 08-01-2013.

terug


Tandje bij.

De afgelopen dagen en weken is weer alles in het werk gesteld om Nederland op te sieren
voor de Kerst. Kosten nog moeite werden gespaard en sinds afgelopen weekend is het
wel zo’n beetje klaar. Alles is in stelling gebracht voor die 48 uur. We krijgen nog de
vieringen, de kerstmarkten en borrels en daarna gaan we onder het luisteren naar het
nummer: “So this is Christmas” uitrusten van alle werk. We kijken elkaar aan en vragen:
“Wat nu?”
Wat me persoonlijk opvalt is dat het toch ieder jaar een graadje erger wordt met die
versieringen. Mag het een onsje meer zijn? Vooral buiten nemen de tierelantijntjes jaarlijks
toe en toegegeven: het is ook best gezellig. In deze sowieso al donkere tijden, die door
de crisis ook nog eens door een extra donker randje worden voorzien, hebben mensen
misschien meer dan ooit behoefte aan een beetje licht en gezelligheid. Op deze plek wil
ik wel toegeven dat het me allemaal niet zo heel veel meer uitmaakt. Wanneer je hoort
over het doodschieten van 20 kinderen in de VS en de dagelijkse ellende en honger,
kun je wel even pas op de plaats maken en één en ander relativeren.
Wel wil ik ook dit jaar weer waarschuwen tegen het steeds meer wegdrukken van het
echte verhaal van Kerst. De enige artikelen die naar Kerst en het kerstverhaal verwijzen
zijn de kerststallen en de kerststerren. De rest is er omheen verzonnen.
Binnenkort zullen de resultaten van de jaarlijkse enquete bekend worden gemaakt:
Hoeveel procent van de Nederlanders weet nog waar het echt om gaat met  Kerst?
Naar verwachting zal het dalende percentage doorzetten.
We schakelden dit jaar opnieuw een tandje bij voor wat de versiering en verlichting
betreft en leverden tegelijkertijd wat kennis in aangaande de werkelijke betekenis van
Kerst. Te vrezen valt dat die kennis jaarlijks nog minder wordt, want volgens
Tubantia(di 18-12) gaan volgend jaar nogal wat kerken sluiten. De Blijde Boodschap
zal dan steeds minder klinken. Tandje bij is in werkelijkheid stapje terug.

Anne Jan Teunis, 18-12-2012.

terug

Vallende sterren.

Wanneer je geluk hebt kun je ’s avonds in het donker ergens buitenaf waar het nog stil
is af en toe een vallende ster zien. Je mag dan heel nederig een wens doen en voor de
meeste mensen zal het er wel op uitdraaien dat ze graag vrede willen en dat ze daar dan
in goede gezondheid van mogen genieten.
Vorige week vielen de sterren bij bosjes, zo leek het wel. Deze sterren werd weinig
goeds toegewenst, in het gunstigste geval het hellevuur, waar geween is en tandengeknars.
De twee grootste sterren waren neuroloog Jansen Steur en sprookjesverteller Stapel.
De eerste een verslaafde neuroloog met foute diagnoses. Talloze levens verwoest.
Bakken met geld verdiend, veel aanzien.
Dan Prof. Dr. Stapel. Bij het voorlezen uit eigen werk kijkt hij uit alsof hij z’n broek
boordevol heeft. En terecht. Je zal maar zo’n brief moeten voorlezen en wat erger is:
het gaat over jezelf en dit keer is er geen woord gelogen.
Om de week goed uit te luiden was er nog die in Almelo wereldberoemde voetballer,
waarvan we het beeld nu toch ook lichtelijk moeten bijstellen. “Dronken poepen op
straat”, luidt hier de beschuldiging. Ook van je voetstuk.
Nog meer sterren afgelopen jaar? Jawel, Lance Armstrong, Bram Moszkowicz en
Dominique Strauss-Kahn. Zomaar een greep uit een omvangrijk oeuvre.
Ziehier de club van brave Hendrik. Wanneer je er een jaarverslag van ging maken,
zou het nog een heel boekwerk worden.
Nivellering op het financiële vlak gaat waarschijnlijk niet door, maar bovenstaande
toont aan dat deze op het menselijke vlak aardig lukt. Niets menselijks is onze sterren
vreemd. De podiums en de voetstukken kunnen weg. Weg dus ook dat hautaine gedrag.
Dostojewski zei het al: “De mens een merkwaardig mengsel van goed en kwaad.”
Uit bovenstaande blijkt maar weer eens hoe waar dit is en hoe menselijk wij allen zijn,
van hoog tot laag.

Anne Jan Teunis, 05-12-2012

terug

Slag op slag.

Opnieuw bedreiging in de buurt van de Grote Bavenkelsweg. Waar ken ik die naam toch
van? Oh ja, een aantal weken geleden schreef ik nog een stukje over de nieuwe doorbraak
en de bedreiging van het landschap door de bedrijven Kolenbrander en Elzinga. Hoe
tegenstrijdig dat is: aan de ene kant mooie natuur maken en aan de andere kant bedrijven
toestaan om uit te breiden. Niet te bevatten.
De kruitdampen zijn nog niet opgetrokken, of er dient zich alweer een nieuwe bedreiging
aan: een religieus centrum compleet met sportvelden en een woning voor de beheerder.
Wederom een aanval op dit prachtige en kostbare stukje buitengebied. Het voelt echt als
één stap voorwaarts en twee stappen terug. Keer op keer wordt er aan het buitengebied
gesjord, onvermoeibaar en uiteindelijk zal er niets van overblijven.
Een religieus centrum nota bene. Is dat in deze tijd nog nodig?  Tegenwoordig hebben
bestaande kerken het al moeilijk genoeg om hun hoofd boven water te houden. Het water
staat ze vaak tot aan de lippen. Ze kunnen amper de verwarming van het gebouw betalen,
laat staan het onderhoud. Het grootste deel van de week staan de meeste kerken al leeg.
Waarom moet dit groepje mensen, wel 130 personen, eigen sportvelden hebben? Wat is
de bezettingsgraad van de huidige Almelose velden? Kunnen deze mensen niet een paar
uur per week op deze velden terecht? Vast wel.
Zou er nergens in of rond de stad een ruimte voor 130 personen vrij zijn? Ben je gek!
Ik hoef alleen maar te denken aan al die borden die ik regelmatig zie: Te huur,
te koop, ………m3.
Conclusie: Het is absolute onzin, zelfs ronduit belachelijk, om voor een relatief kleine groep
mensen een stuk waardevolle stadsrand op te offeren, terwijl er legio beschikbare plekken
in de stad zelf zijn in de vorm van kerkgebouwen, kantoorpanden en “gaten van Almelo.”
Elk splintergroepje mag van mij z’n eigen gebouwtje hebben, maar doe even normaal:
gewoon binnen de stadsgrenzen. Volop keus.

Anne Jan Teunis, 30-11-2012.

terug


Geschokt of shockproof?

Woensdagochtend viel m’n oog op een berichtje in Tubantia over de ravage die vandalen
hebben aangericht in de St Jozefkerk. Zeer, zeer schokkend.
Uit dit soort daden spreekt een totaal gebrek aan respect. In Haren slaat men respectloos
de boel kort en klein, terwijl er op verschillende plekken in Nederland af en toe grafschennis
plaatsvindt. Komt er in de nabije toekomst een moment, dat de meerderheid van de bevolking
misschien zegt: “Ach, het hoort bij deze tijd, het gebeurt nu eenmaal?”
Nauwelijks bijgekomen las ik een artikel in de Volkskrant over stervenskunst, geschreven
door filosoof en publicist Hans Schnitzler. Hij zegt daarin dat de stervende mens tegenwoordig
de loser symboliseert die men bij voorkeur wegmoffelt of doodzwijgt. De aftakeling en de
dood zijn uit het straatbeeld verdwenen, het vitale leven en de eeuwige jeugd zijn er voor in
de plaats gekomen.
Het “gedenk te sterven” lijkt dus verder weggedrukt dan ooit en waar heeft men een kerk
dan nog voor nodig?  Het tere “kindeke”, waarvan men de arm afrukte, is de kern van het
Christendom: “Want al zo lief heeft God de wereld gehad, dat hij z’n eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.”
De beeldenstorm in de Jozef toont aan dat deze vandalen daar niet over nagedacht hebben en
met het respectloos vernielen het komende Kerstverhaal ontkennen. Dat stemt triest en doet pijn.
Of je nu wel of niet in bovenstaande gelooft maakt niet uit. Een mooie Mariakapel met mystiek,
symboliek. Het is zeer waardevol. Daar durf je niet eens aan te komen. Respect.
De onverlaten hebben meer kapot gemaakt dan alleen de beelden. In harten van mensen
hebben ze met deze actie diepe wonden geslagen. Ik zou niet graag in hun schoenen staan.
Ze kunnen de komende donkere dagen voor Kerst mooi benutten om hier eens goed over
na te denken.

Anne Jan Teunis, 22-11-2012.

terug

Almelo, 20 november 2012  (door Tony Cassese)

Wanbeleid verdient geen nieuw stadhuis

De zogenaamde lokale ‘volksvertegenwoordiging’ van Almelo, die wij Gemeenteraad noemen,
neemt vanavond het besluit om een nieuw stadhuis te bouwen. De oorzaak is dat de
gemeenteraad volledig door het veel slimmere college is ingepakt. Dit college heeft misschien
weleens gehoord van dualisme (een aantal jaren geleden landelijk ingevoerd), maar in Almelo
heeft dat geen enkele betekenis. De bevolking of de gemeenteraad kan wikken wat ze wil,
vanuit de ivoren toren wordt gewoon beschikt. Dit is de Almelo Aanpak en zo gaat het al jaren.
Waarom een nieuw stadhuis? Er bestaan zinnige argumenten voor waarvan de belangrijkste is
dat het huidige stadhuis zo goed als uitgewoond is. Tot zover de geldige reden. Waar geen
nieuw stadhuis? Daar is iedere tegenstander het wel over eens: omdat er geen geld is. Zijn er
alternatieven? Ja, het huidige stadhuis kan volgens berekeningen met minder geld worden
opgeknapt net zoals dat gedaan is met het politiebureau aan Het Baken en het voormalige
belastingkantoor aan de Raveslootsingel. Toch worden door het college allerlei drogredenen
uit de kast gehaald om hun zin toch door te drukken. Aan de haren erbij gesleept wordt onder
andere: asbest, brandveiligheid, lekkage enz. Dat (lokale)overheden krimpen wordt uiteraard
volledig genegeerd.
Inmiddels is een loopgravenoorlog ontstaan tussen aan de ene kant de oppositiepartijen en de
bevolking (polls wijzen uit dat meer dan tachtig procent van de bevolking tegen een nieuw
stadhuis is) en het gemeentebestuur. Het idee voor een nieuw stadhuis wordt niet gedragen
door het gros van de Almelose bevolking, want Almelo is straatarm. De stad staat aan de rand
van de afgrond als gevolg van jarenlang wanbeleid en mismanagement dat tot op heden nog
gewoon wordt doorgezet. De rekening daarvan wordt met een lachend gezicht bij de burger
neergelegd. Denk alleen maar aan de absurde OZB-verhoging van 15% in drie jaar. Volgens
de burger verdient dit graaiende stadsbestuur geen nieuw stadhuis.
Helaas is in deze stad geen dialoog mogelijk tussen bevolking en stadsbestuur. Daarvan zijn in
het recente verleden vele voorbeelden te noemen. De sterkste in dat opzicht is wel de kwestie
Dolle Pret: toen verantwoordelijk wethouder Andela werd geconfronteerd met de
VARA-ombudsman en Henny ter Avest van Dolle Pret zei de wethouder doodleuk
“Mevrouw ter Avest en ik zijn uitgepraat”, en dat voor de nationale televisie. Leuk
visitekaartje waarmee het stadsbestuur haar ware gezicht weer eens liet zien. Met het college
is dus geen dialoog mogelijk, maar het stelt zich keihard op. Keine wiederrede!
Tot slot moeten we tot de trieste conclusie komen dat de lokale overheid zich tegen de eigen
bevolking heeft gekeerd omdat deze kritisch is over de wijze waarop het gemeenschapsgeld
wordt besteed. Door de weerstand tegen een nieuw stadhuis is het een obsessie en persoonlijk
prestige geworden, een gevecht van winnen of verliezen. Het college wil absoluut winnen en
we weten allemaal wie er altijd aan het langste eind trekt.


terug


Lachyoga.

Onlangs viel m’n oog op een leuk artikeltje in de Ziekenhuiskrant over lachyoga. Lichtelijk
bevooroordeeld begon ik het stukje te lezen en dacht: “ Nou, ja, het zal wel. Ze bedenken
ook van alles en alles is tegenwoordig interessant.”
In het artikel lees ik dat lachen goed voor je is en dat dit uitvoerig wetenschappelijk bewezen
is. De hersenen maken endorfine aan en daardoor voel je je lekkerder. Lekker lachen kan
stress op de werkvloer verminderen. Mensen blijven samen prettig, energiek en gemotiveerd
aan het werk. Je mag zelfs nep lachen. Dat is lachen als er eigenlijk niets te lachen valt. Als je
maar lacht. Dat is het belangrijkste.
Dit laatste geeft ons hoop, want zo heel veel valt er de laatste tijd niet te lachen. Je hoeft maar
even in de krant te kijken of het” boze oog” aan te zetten, om in een permanente mineur-
stemming te geraken. Zorgpremie, koopkrachtverlies, Syrië en pestgedrag zijn zomaar een
paar items die ons nu niet direct aan het lachen maken. Verre van dat zelfs.
In het dagelijks leven is er steeds minder ruimte voor een grap en een grol. Door alles in
protocollen te persen en altijd de nadruk op presteren te leggen, gaat veel humor verloren.
Als tegengas is die lachyoga zo gek nog niet. We zullen er de crisis niet mee wegblazen en
dienen reëel te blijven, maar humor blijft wel het smeermiddel van de maatschappij. Zonder
humor komt er zand in de motor en loopt alles vast.
Naast alle andere zin- en onzintherapieën zou deze therapie ons best eens kunnen helpen om
ons op een enigszins acceptabele manier door die taaie crisis te helpen. Baat het niet, dan
schaadt het zeker niet.

“ Er mag gelachen worden.”

Anne Jan Teunis, 08-11-2012.

terug

apsnapbeleid.

Naar aanleiding van het artikel “NAT tegen uitbreiding transportbedrijf” in Tubantia van
afgelopen maandag werd m’n nieuwsgierigheid gewekt en ben ik op m’n stalen ros gestapt
om eens langs de randen van de stad te fietsen.
Via de Gravenallee en de Bolkshoeksweg reed ik het bewuste gebied in.
De Grote Bavenkelsweg ligt eigenlijk merkwaardig tussen de vuilstortplaats en Urenco,
nu niet direct de ideale buren voor een mooi stukje natuur. Want mooi is het daar.
Je fietst tussen schitterende natuur en hoe verder je westwaarts rijdt, hoe fraaier het
allemaal wordt. Op een gegeven moment passeer je de nieuwe beek. In één woord
schitterend. Zowel links als rechts zie je vertederende natuur. Geweldig en je beseft niet
eens dat je eigenlijk op een steenworp afstand van de stad fietst. De Doorbraak, en dat
zou het in meerdere opzichten moeten zijn, vooral een opzet tot meer natuur.
M’n geluk kende geen grenzen. Tot ik even verderop opgeschrikt werd door het grommende
geluid van een naderend onheil. Een zware vrachtauto met oplegger denderde rakelings langs
m’n nieuwe winterjas en op zo’n moment voelt iedere vezel in me dat zoiets totaal
disharmonieert in dit gebied. Wat verderop zag ik een aantal boerenhuizen te koop staan en
een boerenerf met daarop een aantal vrachtauto’s geparkeerd. Een heus transportbedrijf.
Hier moet het dus gaan gebeuren. Een ezel keek me nog weemoedig aan. Hij stond daar
in de miezerregen te dromen in z’n paradijselijke omgeving en had geen benul wat de
“te koop” borden om hem heen te betekenen hadden.
Nou, ik  wel. Vreselijk wat men hier wil. Je gaat zo onderhand werkelijk twijfelen aan de
verstandelijke vermogens van de bedenkers van deze plannen. Er ligt een schitterend
gebied met het Nijreesbos en z’n prachtige omgeving. Daarbij maakt De Doorbraak het
allemaal nog veel fraaier. Ik viel bijna van m’n fiets van bewondering.
Hoe krijgt men het in z’n hoofd om aan de ene kant nieuwe natuur te stimuleren door
De Doorbraak te realiseren en er zo een prachtig gebied van te maken, terwijl men
een paar meter verderop instemt met het uitbreiden van een transportbedrijf en de weg
vrijmaakt voor het ontstaan van een bedrijventerrein?  Dat valt toch niet met elkaar te
rijmen? Tegenstrijdiger kan het haast niet.
Wanneer dringt het nu eindelijk eens door? Laat dit mooie gebied ongemoeid en benut
simpelweg de alternatieven die er zijn, namelijk de meer dan voldoende ruimte op
bestaande bedrijventerreinen. Wat is daar nu zo moeilijk aan? Stop die destructiepolitiek.
Durf nu eindelijk eens te kiezen voor alternatieven die al jaren worden aangedragen.
Treedt eens buiten die volledig uitgesleten paden en durf eens te kiezen voor een helder
alternatief. Maak van Almelo en omgeving niet één groot mozaïek. Stop de verbrokkeling.
Laat de omgeving van de stad groen.
We beseffen niet half welk een geweldige rijkdom we hebben met de Gravenallee en het
Nijreesbos en omgeving. Zoals zo vaak gezegd: koesteren.

Anne Jan Teunis, 31-10-2012.

terug

Kruiperijen.

Het is niet de bedoeling dat een stukjesschrijver wekenlang over hetzelfde onderwerp
dooremmert. Dat is het verhaal van de Enkazeem, jaar na jaar na jaar.
Toch ging het meest verbazingwekkende nieuws deze week wel weer over de Tour en
dan bedoel ik niet het schema van de honderdste aflevering van 2013.
Nee, meer dan misselijkmakend vond ik een aantal berichtjes op nu.nl, onder andere van
oud-Tourbaas Leblanc. Hij vindt Armstrong een groot kampioen. “Hij is de grootste
kampioen van zijn generatie.” En passant veegt Leblanc nog even z’n eigen straatje
schoon door te stellen dat hemzelf geen blaam treft.
Allerlei “grote” renners scharen zich achter Armstrong. Na Indurain, Jalabert en Valverde,
vindt ook Contador dat Armstrong meer respect verdient. “Hij is te hard aangepakt en
er is te weinig respect voor hem. Hij is vernederd en gelyncht. Vernietigd.”
“Zo’n boef is Armstrong niet”, volgens hoogleraar Harm Kuipers. “Het is niet terecht dat
Armstrong wordt aangepakt, omdat iedereen in die tijd gebruikte.” Hij gelooft dat
Armstrong epo heeft gebruikt, maar dat is niet zo erg. Het zorgt hoogstens voor een paar
procent meer vermogen. Bovendien zou Armstrong geen grootverbruiker zijn.
Wanneer je de commentaren van deze mensen leest, kun je niet anders concluderen dan
dat het één groot complot is. Men dekt elkaar in, want je bevuilt je eigen nest zo min
mogelijk.
Volgens de heren renners valt het allemaal wel mee, maar er is toch een gigantische
beerput opengegaan. Bovendien is er op z’n minst sprake van competitievervalsing en
dat is zeer kwalijk.
Heel vreemd dat één en ander gebagatelliseerd wordt.
Misschien heeft Tourdirecteur Prudhomme gelijk door te stellen dat de Tour groter is dan
doping, maar intussen staat wel vast dat het hele circus ons jarenlang op een vreselijke
manier bij de neus heeft gehad. De firma list en bedrog. De komende jaren zal “het wereldje”
heel hard z’n best moeten doen om weer enigszins geloofwaardig over te komen. Ik hoop
dat het ze lukt.

Anne Jan Teunis, 26-10-2012.

terug

Het alarm gaat af

Iedereen heeft het wel eens meegemaakt, het alarm gaat af bij de winkel.
Meestal is er niets gestolen maar heeft iemand bepaalde electronica bij zich
of er bevind zich nog een rest van een beveiligingssyteem in de kleding uit
een andere winkel.
Als je er bijstaat denk je al snel, die alarminstallatie is nu eenmaal
noodzakelijk omdat anders de winkel leeggeroofd zou worden.
Maar als het jezelf, bij herhaling, overkomt dan irriteert het mateloos.
Mijnheer, komt u even terug? Alle ogen zijn op u gericht.
Als je dan zegt dat het alarm ook al afging bij het binnenkomen van de zaak
krijg je als antwoord: Wij kunnen hier niets aan doen. U heeft mogelijk iets
in uw kleding dat het alarm activeert. Dus moet ik 's morgens eerst nadenken
of ik die dag een zaak wil bezoeken met een alarminstallatie die reageert op
kleding die ik ergens anders heb gekocht. In dat geval moet ik oude kleding
aantrekken of een overall of zo. Liever zou ik deze zaken gewoon niet meer
bezoeken en de omzet aan een ander gunnen, iemand die zijn zaakjes wel op
orde heeft, maar dan zal het nooit veranderen. Beter is het om zo veel mogelijk
stampij te maken.
De nadruk op: als klant heb ik niks te maken met dat gammele alarmsysteem
van jullie. Ik hou me netjes aan de regels. Ik steel niet en ik kan er niets aan
doen dat het alarm weer afgaat. Ik wil me door jullie niet laten voorschrijven
welke kleding ik wel of niet moet aantrekken en welke apparaten ik wel of niet
bij me draag.
Zeg duidelijk verstaanbaar voor iedereen dat je hier voorlopig niet meer komt.
Als dit maar vaak genoeg gebeurt dan verandert er misschien nog eens iets.
Bij de aanschaf van een nieuw alarmsysteem zullen ze er wel rekening mee houden
dat een te goedkoop systeem verlies van omzet zal inhouden.

Bennie Balpen, 24 oktober 2012

terug

“Zo stil in mij.” 

Deze week stond een opvallend berichtje in Tubantia. “Ernstige geluidhinder bij kwart van
de Almeloërs.” Dit blijkt uit de laatste omnibuspeiling door Bureau Onderzoek en Statistiek
van de gemeente Almelo.
De verkeersdeelnemers zijn de veroorzakers van deze ellende. Een mooie open deur, want
wie is zo naïef te denken dat het in en om een stad stiller wordt, naarmate je meer asfalt aanlegt
en er meer auto’s zijn die ook nog eens voor de kleinste afstandjes worden gebruikt?
Je realiseert je eigenlijk nooit dat die autogeluiden je altijd en overal vergezellen, behalve
‘s nachts in je zoetste dromen. Het hoort zo bij het moderne leven. Toch is het vreemd dat je
zelfs buitenaf geen seconde absolute stilte meer kunt ervaren. Continu autogeraas, veraf en
dichtbij.  Monotoon en onophoudelijk.
Hierbij sociaal geraas waarvan je het nut kunt betwijfelen. Maar ook nuttig geraas van
vrachtverkeer, want zonder transport staat alles stil en de schoorsteen moet roken. Je moet
tenslotte wel reëel blijven.
Wat kunnen we dan met zo’n kop in de krant? In de wetenschap dat de asfaltridders van de
VVD steviger dan ooit in het zadel zitten en niet zullen rusten voordat heel Nederland bedekt
is met asfalt, lijkt een ommekeer niet echt aanstaande.
Ernstige geluidhinder? Dat dank je de koekoek. Je spant het paard achter de wagen, wanneer
je eerst je hele landje vol gaat leggen met asfalt en dan met de wolven in het bos gaat huilen dat
het zo’n lawaai maakt. Het is kiezen of delen. Gezien de verkiezingsuitslag is blijkbaar de
meerderheid van de Nederlandse bevolking bereid om deze hoge prijs te betalen voor de
optimale vrijheid die de heilige koe ons biedt.

Anne Jan Teunis, 19-10-2012.

terug

“Ik ben Gerrit.”

Een aantal weken geleden schreef ik een droevig stukje over de Tour de France en vooral
over de al jaren vaste gast op de eerste rij bij dit evenement: het dopingspook.
In stilte had ik nog gehoopt dat het allemaal mee zou vallen, want wie schiet er iets mee op
wanneer een zo geweldige sport door het slob gehaald wordt?
Gisteren echter werd het rapport van de USADA openbaar gemaakt. Onomstotelijk bewijs
tegen Lance Armstrong, een boekwerk van wel 1000 bladzijden, 26 onder ede afgelegde
verklaringen van direct betrokkenen, onder wie 15 renners met kennis van de handel en
wandel van de ploeg.
In de “Spits” las ik vanochtend een tamelijk vernietigend stuk over dit dopinggebruik.
Onlangs had een wielerverslaggever gemeld dat wanneer je in sommige seizoenen de
dopingzondaars uit het Tourklassement haalt, de nummer tachtig uit het eindklassement van
dat jaar de Tourzege op zijn naam krijgt.
De droom is nu definitief aan diggelen. Het icoon is van z’n sokkel gelazerd. Er is weinig
geloofwaardigheid meer aan het profwielrennen. Met een eerlijke krachtmeting heeft het
al jaren helemaal niets te maken.
Misschien is het een idee om het handjevol niet-gebruikers in een volgende Tour op
elektrische fietsen te laten rijden. Je kunt ze bergop ook vastknopen aan motoren, of een
extra turbootje toevoegen tijdens afdalingen.
Volgend jaar zal ik de Tour op een andere manier volgen, namelijk als natuurfilm. Het
geluid gaat af en ik hoop op prachtige helikopterbeelden van Alpentoppen en geweldige
vergezichten. Met het klassement hou ik me niet bezig, want hoe dat er definitief uitziet,
verneem ik over een jaar of 8 wel.
Zeven lange jaren de verkeerde geletruiwinnaar op de Champs- Elysées. Een decennium
lang voor de gek gehouden. Kan de wielerliefhebber pur sang dit aan? Ik wens hem veel
sterkte.
Het refrein van het liedje van Gerrit Dekzeil eindigt met de zin: “In deze wereld, waar je
steeds wordt genept.”

Anne Jan Teunis, 13-10-2012.

terug

Parel naar z’n moer?

Op de grote, stille heide. Dwaalt de herder eenzaam rond. Totaal verdwaasd loert hij
tussen de struiken door en weet dat het nu menens wordt. De stoere bovengrondse
mollen werpen in korte tijd grote zandhopen op en komen bedreigend dichterbij. Hoe
zal hij ze als eenling ooit nog kunnen stoppen? Hij berust en weet dat het onomkeerbaar is.
Het werd aangekondigd in de Twenterand Courant van donderdag 20 september jl. als
project zandwinning Oosterweilanden. Ter verduidelijking een kaartje er bij. Alstublieft.
Er is niet veel fantasie voor nodig om te beseffen dat de Fayersheide compleet wordt
weggedrukt. Kijk dat zielige strookje groen daar eens liggen. Het uiteindelijke
bedrijventerrein is vijf keer zo groot en de zandwinlocatie zo’n tien keer. Een tweetal
dingen in het artikeltje irriteren me een beetje. Ten eerste de naam van de nieuwe
rondweg. “Heidelandweg”  is een liefelijke benaming, een soort troostnaampje om de
pijn te verzachten. In werkelijkheid zorgen ook hier de asfaltplakkers voor een
verdergaande versnippering van het landschap. De mooie uitzichten op de smalle,
lange akkers worden een stuk minder voor stadsmensen die weemoedig naar hun
geboortedorp met z’n trotse toren van de “grote kaike” en de watertoren kijken.
De heilige koe heeft er weer een baan bij.   Verderop lees ik dat de zandwinlocatie
miljoenen kuub zand gaat leveren aan de Twentse bouwwereld voor de komende
decennia. Zou dat echt noodzakelijk zijn? Zo gaat het landjepik verder en kunnen we
opnieuw afscheid nemen van een stukje natuur. Wellicht kan men de rondweg door
laten lopen naar de Schout Doddestraat, alwaar de troostmeisjes op klandizie wachten.
Men komt dan ook meteen langs het bord “Nooitgedacht” en dat woord geeft
misschien nog wel het best het gevoel weer van de natuurliefhebbers die blijven vechten
voor die paar stukjes groen en die zich continu op hun bezorgde hoofden krabben,
wanneer ze zien wat er tegenwoordig allemaal mogelijk is. Hoe schoon was mijn heide.
Het pareltje is aan het verbleken en wie er nog van wil genieten zal heel snel moeten zijn.

Anne Jan Teunis, 02-10-2012

terug

Vredesweek.

Je verbaast je deze week over de gigantische woede aangaande relatief onnozele zaken.
Een filmpje wordt vertoond, waarin een profeet er niet al te best afkomt. De gevolgen laten
zich raden. Demonstraties met veel geweld en mensen voor de camera die helemaal de weg
kwijt zijn en schuimbekkend tonen dat ze diep, diep beledigd zijn. Ze schreeuwen de longen
uit hun lijf en niemand hoeft die dag te werken.
Dan is er het conflict tussen China en Japan over een paar eilanden. Mensen zijn helemaal
doorgedraaid en slaan alles kort en klein. Het gaat om een paar kilo zand, vergeleken met
de immense landoppervlakte van met name China. Natuurlijk weet ik ook wel dat het om
grondstoffen gaat, maar om daar nu zo’n stampij over te maken….
Een vredesweek is dus nog altijd nuttig, want er wordt ook tegenwoordig  stevig op elkaar
ingehakt. Niets nieuws onder de zon. Het is van alle tijden.
Een filmpje hier en een cartoontje daar zijn momenteel voldoende om hele volksstammen
in oorlogsstemming te brengen. Over korte en nog kortere lontjes.
Als iedereen eens wat minder op zijn of haar strepen gaat staan, zou dat al heel erg helpen.
De kern is dat elke vorm van extremisme verwerpelijk is en altijd leidt tot allerlei vervelende
conflicten. Een beetje verdraagzaamheid en wat gezond verstand doen al veel goed.
En toen sloot “Haren” de week af. Waar het elders deze week nog ergens over ging en er
tenminste nog een aanleiding tot geweld was, kunnen we als Nederlanders werkelijk trots
zijn op ons kroost. Hier ging het helemaal nergens over en we zagen een stel wilde apen
springen en schreeuwen met onder de streep een schadebedrag van in elk geval meer dan
een miljoen euro.
Weg mooie theorie en iedereen die net als ik steeds minder snapt van deze maatschappi
j wens ik heel erg veel wijsheid toe.

Anne Jan Teunis, 22-09-2012.

terug

Van hetzelfde laken een pak.

 Na de vakantie had ik me voorgenomen om de komende tijd wat meer naar het positieve te
gaan kijken. Dus weg met alle “piskijkers”, zwartkijkers en navelstaarders. Met frisse moed
samen de schouders er onder voor een stad om trots op te zijn.
En toen kwam Jan Krol voorbij. Toeristen naar een foeilelijke stad en gratis Prozac. Het spijt
me dat ik het zeg, maar hij heeft volkomen gelijk.
Wanneer ik zo eens vluchtig wat reacties lees op allerlei gemeentebesluiten, merk ik dat ik niet
de enige ben die het gevoel heeft aan een dood paard te trekken.
Het kneuterigste besluit vind ik de subsidiekorting op de kinderboerderij. Sluiting op zaterdag
en ’s winters ook op zondag is een gouden zet. Dit zijn namelijk de enige momenten van de
week waarop mensen nogal eens op het idee zouden kunnen komen om gezellig naar de
kinderboerderij te gaan. Dit levert een bezuiniging op van nog geen 30000 euro, terwijl het
zoveelste plannetje,  huizen vlak achter een geluidswal (ja, wie wil daar niet wonen?) al weer
zo’n 80000 euro kost, waarbij het bedrag ook nog op kan lopen.
Langs de Lolee lopen heel schattig drie Lakenvelders. Twee volwassen dieren en een kalfje.
Wanneer je ze ziet word je blij en het geeft je ondanks alle werk- en andere stress een goed
gevoel. Ach, hoe moeilijk is het uit te leggen dat dit soort simpele zaken zo belangrijk zijn voor
de stad. Dat het niet alleen om geld en goed gaat in dit leven. Dat andere dingen ook van
waarde zijn.
We zakken noodgedwongen af naar de donkere krochten, waaruit slechts tandengeknars zal
klinken. Ik kan het werkelijk niet helpen, maar er komen ook zoveel trieste berichten op je af
Jan Krol zegt het hard, maar heeft volkomen gelijk. Alleen hebben de inwoners van Almelo,
bij een voortzetting van het huidige beleid, de Prozac harder nodig dan de eventuele toeristen.

Anne Jan Teunis, 14-09-2012.

terug

Toureloer.

In de lezerstour ben ik helaas niet al te hoog geëindigd dit jaar, maar gelukkig ook weer
niet als laatste. Tubantia berichtte afgelopen zaterdag dat een zekere heer Pieterson  het
allermeest van wielrennen weet en de lezerstour heeft gewonnen. Bravo.
Dat ik volgend jaar waarschijnlijk niet meer meedoe aan dit op zich geweldige spektakel,
heeft niet zozeer te maken met m’n eigen teleurstellende noteringen van de afgelopen jaren,
maar alles met een bericht in Metro van dinsdag over Lance Armstrong, zevenvoudig
tourwinnaar. Wel eens vaker heb ik de wenkbrauwen gefronst bij het zoveelste dopinggeval,
maar dit doet voor mij de deur dicht. Een tiental oud-ploeggenoten getuigden tegen hem en
ik kan me onderhand niet meer voorstellen dat al die mensen onwaarheden verkondigen.
Het was op een warme en zonnige dag in juli dat ik op de camping in Frankrijk een berg-
etappe volgde op tv. Ondanks de hitte, kreeg ik kippenvel op m’n armen toen ik zag dat
The Boss tijdens een loodzware beklimming een keer omkeek naar z’n concurrenten en
vervolgens met groots machtsvertoon iedereen z’n hakken liet zien. Wat een macht en welk
een kampioen.
Wanneer ik en velen met mij 7 jaren lang in de luren ben gelegd door “ de grootste
wielerkampioen ooit” , geef ik zonder twijfel nu m’n portie aan fikkie en ga desnoods het
internationale korfballen met aandacht volgen. Dit zal de druppel zijn, want als zelfs dit
soort iconen, voorbeelden voor de sport, ons al bij de benen nemen, hoef ik nergens meer
geloof aan te hechten. Dan valt alle grond onder onze voeten weg. Een loer gedraaid,
de zoveelste, maar deze zal harder nadreunen dan al die andere bij elkaar.
Twee mogelijkheden. Alle doping weg en een tour die desnoods maar drie dagen duurt
en over molshopen gaat, maar die dan wel eerlijk verloopt. Een andere mogelijkheid is
om alles vrij te geven. Spuit maar raak en kijk wie er in de sprint met 140 km/h over de
meet zal komen en wie onderweg zal sneuvelen. Ook dan is het in zekere mate eerlijk.
Ik schrijf dit met pijn in m’n hart, want het is zo’n mooie sport vol heroïek en geweldige
verhalen.

Anne Jan Teunis, 06-09-2012.

terug


Opwaarderen.


Foto: Anne Jan Teunis

Na terugkomst van vakantie werd ik op de eerste ochtend meteen al aangenaam verrast.
Nee, niet door al die mooie, oude gebouwen die onze stad rijk is vergeleken met een
doorsnee Italiaanse stad. Wel door een schilderachtig tafereeltje in de natuur.
Tijdens m’n eerste wandeling met de trouwe viervoeter zag ik namelijk buiten de bebouwde
kom aan de noordkant van de Haghoek in de verte witte wolkjes in het lange gras. Dichterbij
gekomen bleken het schapen te zijn. Prachtig. Wat onwennig en nieuwsgierig keken ze me
af en toe onder het grazen aan. Een geweldige opwaardering van deze tip grond aan de rand
van Almelo. Wat een mooi initiatief. Nieuwsgierig geworden naar het hoe en waarom, heb ik
navraag gedaan bij een  schapenhouder uit Bornerbroek, de eigenaar van deze schapen.
Hij vertelde me dat het stuk grond behoort tot het landgoed Huize Almelo en dat de graaf
hem gevraagd had om zijn schapen daar te laten grazen. Het zijn er zo’n honderd, voornamelijk
van het Rijnlam soort. Sinds afgelopen donderdag grazen ze hier en voorlopig kunnen ze nog
vooruit. Het is de bedoeling dat ze binnen één maand weer vertrokken zijn naar een ander
gebied. Volgens de schapenhouder zijn de reacties van de mensen positief. Dat kan ook
haast niet anders, want het is een geweldig mooie aanblik. Zo zie je maar weer dat iets heel
simpels als het uitzetten van een aantal schapen een stukje natuur nog veel aantrekkelijker maakt.
Fantastisch om deze beesten lekker aan het werk te zien. De wei mooi kaal en met de wol
kun je leuke dingen doen. Voor mij een mooie start na een heerlijke, rustgevende vakantie.
Van schaapjes tellen word je rustig en dat gevoel proberen we na de vakantie nog even vast te
houden.
Een geweldig initiatief. Alleen jammer dat deze leuke beesten binnenkort weer naar andere
oorden vertrokken zullen zijn.

Anne Jan Teunis, 3 september 2012.

terug

Polletje.

Onlangs konden de inwoners van Almelo op de site van Tubantia hun mening geven over
het buitengebied. Men had de keuze uit een viertal stellingen. 535 Mensen maakten van
de gelegenheid gebruik om eens te zeggen waar het op stond.
Welnu, de uitkomst is nogal duidelijk en eigenlijk verbaast deze me niet. Op een bevolking
van een slordige 70000 mensen reageert grofweg 1 procent en dat zijn juist de mensen die
de natuur een warm hart toedragen. Zij reageren namelijk op een dergelijke stelling.
Slechts 7 procent vindt dat er in het buitengebied gebouwd mag gaan worden. De overgrote
meerderheid is van mening dat er best nog ergens iets van groen mag zijn tussen al dat grijze
asfalt. Er zal blijkbaar toch bij een flink aantal mensen nog het besef zijn dat het niet leuk
fietsen en wandelen is tussen alleen maar steen en beton.
Kunnen we nog iets met deze cijfers? In de strijd tegen de oprukkende en niet te stoppen
bebouwing van het platteland voelt dit toch als een hart onder de riem voor dat handjevol
mensen die  constant in de bres springen voor de natuur.
Nog meer gesteund werd ik door een stuk in Trouw van gisteren over
Jean-Jacques Rousseau. De titel: “In de natuur begint alle leven.” Peter Henk Steenhuis
schrijft over het verlaten van de drukte van alle dag en de weldaad van de natuur. Rousseau
beschreef de sensatie die een mens kan bespringen als hij weg van huis en werk in de natuur
verkeert: het gevoel dat dit het echte leven is.
Laat de mensen die dit voelen, de 500 en een beetje sowieso, mogen blijven genieten van
onder andere het buitengebied tussen Almelo en Vriezenveen, waar nog zoveel moois te zien is.
Erken de waarde en begin er pas aan te knabbelen wanneer alle braakliggende stukken grond
in de stad zelf volgebouwd zijn. Het is al zo vaak gezegd, inbreiding is het toverwoord.
Ten enenmale is er geen noodzaak om in het buitengebied te bouwen. Afblijven dus.

Anne Jan Teunis, 29-07-2012.

terug

De overtreffende trap.

We bevinden ons op een hellend vlak aangaande mobiele telefonie en internet. Waar het ooit
rustig begon met af en toe een wijziging of vernieuwing, zie je de ontwikkelingen zich de laatste
jaren steeds sneller opvolgen. Je vraagt je soms wel eens af waar het allemaal ooit zal stoppen
en of het ooit zal stoppen.
Dit tijdperk heeft vele zegeningen gebracht. We kunnen niet meer verdwalen en dankzij
buienradar fietsen we tussen alle ellende door.
Er zijn echter een paar dingen waar ik nog niet zo goed aan kan wennen. Zo wordt alles veel
onpersoonlijker en vooral de jeugd schijnt nogal overgeïnteresseerd in hun mobiele toestellen.
Je ziet ze bijna overal en altijd naar dat onding loeren. Midden op straat, in het trappenhuis,
aan tafel tussen twee happen door.
De overtreffende trap was voor mij vorige week de keurige mijnheer in maatpak en glanzend
gepoetste schoenen die bij het station de trap afbeende onder de sporen door. Al lopende
hield hij een laptop voor z’n gezicht en was er gewoon mee aan het werk. Zoiets had ik nog
niet eerder gezien en ik vond het een nogal vreemde situatie. Meteen moest ik denken aan een
stukje in de krant nu al weer jaren geleden. In Japan liep iemand met een bril op, waar aan de
binnenkant op één of andere manier internet te zien was. Sinds vorige week weet ik dat we
slechts een klein stapje verwijderd zijn van deze situatie. Let maar op, het komt er aan.
“Take a look inside your head.” We zullen nog meer naar binnen gericht zijn en onze eigen
buurman niet meer herkennen. Ondanks alle zegeningen is dat een groot probleem van deze
moderne tijd.

Anne Jan Teunis, 25-07-2012.

terug

Kommer en kwel.

In deze komkommertijd, waarin je soms op zoek bent naar zaken om over te schrijven,
dient het hoofdonderwerp zich deze week vanzelf aan: het weer.
Je kunt werkelijk geen krant opslaan, geen radiozender of televiesiekanaal opzoeken of
je hoort in geuren en kleuren hoe verschrikkelijk slecht het weer is. Wat een geklaag en
wat een gezeur. Het is werkelijk onvoorstelbaar hoe mensen het elkaar aanzeggen en op
een gegeven moment heeft iedereen het er over en lijkt het of er nog nooit een grotere
ramp heeft plaatsgevonden. Zelfs de brengers van al die onheilstijdingen, de weermannen
en –vrouwen, blijven niet buiten schot en moeten zich haast verantwoorden voor de
regenbuien die continu op ons neerdalen. Wat een ellende.
We zien jaar na jaar de beelden van die trieste familie op de camping, die ondanks alle
ontberingen er de stemming voor de camera dapper probeert in te houden. Ze “doen”
de hele dag spelletjes, gezellig. Ja, ja……. Naar het toiletgebouw met lieslaarzen aan
soppend door 10 cm water. Tijdens het douchen de koude luchtstroom voelen en met
een dikke jas aan en paraplu op snel terug naar je voortent.
De wanhoop is onderhand compleet en de enige uitweg uit alle ellende is een last-minute
 naar de zon. Ach, ach, Nederland in een notendop.
Het hele probleem is dat het weer niet “maakbaar” is. Tegenwoordig bedenken we voor
alles oplossingen en valt overal wel een mouw aan te passen. Alles moet meteen geregeld
kunnen worden en navigatiesystemen en allerlei andere technieken stellen ons in staat om
het er prinsheerlijk van te nemen. Alleen het slechte weer en de dood kunnen we nog niet
uitbannen en de wanhoop van de afgelopen dagen leert ons dat we dat steeds irritanter
gaan vinden. Konden we de wolken maar wegblazen. Helaas.
Echter kunnen we het ook een beetje positiever benaderen. Nog meer genieten van die
paar weken vakantie die we in het diepe zuiden doorbrengen. Zongarantie en de jas thuis
aan de kapstok.
Voor de mensen die in Nederland blijven, zijn er toch lichtpuntjes. We hebben hier nog
geen tornado’s gehad en in het ergste geval lopen er een aantal kelders onder.
Maar kijk in het buitengebied eens naar de prachtige wolkenpartijen. Door de zon
beschenen lijken ze op de geweldige, besneeuwde Alpentoppen, al is het maar even en
heb je de nodige fantasie nodig. Alles is relatief nog mooi fris en groen en de prachtigste
bloemen bloeien.
De fles halfvol of halfleeg maakt nogal wat verschil. Laten we elkaar niet verder de put
inpraten en genieten van al het mooie in dit kikkerlandje. Je wilt toch vandaag niet liever
in Syrië zitten of gelyncht worden in Afghanistan? Door papoea’s opgegeten misschien?
Wellicht staat ons nog een prachtige nazomer te wachten en een bloedhete maand augustus.
Dan hoor je niemand meer.

Anne Jan Teunis, 18-07-2012.

terug

“Geniepenweg Noord.”

Nog niet zo heel erg lang geleden zijn er langs de Iepenweg Noord nieuwe, duidelijke
borden geplaatst.
Deze weg tussen Vriezenveen West en het Bedrijvenpark NW Twente staat al jaren hoog
in de top-tien van sluiproutes. Om hier iets aan te doen heeft men verbodsborden geplaatst
die niets aan duidelijkheid te wensen overlaten: “Verboden voor auto’s.” Zoals het een
goede Nederlandse regel betaamt, zijn er twee uitzonderingen op die regel, te weten
aanwonenden en exploitanten.
Wanneer je ’s morgens even de moeite neemt om het traject te bestuderen, zie je massa’s
auto’s de geweldige S-bocht maken vanaf de Nieuwe Wierdenseweg met een prachtige
curve de Iepenweg Noord in. Dat zijn geen exploitanten en zeker geen aanwonenden.
Wel jonge gasten in oude auto’s met hun gsm vast aan het oor. Onlangs zag ik een aantal
zware vrachtauto’s over deze weg denderen.
Kortom, de borden helpen geen zier. Hooguit een  gering aantal automobilisten doet iets uit
op het verbod.
Wat nu? Men wilde, naar ik aanneem, iets bereiken met het plaatsen van die borden.
Op deze manier lukt het niet. Dan heb je twee keuzes. Of je haalt de borden weg en laat
iedereen gewoon weer kiezen uit die talrijke weggetjes tussen Vriezenveen en Almelo,
waarvan minstens de helft weg kan, of je neemt drastischer maatregelen.
Zelf heb ik een voorkeur voor de laatste keuze. De heilige koe kan en mag tegenwoordig
bijna overal komen, dankzij al dat zwarte asfalt. Dat kan best zo hier en daar iets minder.
Verboden voor auto’s, terwijl ze constant om je heen razen. Haal de borden weg of doe
er wat aan. Dat voorkomt een hoop ergernis.

Anne Jan Teunis, 29-06-2012.

terug

Open de beerput.

Wanneer je gaat graven, kom je nog eens iets tegen. Zo gebeurde ook op het Waagplein.
Er kwamen oude resten van huizen tevoorschijn. Een oude put en een muurtje. Waarschijnlijk
huizen uit de negentiende eeuw. De putten worden beerputten genoemd. De resten zijn snel
in kaart gebracht en toen ging er zand over. (site Tubantia, 20-06-2012.)
Op zich is dit een leuk berichtje en je hoeft daar verder ook niets achter te zoeken. Echter
ligt het wel helemaal in de lijn van een stad als Almelo. Misschien heeft het iets met de
beerputten te maken, maar je krijgt de indruk dat men er zo snel mogelijk van af wil zijn.
Mocht er iets gevonden worden: meteen zand er over en we hebben het er verder niet
over. Einde verhaal.
Almelo heeft wat dat betreft een naam op te houden. Men hanteert al decennia de techniek
van de verschroeide aarde. In veel waardevolle gebouwen is zonder pardon de shovel gezet
en waarom zou je dan begeleid door oh’s en ah’s oude opgravingen koesteren? Wat dat
betreft is de gemeente nu ook wel consequent.
Komisch is het verschil tussen Almelo en bijvoorbeeld Nijmegen. Daar brengt men alles
gedegen in kaart en schraapt men beetje bij beetje met een theelepeltje voorzichtig wat
zandkorreltjes opzij, terwijl men er hier op de dag van de vondst als het ware al weer met
de trilplaat overheen walst. Nu kun je Almelo archeologisch niet vergelijken met Nijmegen
en Maastricht, maar het typeert wel. Onze stad mag zich op sommige gebieden best wat
meer profileren. Of is men bang om de inwoners te laten zien hoe mooi Almelo ooit is
geweest met die oude haven en die oude gebouwen?
Nou ja, laten we de zaken in de juiste proporties zien. Gelukkig gaan sommige, veel
belangrijkere beerputten wel open. In Tubantia van vorige week zaterdag een stuk getiteld:
“Het ware verhaal achter Anna’s dood.”  Het euthanasieprogramma van de Duitsers
waarbij ze 300000 zieke en gehandicapte mensen, waaronder 8000 kinderen hebben
vergast. Zand er over is hier vele malen erger dan het wegpoetsen van een paar beerputten
in onze stad.

Anne Jan Teunis, 22-6-2012

.terug

Bodemprijzen.

Almelo moet miljoenen extra bezuinigen, las ik afgelopen woensdag op de site van Tubantia.
Ontwikkeling grondprijs te optimistisch ingeschat. Tussen de 3 en 10 miljoen extra bezuinigen.
Almelo rekent met kavelprijs tussen de 245 en 275 euro per m2. Volgens de accountant
moet de gemeente rekening houden met een prijs onder de 245 euro.
En toen gingen m’n gedachten als vanzelf naar die boerderij, schurkend tegen de N36, op
de rand van de gemeentegrens.
Jarenlang stond deze boerderij daar maar te staan en het maakte altoos een beetje een
verwaarloosde indruk. Alle zeilen bijzetten om een fatsoenlijke boterham te verdienen?
Vorige week zag ik dat de boerderij en directe omgeving een opknapbeurt hadden ondergaan.
Nieuw in de verf en ook er omheen ziet het er proper uit.
Klapstuk vormt het nieuw geplaatste bord op de voorgevel met daarop één woord:
“Nooitgedacht.” Kijk, dat is humor.
Zo links en rechts is mij de laatste tijd ter ore gekomen dat boeren grond voor een “prikkie”
terug kunnen kopen. Kan het zijn dat deze boer één van de gelukkigen is?
Waar of niet waar, in elk geval is duidelijk dat de gemeente Almelo nogal klunzig met de
winkel omspringt en dat men gewoon vanuit de open kassa lukraak geld uitdeelt. De ideale
suikeroom.
Nooitgedacht dat er nog één boerderij zou blijven staan in dit gebied. Nooitgedacht dat
we konden blijven wonen op dezelfde boerderij. En helemaal nooitgedacht dat we met
de flinke winst onze boerderij en omgeving ook nog eens behoorlijk op konden knappen.
Nooitgedacht. Alleen al om de humor van deze boer gun ik hem dit financiële voordeel.
Dankjewel suikeroom Almelo en een lange neus. De burger zet wel weer een tandje bij
om de zaken recht te trekken.

Anne Jan Teunis, 15-06-2012.

terug

aat niet als dank…….

Een idyllisch moment, zo mooi, zo puur, en voor mezelf liggen dit soort momenten van
onbevangenheid en zorgeloosheid al zover in het verleden, dat ik weemoedig lachte bij
het passeren van die twee.
Ze waren beiden piepjong en onervaren. Nog studerend en volop dromend over een goede
toekomst. Het mag, ja het moet zelfs.
Hun liefde was pril, nog in het beginstadium. Ze hadden afgesproken bij de hoge flat en
waren beiden luchtig gekleed vanwege het prachtige voorjaarsweer. Rustig wandelden ze
hand in hand naar het kruispuntje bij de beek. Daar, waar bijna niemand kwam, was
hun plekje en daar bij de ondergaande zon die alles in een gouden avondgloed zette als een
perfect decor voor hun beginnende romance, ontlook hun liefde en bij elke keer dat zij hem
met haar glanzende, donkerbruine ogen smachtend en verwachtingsvol aankeek, werd de
prille liefdesband een stukje sterker. Duizenden vlinders dwarrelden vrolijk in hun buik en
alles werd begeleid door het optimistische en uitbundige avondgezang der talloze vogels.
Wat een kracht, welk een energie en hoe schoon was deze kleine idylle. De jeugd is sterk,
vol zelfvertrouwen, woekerend met al haar talenten op elk gebied. Dagen later kwam ik
langs dezelfde plek. Vanaf de kleine verhoging, waar het verliefde stel
urenlang had gezeten, keek ik om me heen en probeerde glimlachend me in hen te verplaatsen.
De natuur had hun deze  uren van romantiek, rust en zomeravondstilte geschonken. Gewoon
door er te zijn. Kom maar zitten en geniet kosteloos van wat ik jullie in alle eenvoud aanbied:
een prachtig decor voor jullie eerste verliefde avond die jullie beiden nooit meer zullen vergeten.
Nu pas zag ik wat ze als dank voor die entourage hadden achtergelaten: vier lege wijnflessen,
een glas en een bijna lege rol beschuit. Het betrok in m’n hart en van de idylle bleef niet veel
over. Misschien beseften de geliefden in al hun onschuld niet eens hoeveel schade, optisch en
werkelijk, ze toebrachten  aan de natuur. Vandaag dreven de wijnflessen als lijken tussen het
kroos in de beek, terwijl een snaterende eend er niet begrijpend omheen draaide.  In NRC las
ik een stukje over de band van kinderen met de natuur. De huidige generatie kinderen heeft
vrijwel geen kennis van de natuur. Dit kan directe gevolgen hebben voor natuur en natuur-
bescherming.   De beroemde documentairemaker David Attenborough zegt: “Niemand gaat
iets beschermen wat hem koud laat en niemand loopt warm voor iets wat hij niet kent.”
Zouden deze twee tortelduifjes ook tot die categorie behoren? Het kan een incident zijn
geweest van twee mensen die zich totaal in elkaar hebben verloren en daardoor nergens meer
oog voor hadden. Ik hoop dat het zo is. Wel typeert het de huidige, opgroeiende generatie.
Ze hebben van ons al zo weinig kennis van de natuur meegekregen. Wanneer dat zo doorgaat
vrees ik het ergste voor nog komende generaties. Op deze manier is het een hellend vlak en
vervalt het van kwaad tot erger.
Een incident, maar wel een signaal voor ouders. Liefde voor en kennis van natuur moet worden
doorgegeven, wil er later nog iets overblijven.

Anne Jan Teunis, 28-05-2012.

terug

Om dat roer.

Deze week werd in het stadhuis de voorjaarsnota(VJN) behandeld. Nieuwsgierig geworden
naar dit stuk en de stukken daar weer over in de kranten, heb ik de stoute schoenen ook
maar eens aangetrokken en geprobeerd om de saaie stof door te vlooien.
Wat vooral opvalt is dat de gemeente wil blijven geloven in de debacles van bijvoorbeeld
Waterrijk en bedrijventerreinen. Men gaat in het eigen mes lopen. Het blijft maar door-
modderen op dezelfde ingeslagen weg, tegen beter weten in.
Wat is het dan verfrissend dat er een stichting NAT bestaat. Zij verrassen me deze week
vooral met een stuk in Tubantia en met een prachtige schets van het te realiseren arboretum
op het Fortezzaterrein op hun site. Prachtig.
De tijd is meer dan rijp om terug te gaan naar het nulpunt. Er is zoveel mis gegaan dat je
rustig radicaal het roer om kunt gooien en iets anders gaat proberen.
De visie van NAT is helder en klaar en dat is nogal wat in deze tijd. Ik wist niet dat het nog
bestond.
In de eerste plaats wijst NAT er op dat qua woningbouw zelfs de nulvariant niet realistisch
is. Je kunt constateren dat Almelo geen aantrekkelijke binnenstad kent. Eén lange winkelstraat
en geen bruisend hart. Geen universiteit en een relatief laag opleidings- en inkomensniveau.
Na al deze ellende, waarna we danig in de put zitten, stelt NAT de vraag: “Wat moet Almelo?”
Men vindt dat de stad de waarheid onder ogen moet zien, het verlies nemen en vanaf de
basis moet bouwen. Almelo moet op zoek naar unieke kenmerken.
Laat Almelo nu net twee unieke kenmerken hebben, te weten de groene longen en water
tot in de binnenstad.
Wanneer de plannen van NAT worden gerealiseerd, hebben we in korte tijd een stad met
een heel eigen gezicht waar we met recht trots op kunnen zijn. Groenblauw tot in het centrum.
Daarbij een geweldig mooi centraal park op het Fortezzaterrein.
Ik vind het een gedegen plan, waar erg goed over nagedacht is. Goed beargumenteerd en
waardig voor de stad. Heel mooi zelfs.
Een nieuwe lente, een nieuw geluid. Wat houdt ons tegen om voor dit frisse plan te kiezen?

Anne Jan Teunis, 25-05-2012.

terug

Luchtfietsen.

In de stad van ridder Schraalhans schrapen de schavende bestuurders onvermoeibaar
verder.
Afgelopen zaterdag lazen we in Tubantia dat de fietssnelweg door Twente vertraging
oploopt. Oorzaak: de financiële crisis. Gevolg daarvan is dat er geen fietstunnels komen
en dat één grote, kaarsrechte roestbruine loper tussen Enschede en Vriezenveen nog ver
weg is. Stukje bij beetje zal die snelweg er in de toekomst ongetwijfeld nog wel komen,
maar voorlopig moeten we het met het huidige wegennet doen.
De vraag die bij me opkomt is of we om bovenstaande rouwig moeten zijn. Wat zijn de
werkelijke voordelen van zo’n snelweg? Blijft de afstand Enschede-Vriezenveen niet
even lang? Natuurlijk zul je de afstand wat sneller afleggen wanneer je niet hoeft te
stoppen voor stoplichten of spoorbomen, maar wind en regen geselen je net zo heftig
wanneer je over de rode loper fietst als over een hobbelig klinkerweggetje.
Krijg je de mensen sowieso wel uit de auto en op de fiets? Ondanks hoge benzineprijzen,
files, hitte, vastvet, afschaffen reiskostenvergoeding, pruttelt men stug verder. Niets
schijnt te helpen en de heiligekoebezitters blijven standvastig achter hun stuurtjes zitten.
Waar vier personen in zo’n doosje passen, zit er steevast maar één persoon in, maar dat
terzijde.
Alles welbeschouwd hoeft het geen ramp te zijn dat deze snelweg wat later gerealiseerd
gaat worden. Dat overleven we wel. Nederland heeft tenslotte al een fietsnetwerk om
trots op te zijn. Volgens mij zal deze toch kostbare actie helaas niet veel meer fietsers
opleveren. Deze week staan overal de fietsenhokken vol, maar oh wee, wanneer het
weer verslechtert. Ik ken mensen die afstanden binnen de kilometer nog met de auto
plegen af te leggen.
Kortom, dit plan kan wel even de ijskast in, hoe goed bedoeld het ook is. De mens is
een hardnekkig autorijder en er is mijns inziens meer dan een roestbruine loper voor nodig
om hem vaker op het stalen ros te krijgen. Een bepaalde mentaliteit verander je niet
zomaar. De twee grootste te overwinnen factoren zijn en blijven tijd en het weer. Deze
twee factoren zijn nog hardnekkiger en onverbiddelijker dan de autorijder zelf.

Anne Jan Teunis, 24-05-2012.

terug

Ground zero?

Geheel onverwacht kwam het bericht van afgelopen maandag op de site van Tubantia niet.
Verre van dat zelfs. Waar je al tijden vermoedt dat er iets niet in de haak is, komt nu ook
hier de aap uit de mouw. Het was er ook al zo stil. Grote borden probeerden tijdenlang
nog potentiële kopers te lokken, maar naar nu blijkt zonder veel resultaat. De aantrekkelijke
secretaresse op het bord heeft maar weinig kunnen bijschrijven. Humoristisch op datzelfde
bord was wel dat er stond dat er reeds bijna éénderde deel van de kavels aan de man was
gebracht. Maar tijden later was dat nog steeds hetzelfde percentage.
Na het afblazen van Waterrijk, lezen we nu dat het project van het Indiëterrein in de ijskast
gaat. In tegenstelling tot al die andere waanzinnig onzinnige projecten, was dit nu juist wel
een goed project. Al eerder schreef ik er over en vond dat Ter Steege hier goed bezig was.
Bomen werden gespaard en een nieuwe wijk dicht bij het centrum is ideaal. Je vult een lelijk
gat op en doet aan inbreiding. Daarbij zou er veel cultuur in de wijk zijn op te snuiven. Het
prachtige torentje van de oude fabriek bijvoorbeeld.
Een gemiste kans, want een beetje stad dient een bepaald karakter te hebben. Almelo heeft
een textielverleden en door zo’n karakteristieke wijk te bouwen met een link naar het recente
verleden, geef je de stad een eigen gezicht en een mooie uitstraling. Jammer dat het niet
doorgaat.
Wat me het meest opviel was dat men niet in staat is geweest om op jaarbasis 75 woningen
te verkopen. Is de vraag dan zo gering? Dit getal staat toch in geen enkele verhouding tot
de 4.500 woningen van Waterrijk en nog een aantal plannen die het buitengebied aantasten?
Geert Mak noemt deze projecten in z’n boek “Hoe God verdween uit Jorwerd” witte
schimmel die zich uitbreidt over de provincie. Een steenpuist die wordt vastgeplakt.
Totaal onnodig, zoals zo vaak geconstateerd.
Wat ik steeds minder snap is de overdaad en overmoed. Vraag en aanbod liggen
onvoorstelbaar ver uit elkaar. Hoe onlogisch is het om duizenden woningen te bouwen,
terwijl er maar een handjevol mensen belangstelling voor heeft? Hoe onvoorstelbaar is het
om talloze kantoorpanden te bouwen en vervolgens 6 tot 10 jaar te wachten op een
eventuele gegadigde, terwijl de lege panden in de omgeving voor het uitzoeken zijn?
Wie begrijpt er dan iets niet?  Het is als schietbanen bouwen voor blinden. Totale onzin.
Voor Almelo is het Indiëproject een gemiste kans om de stad een eigen gezicht te geven.
Jammer. Laat men echter, wanneer er ooit in de toekomst gebouwd gaat worden, eerst
zorgen dat dit plan en andere plannen in de stad zelf gerealiseerd worden, voordat men
aan het buitengebied durft te komen. Wanneer het eenmaal zover is hebben onze
kleinkinderen hopelijk al weer achterkleinkinderen.

Anne Jan Teunis, 22-05-2012.

terug

Wikken en wegen.

“Waterrijk min of meer afgeschreven.” Wat zal het veel moeite hebben gekost om deze
zin met droge ogen op papier te krijgen. Na jarenlang tegen beter weten in te hebben
volgehouden dat Almelo zat te springen om een gigantische woonwijk met meer den
4000 woningen voor de “happy few”, wordt nu dan toch eindelijk stapsgewijs en
mondjesmaat toegegeven dat het allemaal best een maatje kleiner had gemogen. Almelo
had en heeft een wat te grote broek aan. Een broek die op de enkels is gezakt en daar
hoort een beteuterd gezicht bij. “Je staat er mooi op” , zegt men in zo’n geval.
We zijn nu nog slechts 1 stap verwijderd van de volgende zin: “Waterrijk afgeschreven.”
 Ondanks het blije gevoel over natuurbehoud, krijg ik bij het lezen van dit artikel op de
site van Tubantia van afgelopen woensdag toch weer een nare bijsmaak. “Min of meer”
betekent dat men koste wat kost toch wat wil neerpoten in dit gebied. En dat steekt!!
Meer dan ooit zien we met elkaar de absolute waanzin van dit hele plan. Waarom er
dan niet definitief een punt achter gezet? Waarom dan zo hier en daar nog  plukjes
woningen bouwen waar niemand op zit te wachten, want in niemandsland en kilometers
van de binnenstad, maar die wel het hele gebied naar de Filistijnen helpen?
Laat de Almelose politiek in dit geval een voorbeeld nemen aan de landelijke. Het kan
verkeren, want impopulaire bezuinigingen worden zo weer tenietgedaan. Bewindslieden
draaien deze week bij als blaadjes aan de bomen, wanneer het in hun kraam te pas komt.
Kom op, kappen met dit plan en die paar mensen die toch in Almelo Noord willen
komen wonen, kunnen zich mooi aanmelden voor de nieuwe, slanke woontoren bij de
Horstlaan.

Anne Jan Teunis, 04-05-2012.

terug

Tweestrijd.

Bastiaan Ragas zegt het treffend in het blad van Natuurmonumenten: “ We leven met
17 miljoen mensen op een heel klein stukje aarde. Daarom moeten we heel zuinig zijn
op de natuurgebieden die we hebben en ze niet, nu het economisch even tegen zit,
overleveren aan het geld.”
Aan de noordrand van de stad zie ik op een avond onder andere twee koolmeesjes die
van tak tot tak huppen en elkaar nauwlettend in de gaten houden. Steeds tweetallen eenden
die met veel lawaai opvliegen en hun vliegkunsten vertonen. Twee dartelende vogeltjes die
hoog in het melkwitte zwerk de vrijheid symboliseren.
Daarnaast waren er uiteraard ook de eenlingen, zoals een reiger, een roofvogel, een kwartel
die met spartelende pootjes wegzwemt, een zwaluw die zeker nu nog geen zomer maakt
en een kloppende specht, terwijl dreigende wolken voorbijschoven. Wat is de natuur ten
noorden van Almelo nog mooi en wat valt er veel te zien.
Meewarig dacht ik aan de beleidsmakers van de gemeente. Altijd maar op een kruispunt
van wegen. Kiezen we de brede weg tot verderf of de smalle weg die naar het geluk leidt?
 Een nieuw stadhuis of het huidige stadhuis verbouwen? Waterrijk afblazen of gedeeltelijk
realiseren?
Leven is keuzes maken en tegenwoordig moet je al blij zijn wanneer je slechts uit twee
mogelijkheden dient te kiezen. Ik wens het college veel wijsheid in deze moeilijke tijden,
waarin het voor belangrijke keuzes staat. Het tekort van de gemeente is 20 miljoen. Ik hoop
dat het verstand zal zegevieren en dat men ondanks het niet malse tekort beseft dat natuur-
en cultuurwaarden heel erg belangrijk zijn en vooral niet in geld zijn uit te drukken. Deze
waarden  zijn vaak voor mensen meer waard dan welk bedrag dan ook. Behouden is zo
belangrijk. Bovendien zou totale verstening op den duur veel duurder uitpakken.

Anne Jan Teunis, 27-04-2012.

terug

De roepende in de woestijn.

Eenzaam en alleen staat hij daar in het rommelige landschap. Solidair, maar solitair.
Op gepaste afstand zoemen meerdere keren per dag auto’s voorbij. Een enkeling kijkt
in het voorbijgaan weleens opzij om te constateren dat er een boom staat, maar in een
fractie van een seconde verdrinkt de persoon alweer in z’n overvolle agenda.
Het leven van alledag schijnt volledig aan de boom voorbij te gaan. Mocht hij
onverhoopt omvallen of mocht een of andere onverlaat het in z’n bolle hoofd krijgen
om hem radicaal om te zagen: niemand heeft het in de gaten. Geen haan die er naar
kraait.
De roepende in de woestijn: genegeerd en angstvallig op afstand gehouden.
Als een melaatse staat hij daar, eenzaam en verdrietig, omdat z’n signaal wel
verzonden wordt, maar sporadisch ontvangen.
Wat voel ik me vaak verwant met die boom, zo mooi gefotografeerd in Tubantia
van afgelopen donderdag. Het artikel heet: “Visie over huizen die niet komen.
” Wederom wordt aangetoond dat bouwen in het buitengebied van Almelo totaal
onnodig is. De gemeenteraad houdt echter halsstarrig de oogkleppen op.
Met mij zijn er een aantal roependen in de woestijn, waaronder zeker de mensen
van de stichting NAT, die al jarenlang deze veel te hoog gegrepen plannen van de
gemeente naar de prullenbak verwijzen, dit uitstekend beargumenteren en bovendien
alternatieven bieden. Maar ja, er luistert nu eenmaal niemand naar die paar roependen
in de woestijn.
Onderhand vraag ik me af met hoeveel schelle hoorns we deze boodschap de
Almelose raad in de oren moeten blazen, voordat het kwartje eindelijk zal vallen.
De roependen in de woestijn blijven tot de laatste snik hun mening verkondigen,
want het is en blijft hun diepste overtuiging: inbreiding en handen af van het
buitengebied!

Anne Jan Teunis, 07-04-2012.

terug

Boompje komt om z’n loontje.

Misschien komt het omdat je de bomen een warm hart toedraagt. Misschien heb je
levenslang al geen objectief oordeel over natuurbehoud en vooral natuurvernietiging.
Ik kan er niets aan doen, maar overal om me heen, waar ik ook kijk, vallen me de
laatste tijd de geamputeerde bomen op. Ze zijn te vergelijken met grote damstenen
die je werkelijk overal in en rond de stad kunt tegenkomen. Heeft het te maken met
het motto: “snoeien doet bloeien” of heeft het meer te maken met het afschaffen van
het aanvragen van kapvergunningen?
Als meest recente voorbeelden noem ik de bomen langs de Kolthofsingel. Zonder
moeite kom ik hier tot een stuk of 50 damstenen.
De bomen op het waagplein zijn inmiddels ook verwijderd. Ze pasten niet in de
toekomstvisie en dat is een hele sterke opmerking en een meer dan grondige reden
om lukraak te kappen.
De rectorsvilla aan de Vriezenveenseweg gaat waarschijnlijk verdwijnen, maar zelfs
de oude, bijzondere bomen ervoor worden daarbij niet gespaard. Vanzelfsprekend,
want de techniek van de verschroeide aarde is een meedogenloze. “Alles mot plat”,
lijkt het Almelose motto.
Danig ontdaan pakte ik het vernieuwde blad van Natuurmonumenten en daar las ik
dat de hoogste boom ter wereld in Amerika staat. In California en hij is 115 meter.
De hoogste boom van Nederland staat in Apeldoorn en meet 52 meter.
Welnu, in Almelo hoeven we niet bang te zijn dat er ooit zulke kolossen ontstaan,
want hier breekt men al het waardevolle reeds bij de grond af. Zo werk je in elk
geval toe naar een kleurloze stad, zonder hart, zonder geschiedenis.
Hoe het ook kan? Afgelopen zaterdag vol bewondering gekeken naar een schilderij
van Berckheyde  in Trouw: De grote markt van Haarlem met de St Bavokerk, 1696.
Daarboven een foto van diezelfde grote markt anno nu. Het tijdsverschil is 300 jaar,
maar je ziet nagenoeg geen verschil. Haarlem en ook andere steden zijn dus wel in
staat om het oude te bewaren.

Anne Jan Teunis, 28-03-2012.

terug

Komkommercieel.

Het was wel even schrikken op dinsdag de dertiende. Je houdt op zo’n dag rekening
met bepaalde calamiteiten, fietst niet te dicht in de buurt van de stadsbus en kijkt wat
beter om je heen, teneinde veilig het achtuurjournaal te halen.
De klap kwam deze ochtend uit geheel onverwachte hoek. Op de voorkant van het
door mij onlangs nog positief beoordeelde gratis dagblad de Pers las ik: “Dagblad
zoekt nieuwe eigenaar.” Op bladzijde drie de verklaring van de hoofdredactie.
De Pers stopt, omdat de commerciële exploitatie achterbleef.
Jammer. Reeds jaren erger ik me er aan dat de commercie op allerlei gebied alles en
iedereen gaat overheersen. Voetbalwedstrijden worden qua tijd hierop aangepast en
door bewegende reclameborden achter het doel in het Polman zie je de bal niet eens
meer.  Wanneer je op tv een film kijkt van drie uur, zit daar ongeveer een uur reclame
bij. Je weet bij een lange film niet eens meer of je naar de film zelf of naar de reclame
kijkt.
Omdat toeval niet bestaat, begon ik na deze tegenslag met goede moed aan het tweede
gratis dagblad van die dag, de Metro. Veel snapte ik er niet van en bij bladzijde drie
kreeg ik in de gaten dat ik twee bladzijden advertenties had gelezen over een spuit-
product waarmee je de hele wereld en omstreken aankunt.
Hier zit hem dus de kneep. Het ene dagblad levert kwaliteit en heeft wat minder en
vooral minder opvallende advertenties en gaat kapot. Bij het andere dagblad moet je
tussen allerlei schreeuwende advertenties goed speuren naar enig nieuws.
Kwaliteit gaat ten onder en bagger komt boven drijven. Het is een tijdverschijnsel,
waar we alert op moeten blijven. Schreeuwende advertenties die alles overheersen.
Kwaliteit kost geld en van een gratis krantje kun je natuurlijk niet al te veel verwachten.
De Metro is vanaf nu een redelijk, gratis alternatief.

Anne Jan Teunis, 16-03-2012.

terug

Appels en peren.

Een opvallende tegenstelling afgelopen woensdag op de site van Tubantia. Links een prachtige
foto van het nieuwe stadion van onze trots van Almelo. De kop er bij is veelbelovend, want
“klinkende namen helpen Heracles met stadion.”
Daarnaast een tekening van het nieuwe stadhuis. De tekst hierbij is iets minder rooskleurig:
“Komst nieuw stadhuis allerminst zeker.”
Dit zou kunnen betekenen dat we over een poosje een prachtig nieuw stadion mogen aans-
chouwen en dat iedereen met een zwart-wit hart trots als een pauw door de stad loopt, terwijl
de ambtenaren nog steeds iedere dag letterlijk “de boot in gaan.” Het huidige stadhuis schijnt
namelijk een schip voor te stellen, maar die link zie ik niet wanneer ik er langs fiets. Met
evenveel fantasie is het een paardentram of een konijnenhok. Ik ben dan ook geen kenner en
dit stukje gaat hier bovendien niet over.
Waar het wel over gaat is de vraag wat belangrijker is voor een stad: een mooi nieuw stadion
waarin men een spelletje speelt of een gebouw van waaruit een hele stad bestuurd moet worden.
Het is nogal een vergelijking, Appels en peren kun je niet met elkaar vergelijken, maar eerlijk
gezegd voelt het wel goed. Als je kijkt wie van de twee een nieuw onderkomen verdient ben
je snel klaar. Heracles Almelo heeft z’n zaakjes al jarenlang prima voor elkaar en presteert
reeds een aantal seizoenen boven verwachting. De stad kan trots zijn op de club die zwarte
cijfers schrijft en haar publiek beloont met aantrekkelijk spel en een klassering om trots op te
zijn, gezien de minimale financiële middelen.
En de gemeente? In tijden van crisis dient de gemeente het goede voorbeeld te geven door
geen onnodig geld te verspillen. Waarom kan de politie aan de overkant wel in hetzelfde pand
blijven na een verbouwing?
Laatst las ik ergens een leuk commentaar van een stadgenoot die stelde dat de Almelose
bestuurders nog steeds denken dat ze een metropool besturen. Bij een kleine stad
past een beleid dat op die omvang afgesteld is. Knap het huidige stadhuis op en pas het
desnoods aan. Van het “Fortezzaterrein” kan vervolgens een mooi plein gemaakt worden om
het centrum de broodnodige uitstraling en warmte te geven.

Anne Jan Teunis, 09-03-2012.

terug

Dag, heerlijke lach.

Zelden heb ik harder gelachen, dan toen ik eergisteren de Pers in handen kreeg. Op de
voorpagina een grote foto van een paard met een gigantisch lachend smoelwerk. Het hoofd
was van onze premier Mark Rutte.
Onze eigen minister president en dan zo neergezet. Het is op het randje. Je moet maar durven.
Volgens de Pers blijft hij maar lachen, terwijl hij de ene onheilstijding na de andere brengt.
Dat de heren politici in deze barre tijden nog alle reden hebben om hun blinkend witte tanden
bloot te lachen, begrijp ik heel goed na het zien van het journaal van 29-02. Daarin ging het
over het declaratiegedrag van onze grote voorbeelden. Ze werken hard en lang, maar hebben
het zo slecht nog niet.
Wie deze week het allerhardst lacht is de afgetreden Duitse president Wulff. Zijn lach van oor
tot oor past niet eens meer op de voorpagina. Levenslang wachtgeld van 2 ton per jaar.
Daarnaast een secretaresse, een persoonlijk medewerker en een chauffeur. In totaal
280.000 euro per jaar. Tja, als je dan nog niet lief kunt lachen naar het vogeltje?
Van Afrika tot Europa, overal en altijd hetzelfde verhaal. De rijken rijker en de armen armer.
Een aspect is echter niet van alle tijden, namelijk dat je als premier alles maar weglacht.
Heel wat mensen ondervinden tegenwoordig de crisis aan den lijve. Ze moeten aan de bak
en dienen alle zeilen bij te zetten. Daar past een premier bij die in elk geval empathie en
compassie toont. Het hoeft geen zuurpruim te zijn, een onheilsprofeet met een gezicht als een
donderwolk. Wel zou het hem sieren wanneer hij z’n tronie aan zou passen aan de boodschap
die hij brengt.
De Pers kopt: “En nu serieus.”  Zo is het maar net. Lachen is gezond, maar in zo’n positie
moet je wel weten wanneer en waarom je hartelijk lacht. Lachen om de ellende van de
burgers die onder je zijn gesteld is te allen tijde ongepast.

Anne Jan Teunis, 02-03-2012.

terug

Afscheid.

De winter is definitief ten einde en mijmerend denk ik aan die dinsdagavond een paar weken
geleden. Het was kraakhelder en het vroor nog flink. Op de Aadijk stond ik even stil om op
m’n hond te wachten. Weemoedig genoot ik van het moment en besefte dat wat ik zag wel eens
voor het laatst kon zijn.
In oostelijke richting keek ik naar de bomenrij rond de Bleskolkplas. Een dreigend zwart stuk bos
met een ijle, heldere lucht als achtergrond. Boven dit bos kwam op dat moment de volle maan
feloranje op in de avondkou. Hij leek wel in brand te staan. Een geweldig gezicht.  Terwijl ik
verder liep, klom de maan heel langzaam omhoog en veranderde hierbij van kleur. Van geel en
beige naar melkwit. Dicht bij het bos gekomen hoorde ik de roeken onheilspellend krassen, alsof
ze één en ander reeds voorvoelden. Binnenkort zal hier driftig worden huisgehouden en de kaalslag
moet een vreselijke aanblik gaan vormen. Zomaar een moment, zomaar even de klok stilgezet.
Een stilleven. Schitterend. Een paar uur later scheen dezelfde maan onwaarschijnlijk fel door m’n
keukenraam naar binnen en mijmerde ik over de dingen die voorbijgaan. Dezelfde maan die
daarstraks brandend oranje boven het bos verscheen stond nu trots en fel wit hoog aan de hemel.
Een wonder, voor mensen niet te bevatten. Met de komst van Waterrijk, in welke vorm dan ook,
zijn die prachtige opkomsten van de maan voorgoed verleden tijd, simpelweg omdat huizen en
lantaarnpalen de horizon zullen gaan vervuilen, waardoor je de sterrenhemel lang zo mooi niet meer ziet.
Een klein detail, een momentje uit het leven van een burgermannetje. Hij genoot heel simpel van het
ogenblik, nu het nog kon. Binnenkort nemen we afscheid van weer een stukje dierbare natuur.

Anne Jan Teunis, 22-02-2012.

terug
Smeermiddel.

Afgelopen zondag de derde aflevering over Van Kooten en De Bie gezien en wat kan humor
op niveau een mens goed doen.
Wel vaker heb ik me voorgenomen om eens wat meer naar humoristische berichten te speuren
in de kranten. Buiten FC Knudde is het maar matig gesteld en de strips in andere dagblaadjes
zijn nog veel matiger. Echte humor moet je met een lampje zoeken
Vorige week stonden er zomaar een paar leuke berichten in de Metro. Ten eerste was er in een
bos in Brabant een verbrand lichaam ontdekt. Aan de Urnenweg. Kijk, dat is humor, ook al is
het natuurlijk een ernstig bericht.
Een paar pagina’s verder gaat het over het zakgeld van onze ouderen in de bejaardenhuizen.
Het schijnt dat alles wordt doorberekend en dat levert een heerlijke bureaucratie op. Ik lees dat
er rekeningen naar de ouderen worden gestuurd voor de bingo of het oppompen van een
rolstoelband. Sommige instellingen sturen rekeningen  voor suiker in de koffie. Humor van de
bovenste plank, hoewel het in wezen natuurlijk in en intriest is en ook lang niet iedereen om dit
soort humor kan lachen.
Toch heeft een mens humor nodig, want anders word je overspoeld door alle ellende. Wanneer je
de krant maar opslaat, lees je berichten over moordpartijen, aanrandingen en een misselijkmakend
verhaal over het nieuwe boek van Guus Luijters, getiteld “in memoriam.” Een meisje van 10, alleen,
op weg naar de gaskamer. Dan houdt alles op en na het lezen van het artikel ben ik urenlang
compleet van slag.
Om nog een beetje balans te creëren, heb je tegenwoordig massa’s humor nodig. Door de
prestatiemaatschappij en het continu op de toppen van je kunnen lopen, wordt de humor vaak
naar de achtergrond verdreven. Erg jammer.
Het boek van Van Kooten en De Bie is gesloten. Een uniek duo. We zouden mogen willen dat
er in deze tijd een vergelijkbaar duo op zou staan. Het zou zeer welkom zijn. Humor is het
smeermiddel van de maatschappij en zonder die humor loopt alles droog en vast.

Anne Jan Teunis, 21-02-2012.

terug

Kind van de rekening.

Tijdens de open dagen van de Almelose scholen kwamen we in een klas terecht, waar het vak
rekenen centraal stond. Aan de hand van grafieken werd aangetoond dat dit vak zeer nodig is.
Bij aflevering kunnen leerlingen van 12 jaar goed rekenen, maar wanneer ze een jaartje of drie
verder zijn, kijkt de gemiddelde leerling de leraar met koeienogen aan wanneer deze vraagt
hoeveel 9 keer 8 is.
Een kwalijke zaak, want hoe belangrijk rekenen is merk je iedere dag. Vorige week moest minutieus
berekend worden hoe dik het ijs op de Elfstedenroute was en daar werden hele avonden mee gevuld.
Hoezo wereldnieuws!!
Alberto Contador is z’n Tourzege van 2010 kwijt omdat aangetoond is dat hij een minieme hoeveelheid
clenbuterol in z’n lichaam had. Heel klein foutje met grote gevolgen. Knap berekend.
Zo moeten op allerlei gebied belangrijke beslissingen worden genomen naar aanleiding van complexe
berekeningen. Denk aan onze André Kuipers. Je zal maar een kommaatje verkeerd zetten. Vliegtuigen
in de lucht, schepen op zee, al dan niet saluerend langs de kust. Waar zouden we zijn zonder onze
rekenbollebozen?
Samen met m’n dochter heb ik me dan ook aangemeld voor dit rekenklasje, want er zijn berekeningen
waar ik niet uit kom. Zo kreeg ik een rekening van de Cogas waarin stond dat ik 85 euro voorrijkosten
moest betalen. Ik ben aan het rekenen geslagen, maar ik kom altijd op een ander bedrag uit.
Een auto die voor komt rijden versus 85 euro: ik kan het niet rijmen.
Verder een bericht in Tubantia dat ZGT 700.000 euro per maand uitgeeft aan interimmers.
Een slordige 8 miljoen per jaar en dat is de begroting van Heracles Almelo. Gaat het hier om een
aantal mensen die dan zeer veel verdienen of om heel veel mensen die toch ook dan nog een goed belegde
boterham verdienen?
Graag wil ik dit soort vraagstukken kunnen oplossen en daartoe ga ik eens een poosje in zo’n klasje zitten.
Hopelijk wordt het dan wat helderder in m’n hoofd.

Anne Jan Teunis, 14-02-2012.

terug

Tegen beter weten in.

Vorige week en de week daarvoor kregen we na lange stilte een waar spervuur aan berichten
over Waterrijk te verwerken. Eigenlijk wilde ik dit onderwerp eindelijk laten rusten in goed
vertrouwen dat het gebied ongemoeid werd gelaten, maar telkens verschijnen er weer van die
tenenkrommende berichten in de kranten. Tegenstrijdigheid ten top en daarom blijf je reageren.
De gemeente gaf groen licht voor een voorzichtige start van Waterrijk. 165 woningen in de
Parkbuurt, rondom de Bleskolkplas. Er wordt pas gebouwd, wanneer de kavels verkocht zijn.
Groen licht en dan heel, heel voorzichtig optrekken.
De kogel is door de kerk, maar uit dat voorzichtige blijkt dat men er zelf ook niet in gelooft
en er lelijk mee in de maag zit. Het wordt ons “door de strot geduwd”.
Wat kost het en wat krijgen we er voor? De natuur is hier de grote verliezer, maar dat is niets
nieuws. Bomen langs de Van Rechteren Limpurgsingel zullen sneuvelen voor de aanleg van
een fietstunnel en 7 eiken, alsmede 5330 vierkante meter bosschage aan de Aadijk.
We krijgen er een handjevol huizen voor terug en een verdergaande verbrokkeling van het
landschap. Waarom een handjevol huizen? Twee berichten in Tubantia hierover. In het ene
wordt vermeld dat Almelo een van de minst aantrekkelijke steden van Nederland is (plek 46
van de 50 grootste gemeenten).
In een ander bericht lees ik dat Waterrijk nauwelijks mensen uit het westen naar Almelo zal
trekken. Nederlanders verhuizen binnen de eigen gemeente of binnen een straal van 100 km.
De natuurlijke aanwas van Almelo daalt en er vertrekken meer mensen dan er komen.
Wanneer je dit soort berichten leest begrijp je heel goed dat er ver in het buitengebied een
woonwijk met 4000 woningen moet komen. Noem het dorp maar Almelervene.
Ik ben al jaren op zoek naar enige logica in dit project.

Anne Jan Teunis, 03-02-2012.

terug

Zomaar eendag.

Half verscholen achter prachtige, diepgroene loofbomen, stond een mooie villa te
dagdromen in de zon. Het was een kraakheldere voorjaarsdag begin juni. De zomer
moest nog beginnen, maar de temperatuur was vandaag reeds opgelopen tot een
aangename 22 graden.
Toen de rector vanochtend uitgerust en wel wakker werd en zich voldaan nog eens
uitrekte, liep hij voorzichtig, om z’n vrouw niet te wekken, naar het raam. De gordijnen
opzij schuivend zag hij dat de zon reeds opkwam en het landschap achter de villa in
een maagdelijk licht zette.
Eenmaal beneden maakte hij zich een kop koffie en keek naar de overkant van de straat
waar het mooie klooster de Goede Herder, al een aantal jaren z’n werkplek, in alle rust
imponeerde tussen de hoge bomen.
Opgewekt sloot hij de voordeur, stak de straat over en liep begeleid door vogelgezang
in de richting van het klooster.
Na een dag van hard werken, keerde hij ’s avonds moe maar voldaan huiswaarts.
Halverwege de oprijlaan van het klooster bleef hij een moment staan, terwijl hij z’n villa
in ogenschouw nam. Wat hadden ze het toch getroffen. Welk een heerlijk plekje om tot
rust te komen. Een oase waar je iedere avond weer met plezier terugkeerde om nieuwe
krachten op te doen. ’s Zomers zaten ze vaak achter de villa in de schaduw te eten.
Wat kon je tussen twee happen door heerlijk wegdromen, terwijl je over de velden in
oostelijke richting keek. Zo af en toe keek een koe op van het grazen.
’s Winters zat hij meestal in z’n mooie grote fauteuil op gepaste afstand van de brandende
haard. Wanneer hij dan met een goed boek in de ene en een glas rode wijn in de andere
hand zat te genieten, kon hij z’n geluk niet op. Z’n vrouw en hij klonken en beseften dat
groter geluk haast niet mogelijk was, terwijl de wind constant door de twee kolossen van
bomen aan de voorzijde van het huis raasde.
Kon het maar voor altijd zijn, maar wijs als de rector door boeken en vooral levenservaring
was geworden, wist hij maar al te goed dat alles op een kwade dag zou eindigen…..
Cultureel erfgoed doet nadenken en fantaseren en lucht de krochten in onze hersenen.
Het maakt ons tot betere mensen, socialer en bovenal nuttiger voor de samenleving.
Daarom zijn kunst en cultuur in elke vorm zo belangrijk voor jong en oud. Educatief. Oh,
laat het niet verloren gaan, opdat we verhalen blijven vertellen aan onze kinderen en ze zo
opvoeden tot nadenkende, weerbare burgers.

Anne Jan Teunis, 26-01-2012.

terug

Lichtpuntje.

Om te koesteren en dat had ik eerlijk gezegd wel even nodig. Was in een zeer diep moeras
gezonken en dat heeft nog het minst te maken met het trieste weer van de afgelopen weken.
Na een korte stilte namelijk komen de onheilstijdingen weer als stortbuien over ons heen
en ik vraag me serieus af waar het naar toe moet met deze stad.
Gisteren brak het zonnetje even door het inktzwarte wolkendek heen in de vorm van een
berichtje in Tubantia: “Raad wil rectorsvilla niet slopen.”
“Hè, hè,” denk je dan. Het kwartje is gevallen. Echter gaandeweg het artikeltje verdwijnt
stukje bij beetje de glimlach en schuiven er opnieuw wolken voor de zon. Oorzaak:
de Partij Van De Afbraak.
Behoud van de villa  kost geld. Dat klopt, daar heeft de partij gelijk in. Maar wat hebben
al die verkeerde beslissingen van al die heren op het pluche de afgelopen decennia ons als
burgers dan gekost? Toon alsjeblieft nu ruggengraat.  Het gaat slechts om één prachtige villa,
maar voor mij is dit moment cruciaal. Wanneer de raad dit laat glippen, pak ik m’n pet
en druk m’n snor  en zal als schrale troost dagelijks de “zesde van Gustav Mahler, de
noodlotszwangere” draaien.
Zal er ooit één toerist  naar Almelo  trekken om de nieuwbouw van Tactus te bezichtigen?
Het AZC? De brandweerkazerne? Zal deze toerist van één van deze panden een warm
gevoel van binnen krijgen?
Ga voor de aardigheid eens in Ommen kijken. Vanuit Den Ham komend zie je dat er de
afgelopen dertig jaar niets, maar dan ook niets veranderd is. Alle prachtige oude panden
staan er nog steeds trots te wezen en de natuur is ongemoeid gelaten. Behoud van karakter
heet zoiets.
Nu mag je Almelo niet vergelijken met Ommen, maar verander alsjeblieft je visie op natuur
en cultureel erfgoed. Buig het om en erken nu eens de onschatbare waarde voor de stad
van dit soort panden. Let wel: dit pand is het enig overgebleven tastbare bewijs uit de
periode van de Goede Herder. Door te slopen verwijder je definitief een stukje Almelose
historie.
Nog één keer: ”ontwaakt gij die slaapt!!!”

Anne Jan Teunis, 25-01-2012.

terug

Blaffertje.

Dit stukje gaat niet over al die heldhaftige herdershonden die de afgelopen periode een aantal
boeven in hun dijbenen hebben gehapt. Ze verdienen wat mij betreft allemaal een standbeeld
en op z’n minst een aantal reuzenbotten met het vlees er nog aan.
Er zijn andere blaffertjes die vele malen onveiliger zijn en oog in oog met zo’n exemplaar leg je
meestal het loodje.
Er wordt wat heen en weer geschoten in dit land en ver daar buiten. Zo links en rechts worden
voortdurend mensen gevloerd en hoe meer mensen zo’n blaffer in huis hebben, hoe makkelijker
het wordt om hem in bepaalde situaties te gebruiken.
We kennen allemaal de drama’s van vorig jaar die ik hier niet meer ga noemen.
Wat ik wel wil noemen is een verbazingwekkende zin in Trouw van afgelopen zaterdag. In een
artikel over wapenbezit in Amerika lees ik het volgende: “ Zo nam het Huis van Afgevaardigden
van de staat New Hampshire woensdag een wet aan die het universiteiten en scholen verbiedt
om het dragen van wapens te verbieden.”
Even goed je best doen en twaalf keer lezen en je weet wat er staat: scholieren mogen op scholen
en universiteiten gewoon wapens dragen!!!!
Een onbegrijpelijk bericht. Waar moet het naar toe wanneer kinderen, de toekomst dus, nu al
gewoon met wapens naar school mogen? Is het niet vragen om moeilijkheden of leef ik in de
verkeerde eeuw en begrijp alles niet meer zo goed?
Aan de andere kant: wanneer het moet gebeuren, gebeurt het toch. Er zijn genoeg zware
voorwerpen voorhanden om elkaar gezellig de schedel mee in te slaan. Zelfs met de blote vuisten
kun je nog iemand voorgoed uitschakelen. Ondanks dat vind ik het toch een verkeerd signaal om
kinderen al met wapens in hun rugzakjes naar school te sturen. Iets in mij zegt me dat zoiets
niet hoort.

Anne Jan Teunis, 13-01-2012.

terug

Hoe fles ik de boel?

Triester dan nu kan januari haast niet worden. Na al die verlichting rond de Kerst is  het
lange aftellen naar de eerste lentedag begonnen. Het wordt ’s morgens maar niet licht en
de luchten zijn grauwer dan grauw. De hoogste tijd voor wat humor.
En die kwam als geroepen in de vorm van een leuk bericht op de site van Tubantia. Een
prachtige foto van Alpe  d’ Huez. Een fantastisch berglandschap. Sneeuw en een geweldige
lucht. Je kikkert er helemaal van op.
De kop er boven is ongeloofwaardig en daarom heel erg leuk: “ Zieke stratenmaker beklom
Alpe d’ Huez.” Kijk, dan verdien je een standbeeld. Z’n dochter feliciteerde hem op Hyves.
Waar hyves al niet goed voor is, want ook de verzekeraar keek mee. De man was namelijk
tijdens de beklimming en ook tijdens een aantal lange wielertochten arbeidsongeschikt en
moet 75000 euro terugbetalen aan de oplettende verzekeraar.
Hij is een klein visje, waarmee ik eigenlijk nog wel beklag heb, zeker wanneer je denkt aan
al die andere, veel grotere vissen die schaamteloos de boel flessen. Wat mag je wel en wat
mag je niet? Misschien heeft deze bergtocht hem wel goed gedaan en is hij nadien met frisse
moed weer aan het werk getogen?
In elk geval een leuk verhaaltje, waar de nodige humor in zit. De klimmer zelf zal hier
overigens anders over denken.
Iemand uit deze omgeving duwde een aantal jaren geleden z’n vrouw van een bergtop en
dacht, heel doorzichtig allemaal, een mooi bedrag te vangen. Heel veel humor op de vierkante
meter.
De verleiding van “ geld” is blijkbaar te groot. Wat mensen al niet doen om aan geld te komen.
Alle normen en waarden worden opzij gezet. Het doel heiligt alle middelen. Met een zak vol
geld op de rug je fluitend uit de voeten maken. Kijken hoe ver je komt. Het leven wordt
zodoende spannend gehouden en de humor blijft op peil. Waarvoor dank.

Anne Jan Teunis, 12-01-2012.

terug

Negere-ja?

Dit keer een op het eerste oog vreemde titel, maar negeren en Nigeria horen de laatste tijd toch
een beetje bij elkaar. Ze vormen een koppeltje en dat is eigenlijk vreemd, gezien de gebeurtenissen
van de afgelopen maand in dit land.
Rond de Kerst, tussen alle onzinnieuws over ballen en stallen sijpelde een nieuwsbericht door uit
Nigeria. Ik vond het vreemd om te lezen dat Christenen daar in hun eigen kerk waren doodgeschoten.
In de Westerse wereld is dit ondenkbaar, hoewel je dat niet te hard moet roepen. Wie is tegen-
woordig nog veilig en wat is nog heilig?
De laatste week komt er meer nieuws binnen uit dit Afrikaanse land en steeds opnieuw worden
Christenen zonder pardon doodgeschoten in het Islamitische noorden van Nigeria.
In Trouw las ik afgelopen zaterdag een helder artikel over Nigeria, waardoor ik toch een iets beter
beeld kreeg van het conflict. Het blijkt dat de islamitische terreurbeweging Boko Haram in het
noorden van Nigeria een islamitische staat wil afdwingen. Religie als rechtvaardiging voor geweld.
De echte oorzaken zijn economisch en politiek. De groep heeft veel aanhang onder werkloze
jongeren. Hun ideologie is minder religieus. Ze willen slechts een baan en eten op tafel. Scholing
en werk zijn de oplossing. Pas dan hebben de geestelijke leiders geen greep meer op ze.
Niet direct een conflict tussen Moslims en Christenen, maar doordat mensen een stempel opgeplakt
krijgen is het een mooi argument om elkaar toch de hersens in te slaan of een kogel door het hoofd
te jagen. Religie als dekmantel. Heel stiekem moet ik nog even aan de Joden denken. Doordat deze
een ster kregen opgenaaid, kon men ze makkelijk als groep deporteren.
Zwijgen over Nigeria is niet goed, want er vallen hier waardevolle lessen te leren. Natuurlijk is
Afrika ver van ons bed, maar mensen die vermoord worden enkel en alleen omdat ze tot een
bepaalde groep behoren….. Ik vind het een nogal enge gedachte en zeker niet iets om te negeren.

Anne Jan Teunis, 11-01-2012.

terug

Crisismoe.

Crisis, crisis en nog eens crisis. Zo onderhand heb ik er wel een beetje genoeg van.
Talloze artikelen in allerlei kranten en geen journaal doet het tegenwoordig zonder een
item over dit onderwerp.  Het lijkt warempel wel of er verder niets meer bestaat. Ik denk
dat in de loop van dit jaar wel een keer een verzadigingspunt bereikt wordt waarop mensen
massaal gaan zeggen: “Zet nu maar even een andere plaat op.”
Ondanks alle ellende aan de onderkant van de maatschappij die ik zeker niet wil ontkennen
of bagatelliseren, dringen toch ook andere berichten tot me door die niet direct aan een crisis
doen denken.
Zo las ik dat bijna alle regionale vliegvelden in Nederland vorig jaar meer passagiers hebben
mogen verwelkomen. Ze groeien maar door. Wanneer er zelfs massa’s ganzen moeten worden
afgeschoten om al die vakantievluchtjes vlekkeloos te laten verlopen, gaat het nog niet zo heel
slecht in dit land.
Dan het vuurwerk. Nog iets meer uitgegeven dan vorig jaar. Voor 65 miljoen euro kun je
waarschijnlijk wel een aantal minima de winter door helpen.
48 miljoen euro winnen in een loterij. Kan men de winnaar van deze grote prijs niet dwingen
om uit coulantheid 45 miljoen aan de allerarmsten te geven?
Aan de ene kant crisis en aan de andere kant exorbitante uitgaven. Misschien zijn we al een
eind op de goede weg wanneer de “grootgraaiers” wat van hun gigantische overvloed aan de
allerarmsten zouden schenken. Veel mensen zijn met weinig al erg geholpen.
Dat weinig reeds veel kan betekenen, toont me het tevreden gezicht van de heer Mulder in
Tubantia. Hij kreeg voor weinig geld een camera waarmee z’n isolement is opgeheven en hij
weer in de kring is gekomen en meedoet. Goed initiatief van de gemeente Almelo.
Laten we voorlopig onze zegeningen maar tellen. Het zijn er vele. Een pas op de plaats is
niet erg. Even om je heen kijken waar je staat. Minder materialistisch en meer sociaal.
Er zijn mensen die beweren dat we uiteindelijk sterker uit deze crisis zullen komen. We
waren in troebel water beland. Ontdaan van veel opsmuk zullen we hopelijk meer oog krijgen
voor sociale waarden. Op weg naar een nieuwe balans.

Anne Jan Teunis, 07-01-2012.

terug

Boekje open of boekje dicht?

Het boek van Kerst kan alweer dicht. Voorbij voor je het weet. Over en uit. Of toch niet?
Nee, de lijst met schandalen blijft ook na de Kerst gewoon doorgroeien. Gisteren las ik
een nogal komisch bericht op Nu.nl. Priesters van verschillende groepen zijn met elkaar
slaags geraakt in de geboortekerk te Jeruzalem. Haantjesgedrag van orthodoxe groepen
en het is wel duidelijk dat deze haantjes in feite erg weinig van de Vredesboodschap
begrepen hebben.
De afgelopen weken is (terecht) een waar offensief ingezet om de kerk diep door het stof
te laten gaan. Natuurlijk heel tactisch zo vlak voor de Kerst. Het begon allemaal met het
rapport van de commissie-Deetman. Vlak voor Kerst kwam daar het “gevalletje” van de
pastoor van Albergen bij en deze week alweer een uitgeschakelde pastoor plus in Israël
“grote orthodoxe jongens” die kleine meisjes het leven zuur maken. Je zou verwachten
dat nog maar weinig mensen de moed kunnen opbrengen om naar de kerk te gaan.
In Mariaparochie hadden ze zich weinig van alle commotie aangetrokken. Het
“kroamschudd’n” leverde daar traditioneel een lange wachtrij voor de kerk op. Wellicht
kwamen deze mensen voor de onopgesmukte boodschap van Kerst en minder voor de
“mutsen en mijters” die nog immer hun vermanende vingertjes opsteken, terwijl nederig
door een achterdeurtje van de kerk verdwijnen toepasselijker zou zijn.
Hopelijk kan het boekje nu dicht. Het is niet alleen maar kommer en kwel in de Katholieke
kerk. De meerderheid van de priesters is wel te vertrouwen en van onbesproken gedrag.
Misschien is de les dat we de voorgangers meer als mensen moeten zien en ze van hun
voetstuk af moeten halen. Ze respecteren, maar wel kritisch volgen. Daarbij moet de blijde
boodschap centraal blijven. De rest is mensenwerk!

Anne Jan Teunis, 30-12-2011.

terug

Almelo, 28 december 2011

Gerwin Kamphuis, het enfant terrible van de gemeenteraad
(door Tony Cassese)

Raadslid Gerwin Kamphuis (LKA) en Jaap Stapel (PvdA) kunnen elkaar sinds vorige week
wel schieten. Nu vingen de heren elkaar de vlooien de afgelopen tijd wel vaker af, maar
bij de laatste raadsvergadering liepen de zaken volkomen uit de hand. Stapel, die weer eens
de voorzittershamer hanteerde, draaide Kamphuis’ microfoon dicht toen deze bezig was zijn
standpunten op de hem bekende felle wijze uiteen te zetten. Kamphuis, juist op stoom, goed
bij stem en dus goed te verstaan, praatte echter gewoon door. Enkele gemeenteraadsleden,
Fred Gerritsen van D66 theatraal voorop, verlieten daarop de raadszaal. Politieke windvaan
Herman Nijhuis (VVD) opperde bovendien om Kamphuis uit de raadszaal te laten verwijderen.
Om het allemaal nog erger te maken riep oud-wethouder Bert Kuiper via Twitter zelfs op
een cordon sanitaire rond Kamphuis in te stellen. Kortom de PvdA-fatwa is over Kamphuis
uitgesproken. Wat een ongelofelijke, maar typisch Almelose poppenkast en wat een
achterbaksheid.
Kennelijk wordt Kamphuis de coalitie te gevaarlijk. Hij weet inmiddels hoe de hazen lopen
in Almelo, maar hij gaat daarin zelf niet mee. Hij neemt nu eenmaal geen blad voor de mond
en dat wordt in Almelo absoluut niet op prijs gesteld. Je wordt hier geacht mee te doen met
het ophouden van de schone schijn. Een raadslid dient keurig van de tongriem te zijn gesneden
en geen taal van de kouwe nuchtere Almelose grond te bezigen. Een raadslid hoort sinds de
dood van het vroegere raadslid Joop Schepers – ook al zo’n goedgebekte dissident- in de pas
te lopen van de zittende macht. Je kunt je afvragen wat erger is: iemand, die eerlijk, met open
vizier en recht voor de raap zegt waar het op staat, of iemand, zoals een Jaap Stapel, zoals
een Herman Nijhuis, die op geraffineerde wijze iemand van achteren de politieke hals probeert
door te snijden. Zodra het niet de kant van de gevestigde orde opgaat, wordt de redenaar
de mond gesnoerd. Ook Harry de Olde van de PVA kan daarover meepraten. Toen hij eens
opmerkte dat de hele binnenstad van Almelo door de gemeente is verkloot, snoerde mevrouw
de burgemeester hem subiet de mond.
Trouwens, over poppenkast gesproken: de grootste (maar niet grote) acteur is Fred Gerritsen
zelf, die met zijn wegloopactie heel goed heeft laten zien dat hij zich klaarblijkelijk lekkerder
voelt in het incestueuze politieke nest van de coalitie en niet in dat van de oppositiebanken.
Stel je voor, wethouder Gerritsen…, brrrrrr. Er is ook niet zoveel echt aan deze man, die
zichzelf het liefst elke week in de krant ziet staan. In de raadszaal is het een soort  derderangs
soapacteur, die met veel theatrale armbewegingen en kakkeriaanse stem indruk probeert te
maken. Een hoop poeha. Eerder was er geen groter voorstander dan Gerritsen van de
ontwikkeling van het Fortezzaplan. We kennen allemaal de foto nog: als heer vermomd stond
hij vooraan te applaudisseren bij de onthulling van het grote Fortezzabord op de huidige
nieuwe stadhuislocatie aan de Egbert Gorterstraat. En nu? Hel en verdoemenis over dat
vermaledijde Fortezza.
Nee, dan toch liever Kamphuis, die alles kritisch volgt, al dan niet met ferm taalgebruik.
Samen met een regelmatige bezoeker van de raad is hij zelfs mogelijke fraude met aan het
Theaterhotel verstrekte subsidiegelden op het spoor. Hij maakte daarbij foto’s van een
zogenaamd (met gemeenschapsgelden betaalde) nieuwe laadlift bij het theater, die er
achteraf in het geheel niet is gekomen. Vermoedelijk geldt hetzelfde voor een zogenaamde
nieuwe theatervloer en andere zaken. Waar is dat geoormerkte geld gebleven? Maar bij
niemand van de complete gemeenteraad, noch het college gaan alarmbellen rinkelen, noch
wordt er een onderzoek gestart terwijl ze daartoe wel een inspanningsverplichting hebben.
Opmerkelijk! Ja, Kamphuis is misschien te hard, maar hij brengt blijkbaar wel bepaalde
belangen in gevaar en dat motten we niet hebben in Almelo.

terug

Wa’k nou lees?

Is het niet vreselijk lachwekkend? In de categorie: “Je weet niet wat je leest”, viel m’n oog
op een bericht op de site van Tubantia.
Het gaat over een plan van de Christelijke Gemeente Nederland om een religieus centrum
te realiseren naast Urenco. Op zich natuurlijk geen lachwekkend bericht, maar doorlezend
stuit ik op een zin die ik niet goed kan plaatsen: “De gemeenteraad heeft moeite met een
grote ontwikkeling in het buitengebied.”
Zo, dat is nieuw. De gemeente als beschermer van het buitengebied. Oh, wat zijn we heden
blij, want wat wil een natuurliefhebber nog meer dan dat de gemeente opkomt voor die paar
resterende groene brokjes tussen al dat steen?
De tegenstrijdigheid druipt echter van deze opmerking af. In twee opzichten snap ik de zin
dan ook niet. In de eerste plaats kan ik de weerstand tegen het optrekken van een paar
gebouwen naast Urenco niet rijmen met het wel willen bouwen van meer dan 4000 huizen
in Waterrijk. Als je praat over een grote ontwikkeling in het buitengebied van Almelo,
waarbij de gemeente bijna tot aan het centrum van Vriezenveen wil gaan bouwen, heb je
met Waterrijk toch een goed voorbeeld van waar onze gemeente voor staat en hoe zwaar
het belang van de natuur voor haar weegt.
Ten tweede denk ik dat een paar gebouwen extra in dit gebied niet zo veel kwaad kunnen.
Urenco is de buurman en de Karelskamp en andere grote gebouwen staan in de directe
omgeving. De uitzichten zijn toch al verpest, dus daar hoeven we ons niet druk om te maken.
Een vreemde schijnbeweging dus van de gemeente. Is zo’n centrum in deze tijd trouwens
nog wel nodig? Is er niet ergens in de stad nog een “gat van Almelo” te vinden? Waar veel
kerken sluiten en de secularisatie niet te stoppen lijkt, mede geholpen door een sleutelgat-
kijkende bisschop, lijkt mij dit een overbodige actie die een beetje doet denken aan de
onnodige bouw van kantoorpanden. Bouwen voor leegstand.
Kortom: ik snap eigenlijk beide partijen niet. Een tip: gewoon met de Kerst naar Sissi en
de Sound of Music kijken en met een helder hoofd in januari de draad weer oppakken.

Anne Jan Teunis, 23-12-201

terug


De citybijbel.

Een poosje geleden viel me een leuk berichtje op over de citybijbel. Natuurlijk hielp het
dat Heraclesspeler Everton Ramos da Silva het eerste exemplaar in ontvangst mocht nemen.
Een mooie blikvanger en een prima promotie. Wanneer je de moeite zou nemen om langs
te komen, mocht je een gratis exemplaar pakken. Veel lager kan de drempel niet zijn.
In een donkere hoek even voorbij de Georgius Basiliek haalde ik m’n exemplaar en had
een leuk gesprek met een aantal mensen die de bijbels aan de man brachten. We vonden het
een goede actie en hadden het over verdraagzaamheid en vrede en dat het een mooie
tegenhanger is van al die meer dan onnodige kerstkitsch die deze weken op ons afkomt.
Een uur later werd de cassière van de C1000 doodgeschoten.
Grote verslagenheid natuurlijk omdat het zo’n schril contrast is met de zoete sfeer die men
aan het opbouwen is richting de Kerst.
Over de moord is intussen al het één en ander geschreven, maar het ziet er gelukkig naar uit
dat er geen religieuze motieven zijn en het is ook een geluk dat de dader niet in het wilde weg
om zich heen is gaan schieten. Een “crime passionnel” die volledig op zichzelf staat. Het heeft
niets met Almelo te maken in die zin dat het net zo goed op de Ginkelse hei had kunnen gebeuren.
Het leven gaat verder. Op zaterdag kreeg iedereen de geest en trok er op uit om huis en tuin te
versieren. Hordes uitgelaten kinderen van een jaar of dertien in een andere supermarkt op de
maandag na het drama. Life goes on en zo hoort het ook.
Bloemenzee en stille tocht. Op de dag van de stille tocht was het volgende drama, te Luik
ditmaal, al weer te betreuren en tevens een incident in Florence. Hoe vaak hebben we het al
niet gezien? Wanneer je alle schietincidenten van de afgelopen jaren optelt schrik je van deze
gewelddadige samenleving. Vooral onbegrip overheerst.
Afgelopen zaterdag stond een interview in Trouw met misdaadschrijver  Ferdinand van Schirach.
“De mens worstelt met kwesties als hebzucht, onmacht, depressie, wanhoop en jaloezie. Uit een
Amerikaans onderzoek blijkt dat meer dan 50 procent van de ondervraagden wel eens had
overwogen om iemand te vermoorden. Het is kennelijk iets dat in ons allemaal schuilt.”
Na het lezen van dit interview en na alle gebeurtenissen van de afgelopen dagen en jaren kom
je tot de  conclusie dat we als mensen op een wankel koord balanceren. Er kan waar ook ter
wereld zo maar op enig moment iets misgaan. We moeten constant proberen om dingen niet te
laten escaleren. Je kunt over een citybijbel zeggen wat je wilt, maar de inhoud van deze bijbel
kan ons wel degelijk helpen om aan de goede kant van de streep te blijven. Zonder moraliserend
te willen zijn of alles met een simpel boekje af te doen, ben ik wel van mening dat het lezen er
van een hulp kan zijn om te proberen op een positieve manier wat vrediger met elkaar om te gaan.
 

Anne Jan Teunis, 15-12-2011.

terug


Tussen hoop en vrees.

Een aantal weken geleden vond op een troosteloze, mistige, doordeweekse ochtend een
trieste gebeurtenis plaats langs de Almelose Aa. Een man in een oranje pak zaagde met
knetterend geluid de “praattafels” om, de wilgen die de kans hadden gehad om in korte
tijd uit te lopen. Ze hadden deze kans niet gegrepen en konden dus hun biezen pakken.
Einde verhaal.
Navraag bij de gemeente leerde dat er begin december compensatie zou komen.
Aldus geschiedde en op een middag zag ik inderdaad dat er een zestal nieuwe bomen was
aangepland. Ik kon m’n geluk niet op, want de gemeente had woord gehouden. Bravo,
want zo hoort het. Dezelfde gemeente kreeg dit jaar in de poll eens niet de zwarte piet
toegekend en daar was ik het op dat moment wel mee eens.
Sint en Piet waren echter koud het land uit of ons werd afgelopen week als bomenlief-
hebbers de grond onder de voeten weggeblazen. Op de site van Tubantia een foto van
een mooie stapel gerooide bomen en een weldadige tekst daarbij: “Minder regels voor
Almelose bomenkap.”
Nu juich ik het afschaffen van regels te allen tijde toe, maar dit is nu zo’n onderwerp waar
wel degelijk regels voor nodig zijn. In elk geval één regel die zelfs voor kinderen van vier
begrijpelijk is en die luidt: “Nooit kappen, tenzij een boom gevaar oplevert voor de mens.”
Bomen moeten beschermd worden. Aan de ene kant omdat ze zo belangrijk zijn, want
zonder bomen geen leven. Aan de andere kant omdat ze zelf hun stem niet kunnen laten
horen.
Er zal waarschijnlijk kaalslag plaatsvinden. De bomen waren al een beetje vogelvrij sinds
de bomenstichting er de brui aan gaf. Nu staat niemand meer iets in de weg om naar
hartenlust te gaan kappen. Iedere tak die in de weg hangt zal een reden zijn om de boom
te vellen. De techniek van de verschroeide aarde. Op naar een stad van steen en asfalt.
Ik eindig in mineur en vrees, maar hoop ten diepste dat ik er voor meer dan 100 procent
naastzit. Wel weet ik nu al wie ik volgend jaar de “zwarte piet” geef.

Anne Jan Teunis, 12-12-2011.

terug

Steen des aanstoots?

Mild maar vastberaden lacht hij ons toe op een foto op de site van Tubantia. Ugur Çete
gaat een gedenksteen plaatsen om de Turkse slachtoffers uit de periode rond 1915 te
herdenken. Hij voelt zich op de teentjes getrapt omdat de gemeente wel naar de herdenking
van de Armenen gaat en zich vorig weekend niet liet zien op een conferentie waarop het
Turkse standpunt werd toegelicht.
Nu geloof ik niet dat veel Almeloërs wakker liggen van de Turkse “kwestie” of “genocide”
van 1915 al weer. Wij hebben bovendien genoeg aan onze eigen historische uitglijders.
Er is wereldwijd in de loop der eeuwen gigantisch veel fout gegaan en vaak krijg je achteraf
de welles-nietes verhalen. Iedere groep probeert z’n straatje zo veel mogelijk schoon te vegen.
Alles kun je bijdraaien, echter de doden blijven. In 1915 waren dat er zo’n 500000 en dat is
dunkt me genoeg voor een aantal gedenkstenen.
We moeten daar niet al te moeilijk over doen. Herdenken mag en moet zelfs opdat we er
lering uit trekken. In dit geval kan het heel simpel zijn. De Armenen hebben een kerk en de
Turken een moskee. Plaats de gedenkstenen op de pleinen van deze gebouwen en ga er jaarlijks
een keer omheen staan. Klaar. Niemand heeft er verder last van en je kunt op eigen terrein je
gang gaan. Zelf betalen en onderhouden. De gemeente zorgt bovendien voor een afgevaardigde
die z’n gezicht laat zien. Iedereen tevreden.
De geschiedenis wordt door het plaatsen van gedenkstenen niet vergeten, maar nog beter is het
om toekomstgericht bezig te zijn en te proberen de conflicten en ergernissen van nu op te lossen.
Gelijk halen is leuk, maar je kunt je beter richten op de toekomst. Weg met dat haantjesgedrag.
Verdraagzaamheid en begrip lossen heel veel op. Lering trekken uit het verleden en van daaruit
bouwen. Over tot de orde van de dag.

Anne Jan Teunis, 04-12-2011.

terug


Ontstopping.

Zomaar een vrijdagochtend, naar verwachting minder druk dan de maandag. Met de auto van
Almelo naar Hengelo, voor het eerst dit jaar. Route via Zenderen en Borne.
De cijfers: De rit duurde ongeveer 30 minuten. In dat half uur werd een afstand van 16 km
afgelegd. Dat is een gemiddelde van 32 km/h. Ik telde 19 stoplichten en had onderweg nog
extra oponthoud door een tweetal shovels.
Dit zijn cijfers om mee thuis te komen. Alleen maar stoppen en optrekken. Door de shovels
werd de gemiddelde snelheid iets lager, maar veel scheelt het niet. Op een willekeurig brommertje
win je het op dit traject van de auto.
Nou ja, genoeg frustratie dus weer, maar een vrijdag maakt alles goed. De lontjes zijn dan heel
lang en iedereen loopt al met de weekendgrijns op z’n gezicht.
Toch wringt er iets. Dat ikzelf met de auto ging had wat praktische redenen, maar ik voelde me
desondanks schuldig.
Een aantal dagen eerder stond er in Tubantia  een stukje over het pas geopende stuk fietssnelweg
tussen Hengelo en Enschede, de F35. Dat is de oplossing. Een ieder die van deze snelweg gebruik
gaat maken een vette bonus geven en je zult zien dat alles verandert. Natuurlijk zijn er mensen
die je met geen tien paarden uit de auto krijgt, maar door een financiële stimulans te geven trek
je volgens mij toch een fiks aantal mensen over de streep.
Minder files, minder fijnstof, meer beweging, waardoor minder medische kosten, zowel lichamelijk
als geestelijk. Wat een voordelen! Het is allemaal zo simpel, maar de mens is halsstarrig. Men staat
liever dag aan dag in die rokende doosjes achter elkaar te koekeloeren. Kwestie van mentaliteit.

Anne Jan Teunis, 28-11-2011.

terug

Doorgeschoten.

Wat beheerst momenteel ons leven? Niet de lage waterstanden in onze rivieren. Niet de onrust
in Egypte. Niet de torenhoge staatsschuld in de VS. Niet de ontwikkelingen in Griekenland en
Italië. Niet de crisis in eigen land. Niet de dreigende armoede voor ons allen.
Nee, het achtuurjournaal opende vorige week met de aanstelling van Louis van Gaal bij Ajax.
Je bedenkt het niet. Talloze bolides met allerlei belangrijke spelers uit het verleden, van Sjaak
Swart tot Keje Molenaar. Allemaal mochten ze vanuit hun paleisje wat zeggen.
Een gigantische machtstrijd tussen twee partijen. Een onvervalste mierenhoop van belangrijke,
veelverdienende bestuurders. De kranten staan er al dagen vol mee. Wereldnieuws!
Toon van Driel kan momenteel half slapend z’n strip tekenen. De gebraden duiven worden
hem vanuit de Arena zo de mond ingeschoven. Elke dag is er wel iets lachwekkends.
Moe, moe en nog eens moe word je er van. Voetbal is een simpel spelletje. Zet dat eens af
tegen die nu al maandenlang durende hetze in Amsterdam. Een spelletje en dan zo’n ophef?
Dwazer kan het haast niet.
Wat een verschil met Heracles Almelo. Met een aantal mensen een gezellige club runnen.
Geen gezwets, geen gezeur, rust in de tent, duidelijkheid, korte lijnen. Gevolg: netjes in het
linker rijtje en welgeteld vier punten minder dan die Amsterdamse roversbende.
Een tip voor Ajax? Trainer en selectie in de bus naar Schiermonnikoog. Daar in een gezellig
stadionnetje onbevangen tegen een balletje gaan trappen. Kwaliteit genoeg in de spelersgroep,
maar door al het gekrakeel er omheen van mensen die met hun grote krop belangrijk willen zijn,
komt het er onvoldoende uit. Hou het simpel en zorg voor rust in de tent.

Anne Jan Teunis, 24-11-2011.

terug

De omgekeerde wereld. 

De onderdirecteur uit Nieuwegein die vorige week met veel bombarie door de politie werd
opgepakt, zal niet worden vervolgd. De zaak is geseponeerd. Gezond verstand schijnt in
Nederland nog te bestaan. Gelukkig.
Vechten in een klas hoort niet. Na het ventje een tiental keren gesommeerd te hebben de
klas te verlaten, voegde de onderdirecteur de daad bij het woord en greep hem bij de lurven.
Gevolg: een paar blauwe plekken en een schrammetje. Niets mis mee. Ik en hopelijk heel
veel mensen met mij snappen dit en zouden, wanneer het hun eigen kind was overkomen,
bij thuiskomst geantwoord hebben: “Je hebt er zelf om gevraagd. Boontje komt om zijn
loontje.” Bravo voor de doortastende leraar.
In Nederland is het echter normaal dat de leraar gestraft wordt, in plaats van de leerling die
de straf verdient. Ook dat het slachtoffer van een inbraak gestraft wordt wanneer hij de
inbreker betrapt en een flinke mep verkoopt. We kijken er niet vreemd van op dat in een
weekend drie buschauffeurs klappen krijgen van snotneuzen wanneer deze erop worden
gewezen dat iets niet mag.
In Seoul pakken ze het anders aan. Daar laten ze een scholiere voor straf een uur lang op
de knieën zitten, terwijl ze een lestafel boven haar hoofd moet houden. Vaders leverden tot
voor kort nog stokken en allerlei ander slagwerk aan leraren om hun kroost goed te kunnen
tuchtigen.
Natuurlijk moeten we dit soort praktijken niet willen in Nederland. Verre van dat. Alleen is
het hier te ver naar de andere kant doorgeschoten. Weg met die verwennerij. Wie zoet is
krijgt lekkers, wie stout is de roe. Zo moeilijk is dat niet.

Anne Jan Teunis, 17-11-2011.

terug

Stille hoop.

November is dan toch gearriveerd. Nadat de natuur ons nog weken in de waan had gelaten
dat het met de herfst en winter niet zo’n vaart zou lopen, werd me woensdagavond duidelijk
dat we ook dit jaar weer aan het kortste eindje trekken.
In het buitengebied was het mysterieus prachtig. Een bijna volle maan aan een heldere
sterren hemel. Op de grond was het behoorlijk mistig. Er lag een soort schil van mist om
de aarde. Bovendien was het windstil en dat maakte alles nog mysterieuzer in deze kleine
wereld.
Wat me vooral opviel waren de geluiden die erg ver droegen, vele malen verder dan normaal.
Een duidelijke mannenstem op afstand en heel in de verte het gehinnik van een paard. Maar
bovenal een uur lang het allesoverheersende geraas van auto’s, vele malen versterkt door die mist.
Het deed me denken aan een stukje in het journaal over elektrische auto’s. Naast alle voordelen
werd een nadeel genoemd: ze zijn te stil. Wanneer je stapvoets rijdt, hoort men je niet aankomen.
Wat zou een novemberavond in de mist nog vele malen mysterieuzer kunnen zijn wanneer er
absolute stilte zou heersen. Een mooie, stille maand van bezinning voordat de knotsgekke
decembermaand begint. Over een aantal jaren kan het dankzij de elektrische auto al zover zijn.
Dit was een avond om niet licht te vergeten. Aan de ene kant waren er de schitterende natuur-
verschijnselen. Aan de andere kant verbaasde ik me er in hoge mate over dat je langer dan een
uur in het buitengebied kunt lopen zonder een moment van absolute stilte. Auto’s hoor je altijd
en overal. Door de mist werd dit pijnlijk duidelijk.
Het landschap was van alle tijden. De auto’s verpesten het helaas ten dele.

Anne Jan Teunis, 12-11-2011.

terug

Stinkend rijk.

De beker is nog steeds niet leeg. Crisis op crisis. De neerwaartse spiraal zet door.
TC Tubantia weet deze week te melden dat in Almelo meer dan 6000 huishoudens
van een minimumloon moeten rondkomen. Dat is één op de vijf en een stijging ten
opzichte van voorgaande jaren(armoedemonitor 2010.) Een nieuw stadhuis waarvan
de toren steeds lager wordt, Waterrijk waar steeds minder huizen komen. Een
kinderboerderij die vervalt tot een schuurtje met nog slechts één koe. Het is schaven,
beknotten, uitknijpen. En dan gaat de bekendste Nederlandse man die “ Rijk” heet
ook nog dood.
Fietsend met gebogen hoofd vanwege die zware geestelijke last kwam ik door een
volkswijk. Daar keek ik naar binnen in een knus verlicht huiskamertje. Een paar
mensen zaten stijf tegen elkaar op een bank en keken gezellig tv. Huiselijk geluk
te midden van simpele meubeltjes. Zou het dan allemaal toch nog meevallen? Heeft
een mens eigenlijk veel nodig om gelukkig te kunnen zijn?
Gisterochtend brak voor mij de zon door. Bij het station deelde een aardig meisje
de gratis ochtendkrant “De Pers” uit. Vanaf nu weer dagelijks gratis te verkrijgen en
dat vrolijkt ons op, want het is toch ook te zot voor woorden dat een stad als Almelo
met 72000 inwoners verstoken blijft van een gratis(niet goedkope) kwaliteitskrant.
In tijden van crisis is dit een welkom opstekertje. Een gratis kwaliteitskrant moet je,
zeker tegenwoordig, niet laten liggen. We pakken iedere strohalm.
In het eerste exemplaar lees ik dat de rijksten in Nederland weer een beetje rijker
zijn geworden. Hun vermogen nam dit jaar toe met 5,6 procent. Wie het nu nog snapt,
mag het zeggen. Ergens zit er iets scheef in onze maatschappij, dat is wel duidelijk.

Anne Jan Teunis, 04-11-2011.

terug

Vuil, vuiler, vuilst.

We kunnen er trots op zijn: Nederland is het meest vervuilde land van Europa.
Dit kleine berichtje in Tubantia van vorige week deed me wel even de haren ten berge rijzen.
Ernstige cijfers. Moet dat geen voorpaginanieuws zijn?
“Lucht, water en bodem in Nederland zijn de vieste van heel Europa.” Van de 27 landen
staan we voor wat bodem en water betreft stijf onderaan en er zijn twee landen in Europa
waar de lucht nog viezer is. Volgens Natuur en Milieu moet het autoverkeer ontmoedigd
worden, want fijnstof door intensief autoverkeer brengt gezondheidsrisico’s met zich mee.
Nu is niets in Nederland heiliger dan de heilige koe en roomser dan de Paus ben ik ook al
niet, maar ik heb vaak wel m’n vraagtekens bij het overmatige gebruik van het blikken ding.
Is de prijs die we voor ultieme mobiliteit betalen uiteindelijk niet te hoog?
Wanneer ik denk aan al die files, al die dodelijke ongelukken, al dat fijnstof, parkeer-
problemen, het bumperkleven en al die dieren die het loodje leggen na een botsing met
diezelfde bumpers, stemt me dat niet echt vrolijk. De auto is op elk terrein allesoverheersend.
Nog even terug naar het fijnstof. Wanneer je een uur lang over het fietspad van Almelo naar
Hengelo fietst en honderden auto’s je passeren heb je geen idee hoeveel fijnstof je in zo’n
uur inademt. Is fietsen dan nog wel zo gezond?
De auto heeft ons vele zegeningen gebracht, maar wegen die onderhand op tegen de hiervoor
genoemde nadelen?
De tijd valt niet terug te draaien en niemand zal z’n auto inleveren voor een paard en wagen.
Toch moeten dit soort onderzoeken en cijfers wel iets met ons doen. Onze eigen longen zijn
wellicht nog net iets belangrijker dan het gemak van de auto. We kunnen proberen wat
bewuster met de heilige koe om te gaan. Wat vaker de fiets pakken of gaan lopen.

Anne Jan Teunis, 28-10-2011.

terug

“Ik vertrek.”

Afgelopen maandag zag ik naast de mooie rectorsvilla aan de Vriezenveenseweg een
aantal meubelstukken en wat kartonnen dozen staan. De laatste jaren maakt het er toch al
een verpauperde en onverzorgde indruk, zodat deze janboel er zo maar bij zou kunnen
horen, maar ik heb sterk het idee dat men nu de biezen gaat pakken.
En dan wordt het oppassen geblazen! Het toch al niet zo goed onderhouden pand met
de al tijden onverzorgde tuin zou zo maar eens binnenkort van de aardbodem kunnen
verdwijnen. De gemeente heeft wat dat betreft een reputatie op te houden. Voor je het
weet gaat het pand tegen de vlakte en bestaat het alleen nog op foto’s.
Een aantal weken geleden stond er in Tubantia een artikel over de Erfgoedvereniging
Heemschut. Een aantal zinnen wil ik u niet onthouden: “ Want eigenlijk gooi je ook jezelf
weg als je een oud, waardevol pand afbreekt.” “De wet van het vertraagde verdriet.
Later blijkt vaak dat het oude toch mooier was.”  “Het gaat om het behoud van het eigen,
gevarieerde karakter van Twente.” “Alles draait om glad en strak en geld. Terwijl je
mensen de kans ontneemt terug te kijken in de tijd, terug te kijken in hun eigen
geschiedenis.”
Dit zijn zinnen om even op je in te laten werken nu het nog niet te laat is.
Ik heb geen enkel idee wat er in de gemeenteraad is besloten aangaande dit prachtige
pand. Hopelijk heeft men met verstand en op niveau overlegd en ingezien dat een
dergelijke villa nooit gesloopt mag worden.
Mijn droom? Dat ik volgend voorjaar uit het tegenovergelegen bos kom lopen en een
prachtige, statige, goed in de verf zittende villa bewonder met een verzorgde tuin er
omheen. In die tuin spelen een paar kinderen met een hond die uitgelaten over het
frisgroene gras rent.
Te veel gevraagd? Zou er in Almelo of omgeving dan werkelijk niemand te vinden zijn
die dit prachtige, historische pand op waarde weet te schatten, het wil koesteren en er
jarenlang naar alle tevredenheid wil wonen? Dat moet toch te realiseren zijn?

Anne Jan Teunis, 21-10-2011.

terug

Tegen wind en stroom is het kwaad roeien.

Waterrijk krijgt waarschijnlijk toch z’n “felbegeerde” roeibaan. Nu heb ik helemaal niets
tegen roeien en voor mij part peddelt iedereen zich een slag in de rondte. De roeiers van
Amycus hebben echter zo te lezen momenteel een prima plek, want op hun site lees ik het
volgende: “Op de grens tussen Almelo en Wierden aan de zogenaamde Noordtak van het
Twentekanaal op een werkelijk schitterende locatie. Een locatie die oud en nieuw verbindt.
Een deel van het oude zwembadgebouw is nu het gekoesterde clubhuis van de vereniging.”
Volgens mij ontbreekt hier iedere noodzaak tot verplaatsing. Bovendien: wat voegt het voor
de gemeente Almelo toe, een roeibaan op 4 km van de stad?
Het gaat in dit stukje niet om het roeien, maar wel om de vreemde capriolen van de gemeente.
Heet zoiets niet hapsnapbeleid, ontdaan van elke visie? Want hoe wanhopig moet je zijn om
je grond beschikbaar te stellen voor iedereen die willekeurig welk idee heeft?
Andere mogelijkheden zijn: windmolens, megastallen, Mc Donalds (we hebben er al 3, maar
dat maakt niet uit.), minicamping, korfbalvereniging, tuincentrum, bowlingbaan, clubhuis
schietvereniging, nieuwe plek voor de markt, busstation. Kies maar uit.
Het oorspronkelijke plan is grotendeels weggeblazen en het gaat al bijna niet meer over het
handjevol huizen dat er komen zou. Nee, het gebied moet en zal volgebouwd worden. Het
maakt niet meer uit wat er komt; als het er maar komt.
Ik heb moeite met het trekken aan een dood paard, het blinde vasthouden aan een mislukking.
Nogmaals: benut de kansen in de stad zelf, het is al zo vaak gezegd. Laat die schellen eens
vallen en maak de stad mooi. Handen af van het buitengebied. Tussen steden en dorpen moet
het groen heersen. Balans, weet u wel?  Ga dat toch eens inzien!!

Anne Jan Teunis, 11-10-2011.

terug

Van je voetstuk.

“Pastoor George van Zinnicq Bergmann heeft in 1900 het 11-jarige Tilburgse meisje Marietje
Kessels verkracht en vermoord in zijn kerk.” (Metro, 04-10-2011.)
Soms weet je niet wat je leest. Nu zijn we in Nederland wel het één en ander gewend en wanneer
je al een aantal jaren meeloopt en het nieuws een beetje volgt, schrik je niet zo snel meer. Veel enge
dingen laten je koud en de “ver van m’n bedshow” bestaat nog steeds. Immuniteit heet zoiets.
Dit echter vond ik toch wel een erg schokkend berichtje. Want stel je nu even voor: een zeer
geleerde heer met een voorbeeldfunctie die jarenlang het gepeupel de les leest en vertelt hoe het
eigenlijk allemaal moet, misbruikt en vermoordt een meisje van 11, notabene in de kerk, een plek
waar je nog niet eens mag fluisteren. Walgelijk en eens te meer geeft dit voor mij aan dat het vaak
misplaatst is om tegen hooggeplaatsten op te kijken. Goed, je kunt hun kennis bewonderen, maar
daarmee houdt het dan heel snel op.
Het ergste is nog dat de ouders bezoek kregen van twee hooggeplaatsten uit de kerk die hun dwongen
om dit “akkevietje” in de doofpot te stoppen. Ach ja, je bent je kind kwijt, maar dat is natuurlijk
veel minder erg dan wanneer de kerk imagoschade lijdt.
Het boek over deze gebeurtenis is uit en er was een stukje van op het NOS journaal. De Katholieke
kerk beweert dat deze beschuldiging niet te bewijzen valt. Bij het oplezen van deze zin, fronste de
nieuwslezer z’n wenkbrauwen. Terecht, want hebben we na al die incidenten nog enige reden om aan
te nemen dat ook maar iemand iets verzint? Het is één grote beerput die open gaat en dat moet ook.
Mijn bedoeling is niet om de kerken nog een flinke trap na te geven, maar als gelovige ga ik wel steeds
meer het directe lijntje met m’n Schepper waarderen. De simpele gelovige die regelmatig struikelt en
dat erkent, draagt meer m’n waardering weg dan de kerken als onaantastbare instituten.
Niets nieuws onder de zon en onder een net pak gaat vaak veel vuiligheid schuil. Ach, diep in ons
hart weten we dat allemaal.

Anne Jan Teunis, 04-10-2011.

terug

Teken aan dewand?

Zomaar een moment vastgelegd. Zomaar op een prachtige nazomerdag na een zomers weekend
waarin alle ateliers van Almelo hun deuren openden.
Met m’n dochter had ik er enkele bezocht en mooie dingen gezien. Toen we huiswaarts fietsten,
kregen we het over het belang van kunst. Waar is het goed voor? We kwamen tot de conclusie
dat kunst nuttig is en dat het je blik verbreedt. Het zet je aan het denken en ikzelf heb altijd het
idee dat kunst gruis uit m’n hersens haalt en dat je na het bezichtigen van een kunstwerk weer
helderder kunt nadenken.
Al met al dus wel nuttig vonden we en mooi bovendien, want je kunt je toch geen stad voorstellen
waar alle vormen van kunst zijn verdwenen?
De rechtse kerk zal bovenstaande zinnen onzinnig vinden. Veel te vluchtig en niet tastbaar.
Luchtfietserij. Tja, daar kun je weinig aan veranderen. Soms kun je je waardering voor een
kunstwerk moeilijk uitleggen en klinkt één en ander nu eenmaal wazig.
Waar je ook weinig aan kunt veranderen is het geschaaf aan allerlei vormen van kunst. Overal
wordt lekker aan geknabbeld en gaandeweg wordt het een simpel basispakketje. Orkestjes die
nog net genoeg instrumenten hebben om een riedeltje te blazen. Hier en daar een doekje met verf.

Aan al deze zaken moest ik denken toen ik langs de twee paarden fietste. Het lijkt wel symbolisch
voor de kunst in Nederland van dit moment. Het gras groeit ze haast uit de neusgaten en wanneer
het zo doorgaat zijn de leuke dieren over een poosje helemaal niet meer te zien.
Wat ik hier in een notendop zie is een devaluatie van kunst. Een gebrek aan respect voor de
kunstenaar en het door hem gemaakte werk. Misschien niet eens bewust, maar toch……..
Jammer, want ondanks alle gemekker over kosten en besparingen kun je toch nog wel de
bestaande kunst een beetje toonbaar houden.
Zomaar een momentje, zomaar opgemerkt. Muggenzifterij misschien, maar wel tekenend. Een signaal.
Kunst moet waardig getoond worden en dat doe je niet op deze manier. We hoeven niet alles
te pikken, toch? Maaien dus!!!!

Anne Jan Teunis, 01-10-2011.

terug

Papierloos kantoor

De eerste computers waren bakbeesten die een halve kamer in beslag namen.
Soms moest er een gat in het dak gemaakt worden om ze te kunnen plaatsen.
Bedrijven met een toekomstvisie investeerden duizenden euro's
(toen nog guldens) in toekomstige techniek waarvan ze dachten dat die
niet alleen mankracht zou uitsparen maar ook dat er veel minder papier
gebruikt zou worden. Een papierloos kantoor zou de toekomst worden.
Minder papiergebruik betekent immers minder bomen kappen en dat is weer
goed voor het milieu en zo.
We weten nu dat het papiergebruik met de komst van de printer explosief
is gestegen. Kettingpapier wordt allang niet meer gebruikt. We stoppen
tegenwoordig hele pakken A4 papier in de printer en zelfs foto's komen
er kleurrijk uit.
Met de komst van de I-pad, een handige computer die in de binnenzak past
en minstens 1000 keer meer capaciteit heeft dan de eerste Personal
Computers, zijn er weer mensen die denken dat door het gebruik van de
I-pad het papiergebruik aanmerkelijk minder zal worden.
Voor het gemak wordt vergeten dat de meeste I-pad gebruikers ook een
PC hebben en een printer. Alles wat met het grootste gemak gemaakt kan
worden met de I-pad zoals, foto's, mailberichten en SMSjes kunnen zo
naar de PC worden gestuurd en het grote printen kan weer beginnen.
Wil je met de I-pad op papier besparen dan moet er eerst een APP gemaakt
worden die het mogelijk maakt om met de I-pad je kont af te vegen.
Dat zou wereldwijd een geweldige (closet)-papierbesparing opleveren.
Papierbesparen met een I-pad? Maakt geen reet uit.

Almelo, 25 september 2011, door Bennie Balpen (zoon van Pietje Potlood).

terug


Eerste bewoners Waterrijk gespot.

Sinds een aantal jaren zijn we in afwachting van wat er ten noorden van Almelo allemaal gaat
gebeuren. We lazen over Waterrijk en zagen mooie plaatjes in de krant. Een superwoonwijk.
We zagen ook de “vorderingen” in het proces. Een aantal boeren zocht noodgedwongen hun
heil elders. Alles werd kaal gemaakt en bouwrijp. Ik kan me nog herinneren dat, een aantal
jaren geleden alweer, er met grof geschut in het landschap werd gehakt. Zeer voortvarend
banjerde men zich met de gele monsters een weg richting Vriezenveen.
De laatste tijd gebeurt er werkelijk niets in het gebied en het landschap wordt eigenlijk met de
maand mooier.

Vorige week mochten we echter de eerste bewoners van Waterrijk verwelkomen, al waren
het er geen 4000. Een flinke koppel ganzen namelijk had zich genesteld. Je kon zien dat ze het
naar de zin hadden, maar dat kon ook niet anders. Ze hebben land, water en voorlopig ruimte genoeg.
Inmiddels zijn ze jammer genoeg weer vertrokken, maar de liefhebbers zullen er ongetwijfeld
van hebben genoten.
Hopelijk kunnen we hier nog jaren van deze mooie vogels genieten en zullen ze niet over een poosje
tegen die vreselijke gammaschuttingen aanvliegen.
Laat deze velden voor zowel de ganzen als voor ons als mensen een rustgebied mogen betekenen.
Een moment van bezinning, ontspanning en op krachten komen. Daarna kunnen wij het hectische
leven weer in en de vogels vol energie op weg naar het zuiden. Zodoende heeft het gebied een
prima functie, ook al lijkt het voor economen mislukt. Deze vogels leerden me dat het tegendeel
waar is. Wat een rijkdom aan de randen van de stad voor wie het wil zien.

Tekst en foto's: Anne Jan Teunis, 21-09-2011.

terug

Kolder!

Een aantal jaren geleden alweer fietste ik onder de N36 door het buitengebied in en
noemde het destijds “porte du soleil.”  Een mooi, open landschap met een prachtig
vergezicht.
Ik had m’n stukje daarover nog niet geschreven, of de schop ging met een noodgang
de grond in. De uitbreiding van industriegebied Twente Noord kon echt niet langer
wachten. Tijd is geld en er stonden zoveel bedrijven te dringen die ten einde raad
waren en toch echt moesten uitbreiden en een nieuwe, grotere kavel aan de overzijde
van de weg eisten.
Tja, wie zijn wij dan als natuurliefhebbers om dat tegen te houden? Je stoot mensen
toch het brood niet uit de mond? Vlindertjes kijken kunnen we nog wel een aantal
jaren langs het kanaal Almelo Nordhorn.
Afgelopen voorjaar fietste ik opnieuw onder die N36 door en er was nagenoeg niets
gebeurd. Weer een stukje geschreven waarin ik m’n verbazing uitsprak. Immers bleek
bij het rondneuzen op het “oude” bedrijventerrein dat daar nog volop ruimte was om
alles wat er ooit in het nieuwe gebied moest komen kwijt te kunnen en zelfs dan nog
behoorlijk wat grond over te houden. Dat vind ik als simpele ziel op z’n minst heel
vreemd!!
Eergisteren trof ik een nog steeds onveranderde situatie aan. De infrastructuur ligt er
grotendeels, maar nog geen bedrijfspand te zien. Ja, met hangen en wurgen twee borden
met aankondigingen.
Heel, heel triest, want iedere dag, op elk moment,  kan iedereen met eigen ogen zien
dat dit een totaal onnodige aantasting van het landschap is. Men had met het grootste
gemak nog ruim twintig jaar op het oude terrein uit de voeten gekund, zonder nieuwe
grond in te pikken.
Hoe we dit bij ons thuis noemen? “Eet eerst je bordje leeg, voordat je opnieuw naar
het buffet loopt, schrokop!!”

Anne Jan Teunis, 14-09-2011

terug

“De leste koo.”


Foto: Anne Jan Teunis

Een aantal maanden geleden leverde ik een nogal somber stukje in over m’n angst voor een
koeloos tijdperk. Angst voor megastallen,  waarin onze geliefde koeien winter en zomer
gestationeerd zouden worden. Veilig tussen vier muren hun energie opkroppend en elkaar
van verveling de kop suf loeiend. Al die kale weiden, vreselijk.
Wat had ik het mis! Het is natuurlijk nooit prettig om in het stof te moeten bijten en je ongelijk
te erkennen, maar in dit geval doe ik het met opgeheven hoofd en opgelucht lachend. Wat ben
ik blij dat ik het helemaal mis had en wat ben ik gelukkig met al die verstandige boeren en burgers
die hun koeien gewoon buiten laten lopen. Zelfs binnen een kilometer van m’n woonhuis in de
grote stad kan ik dagelijks koeien bewonderen die vredig van het malse gras staan te smikkelen.
Op de boerderij val ik bij onstuimig weer in slaap met het geloei van koeien en word de volgende
morgen ook weer wakker met koeiengeloei. Veel gelukkiger kan een mens op zo’n moment niet zijn.
Nogmaals ben ik in dit geval heel blij dat ik het bij het verkeerde eind had en wens het woord
megastallen vanaf nu dan ook niet meer te horen. Laten we het lekker afschaffen en het prachtige
Nederlandse landschap intact houden.
Natuurlijk is er weer een economische afweging, maar laten we dan desnoods maar een paar
eurocent meer gaan betalen voor melk en vlees. Tenslotte tasten we ook nu reeds diep in de buidel
voor onze Griekse broeders en zusters.

Anne Jan Teunis, 13-09-2011.

terug

De vrije markt.

In de dikke zaterdagkrant van Tubantia, tussen al dat veel belangrijker nieuws, een berichtje
waarvan de haren me meteen ten berge rezen: “Marktkooplui moeten in Almelo hun mond
dichthouden.”
Het zal toch niet waar zijn? Ja, hoor, omwonenden klagen en dus moet het stil zijn.
Op een site over de markt lees ik het volgende: “De markt zoals wij die kennen heeft geen
deuren of muren en je loopt er zo op. Verder is de communicatie ongedwongen en de
vrijblijvende sfeer tussen de koopman en de klant wordt er door verhoogd. Markten brengen
gezelligheid en sfeer, zeer belangrijke sociale contacten en ze voorkomen eenzaamheid, wat
zeker in deze tijd niet onderschat mag worden.”
De marktman is van oorsprong een standwerker die z’n waar aanprijst. Dit gebeurt sinds
mensenheugenis en dus ook met het bijbehorende lawaai. Maar omdat we in een tijd leven
waarin alles op de schop moet en we vooral moeten veranderen om het veranderen, zonder
dat het enig nut heeft, is dit het zoveelste voorbeeld van tenenkrommende betutteling.
Stilte dus. Maar dan moet je het doortrekken. De jaarlijkse kermis dient in alle stilte plaats
te vinden, zonder dat hyperactieve geloei waar iedereen onrustig van wordt. Hetzelfde geldt
voor de Almelose Ruiterdagen en de Havendagen. De avondfeesten zijn ons een doorn in het
oog, want kilometers verderop hoor je wel eens een stukje muziek. Een teken van leven en
gezelligheid: sterk af te keuren.
Blaffende honden en spelende kinderen kunnen vanaf nu ook niet meer. De mond snoeren,
anders wordt het te spontaan.
Het carillon wordt verwijderd en de klokken van de Georgiusbasiliek kun je wel omsmelten.
René coupée kan in gaan pakken, want hij produceert waarschijnlijk meer decibellen dan alle
marktkooplieden bij elkaar.
Tenslotte een juichverbod in het Polmanstadion bij westenwind.
Ziehier allemaal maatregelen die de gemeente kan treffen. Als leidraad valt te denken aan een
metersdikke gids waarin alle richtlijnen worden gegeven voor een stille stad: één groot Vredehof.
Niet leven, maar geleefd worden, 24 uur per dag, 7 dagen per week.
Wat een paar zielepieten al niet te weeg kunnen brengen! Wanneer je naast het spoor gaat wonen
weet je toch ook dat er nog een trein kan komen? Bovendien gaat het om een aantal uren per week
en dan ook nog op klaarlichte dag. Wie in stilte wil wonen moet ergens achter Kloosterhaar aan
de Duitse grens gaan wonen.
Zijn het de steeds korter wordende lontjes?  Afgelopen week het trieste verhaal van de gehandicapte
orgeldraaier gezien. Men goot hem één of ander goedje in z’n apparaat, waardoor de muziek uitviel.
Het is eigenlijk te zielig voor woorden dat hierover een stukje geschreven moet worden, maar we
leven wat dat betreft in een zielige tijd. Wanneer je voor een geintje waar werkelijk iedereen om
lacht de wijkagent al op bezoek krijgt, is er iets helemaal mis in Nederland.
Laten we toch normaal doen en eeuwenoude gebruiken koesteren. Een boer op klompen mag
toch gewoon door de stad klossen? Bij bepaalde rituelen horen geluiden. Bij Sinterklaas hoort een
muziekkorps, bij de kermis hoort muziek. “De oale roop” mag toch ’s winters gewoon klinken?
Opheffen dat verbod en wel zo snel mogelijk. De wethouder ziet het licht en wil het stiltegebod
opheffen en het  aantal regels terugdringen  Nou, dat zal tijd worden. Als we tegenwoordig ergens
in verzuipen, dan is het wel in dat woud van regels!!!
Laten we vooral zelf blijven leven met een zo lang mogelijk lontje en genieten van alles wat een lust
voor het oog en oor is.

Anne Jan Teunis, 05-09-2011.

terug

Erwas eens een stadje aan de Aa. Lang geleden?
Laat ik het zo zeggen: over honderd jaar, is het honderd jaar geleden.

Het stadje had ook een bestuur. Dat was het College van Burgermeester en Wethouders.
En wat deed dat bestuur de hele dag? Ze amuseerden zich kostelijk! Ze praatten veel, over
vroeger, bijvoorbeeld. Over de tijd van Keizer Sjoers, die regelmatig uitriep: “Zo doen we
dat in A…….” om vervolgens met één pennestreep weer een nieuw zinloos project te bedenken.
Keizer Sjoers was een geliefd onderwerp om over te praten voor de bestuurders. Ja, Keizer
Sjoers was een waar voorbeeld. Niemand kon de ideeën van Keizers Sjoers overtreffen of
zelfs maar evenaren (zijn monorail-idee bijvoorbeeld, was een briljant staaltje van nutteloze
geldverkwisting), maar het bestuur deed haar best! Nu zult u denken, geachte lezer, “Al die
nutteloze projecten, kostte dat dan niet heel veel geld”? Inderdaad, maar dat was nu het mooie!
Al deze projecten, nutteloze grondaankopen, concessies die werden gedaan aan project-
ontwikkelaars die vervolgens met veel geld weer moesten worden afgekocht en noem maar op,
kosten de bestuurders geen cent! Het geld werd opgebracht door de burgers van het stadje.
En als bestuurder is er niets leuker dan je amuseren met andermans geld! Maar, zult u, lezer,
denken: “dat kan toch niet zomaar”? Jawel, beste lezer, want het stadje had iets heeeeeel
bijzonders. Een tovertapijt! Dat stamde nog uit de tijd van Keizer Sjoers. Een heel groot tapijt
waar alle missers, blunders, verkeerde voorstellingen van zaken en noem maar op zó onder
geveegd konden worden.

Op een mooie dag reed één van de bestuurders, laten we haar voor dit verhaal Mieke noemen,
over een straat in het stadje. Zij passeerde de Plus, zij passeerde de Hubo, zij passeerde het
grote Chinees restaurant en toen zag zij aan haar rechterhand een groot, braakliggend veld.
Maar wat was dat????! Mieke trapte van schrik hard op haar rem. Daar liep een Haas! En
toen zij nog wat langer keek, zag zij ook een aantal Bosfazanten. En boven het veld zweefde
zowaar een Buizerd! En toen de duisternis viel vlogen er wel twee soorten vleermuizen. En ook
nog een enkel uiltje. Dit was het toppunt!

Niet dat Mieke tegen natuur was. Natuurlijk niet. Zij was alleen tegen natuur in het wild.
Hadden voorgaande besturen immers niet ontzettend veel geld uitgegeven aan de natuur?
Een kleine doorbraak, een grote doorbraak, een ecologische hoofdstructuur........ Kapitalen aan,
uiteraard zinloze, projecten. Dáár hoorde natuur thuis! Stel je voor dat op ieder veldje zomaar
spontaan “natuur” voorkwam.

De bestuurders gingen diep, diep nadenken. Wat moesten ze hier nou aan doen…… Wat zou
Keizer Sjoers gedaan hebben? "Eureka"! riep plots een bestuurder die ooit in zijn leven aan de
deur van een Gymnasium geluisterd had en aldaar deze kreet had opgevangen. "Ik weet het.
We gaan doelloos bouwen". Hoera. Ze waren er uit. Maar, sprak een ambtenaar, we hebben
al veel te veel huizen in A….. Als ik op funda.nl kijk, zie ik dat er in A….. maar liefst 1100
huizen te koop staan. En we zijn een krimp-regio. Maar die ambtenaar werd snel de mond
gesnoerd. Want nadenkende ambtenaren, daar hielden de bestuurders niet van.

Maar....... er was één probleem….. Er konden wel 300 huizen op het veld. En daarvoor was
geen geld. Maar voor een zinloos project was de bestuurders geen moeite teveel. Dus dachten
ze nogmaals diep, diep na. En denk daar vooral niet te licht over: van diep, diep nadenken,
werden ze immers heeeeel moe! Gelukkig bedachten ze een oplossing: ze konden weliswaar
maar zeven huizen bouwen, maar ze konden wel alvast alle wegen, riolen, stoepen enzovoorts
aanleggen. Die infrastructuur zou er dan misschien voor vele jaren nutteloos bijliggen, maar het
zou die natuur-in-het-wild mores leren! Bovendien, ook niet onbelangrijk, ze hadden een
reputatie van nutteloze-projecten-uitvoerders hoog te houden.
En zo gezegd, zo gedaan. Al snel kwamen er bulldozers, kranen, vrachtwagens, en alles wat
nodig was om zinloos asfalt aan te leggen op het veldje.
En "de natuur" die zo brutaal was om zich daar spontaan te vestigen? Die verdween subiet.
En het bestuur? Zij gingen onverdroten voort en zij amuseerden zich iedere dag kostelijk.
En de burgers van Almelo??? Zij leefden nog lang ongelukkig met hun onbekwame bestuur!

Joop Groenewold (geïnspireerd door de gebroeders Grimm)

terug


Waterrijk. 

Het wordt hoog tijd om dit vlaggenschip van de gemeente Almelo maar eens tot zinken te
brengen. Deze week zijn we in de ban van de Havendagen, dus is een dergelijke opening
van een stukje wel gepast, dacht ik zo.
Reeds vele, vele jaren wordt er over dit project gesteggeld en de grootse plannen werden
steeds iets kleiner. We wisten niet wat ons overkwam, toen het ooit werd aangekondigd.
Wel 4200 woningen in een prachtig gebied. Empuriabrava was er niets bij.
Inmiddels wringt de schoen behoorlijk en wil men maar niet toegeven dat het een fiasco
aan het worden is. Nog twee kleine plukjes woningen gepland in een verder leeg gebied.
Wat is er nu zo moeilijk aan dit hele verhaal? Waarom wordt er maar doorgeëmmerd en
is men niet concreet? Wel of niet? Je kunt twee kanten op. Argumenten dan maar.
Oorspronkelijk was het de bedoeling om rijke westerlingen hier naar toe te lokken. Maar
wie van hen zou op het idee komen om naar het verre oosten te trekken om daar in een
gemeente te gaan wonen die in het Elsevieronderzoek (doelgroep) niet al te best uit de bus
komt? Niet gelukt dus. Je krijgt de mensen hier niet naar toe. Dat is een simpele constatering.
Dan maar de eigen inwoners. Wanneer die de stap zullen wagen, betekent dat meteen een
behoorlijke leegstand in bestaande wijken als Windmolenbroek en Schelfhorst. Meer “gaten
van Almelo”, verbrokkeling en verpaupering van wijken. Waarschijnlijk in die dan troosteloze
wijken meer slecht integrerende nieuwkomers die maatschappelijke spanning veroorzaken.
Zo bereik je precies het tegenovergestelde van wat je wilt, namelijk ghettovorming en totale
versnippering. Los zand. Geen cohesie meer.
De woningmarkt zit op slot en de bevolking zal op den duur krimpen. Met dat voor ogen
is het heel dom om te gaan bouwen voor leegstand.
Door Waterrijk loopt bovendien het project van het voormalig Indiëterrein gevaar en dat
is erg jammer. Dit is nu juist een voorbeeld van hoe het wel moet. Inbreiding en alles op
loopafstand van het centrum.
Door tegen beter weten in toch door te zetten, komt er in elk geval een dure infrastructuur,
terwijl over een jaar of dertig dan de laatste huizen gebouwd gaan worden. Je hebt
jarenlang torenhoge kosten voor een gebied waar maar een handjevol huizen staan.
Volop horizonvervuiling, lichtvervuiling en zwart asfalt voor een handjevol mensen dat op
een eilandje woont. Naast Aadorp kunnen we dit wel Bdorp gaan noemen.  De burger
zal hiervoor moeten bloeden. Wil diezelfde burger deze torenhoge prijs betalen? Ik vrees
van niet.
Ziehier een aantal argumenten tegen Waterrijk. Is er eigenlijk wel een argument voor
te noemen?
Wanneer er nu geen andere mogelijkheden waren en de stad volledig was volgebouwd,
zou dit gebied een optie kunnen zijn. Wanneer er een geweldige bevolkingsgroei zou plaats-
vinden en de mensen er met “de benen uithingen”, zou men moeten zoeken naar oplossingen.
Niets van dit alles is het geval. Er moet juist geprobeerd worden om het centrum van onze
stad weer aantrekkelijk te maken en al die gaten die door al die fanatieke shovels in het
verleden lukraak zijn geslagen dienen opgevuld te worden met mooie, aantrekkelijke
gebouwen. Die wonden moeten geheeld worden en dat zijn er nogal wat.
Hak de knoop door en laat Waterrijk nu een snelle dood sterven. Geef het gebied terug
aan de natuur. Natuurgebied of landbouw, als het maar groen blijft. Zet in op het Indiëterrein.
Maak daar een mooie en gezellige wijk van.
We verlaten het zinkende schip, verbranden alle schepen achter ons en maken tenslotte
schoon schip.
We willen goed rentmeesterschap. Respect voor mens en materie. Een stad in balans met
een aantrekkelijk centrum en tegelijkertijd de natuur dichtbij.

Anne Jan Teunis, 29-07-2011.

terug


Humor!

Het schijnt nog wel te bestaan, maar ik heb de indruk dat het in het dagelijks leven steeds
meer in de verdrukking komt. Tenslotte leven we in een tijd van marktwerking en alles wordt
op het spits gedreven. Iedere seconde moet worden verantwoord en er is geen tijd voor een
grapje. Een grapje haalt je immers uit het werkproces, stuurt de boel in de war, relativeert en
schijnt op het eerste oog dingen belachelijk te maken. Op de meest simpele gebeurtenissen
ligt een gigantische druk en werkelijk alles is tegenwoordig van het allergrootste belang.
Sinds de bibliotheek een nieuwe opzet heeft gekregen, mis ik de lachende gezichtjes op de
ruggen van de boeken. Humoristische boeken zullen er nog wel zijn, maar ze worden niet meer
als zodanig gekenmerkt. Niet meer nodig? Andere categorieën worden nog wel aangegeven,
zoals misdaad en andere ellende. Jammer.
Veel humor is er op tv ook al niet te zien. Wanneer je hongerend Afrika aanschouwt en de
aanslagen in Oslo waar niemand woorden voor heeft, valt er weinig te lachen.
In TC Tubantia lach je meestal alleen om FC Knudde, maar in de uitgave van afgelopen
vrijdag viel er om iets anders smakelijk te lachen: de naamgeving van het nieuwe stadion
van Heracles Almelo.
Je houdt het niet voor mogelijk wat mensen er uitkramen. Een hele batterij suggesties onder
elkaar en dat is echt lachen geblazen.
Nu snap ik natuurlijk ook wel dat sommige mensen zo maar wat spuien en een heleboel van die
namen ook niet serieus bedoeld zijn.
Calimero’s hut, The eierdop Arena, Ten Cate’s Trapveldje, De Smitse, CalimeroKuip,
Karelskamp 2, “Deze gaat zes jaar mee”-Stadion, De Asitostal, “Na ons de zondvloed”-Dome,
Calimero’s Kippenhok, The Eierdop Arena. Ziehier, waartoe men in staat is.
Lachen, gieren, brullen, vooral wanneer je ze allemaal achter elkaar opleest. Sommige zijn heel
duidelijk bedacht door “053-supporters”, maar dat geeft niet. Leuk om te lezen en goed bedoeld.
Uit andere klinkt de twijfel door. Kortom een mooie afspiegeling uit alle geledingen van de bevolking.
De naam van Ten Cate zal op het stadion prijken, dat moge duidelijk zijn. Laat het dan een goed
klinkende, serieuze naam mogen worden die ontzag inboezemt. Bijna geen ploeg weet hier te
winnen en dat moeten we zo houden. Alleen daarom al noem je het trotse onderkomen niet
Calimero’s Hut. Alle gekheid dus op een stokje en dat Twentse minderwaardigheidscomplex
opzij. Een trotse naam voor een mooi nieuw stadion. Klaar.
Het wielrennen zit er op. De avondetappe krijgt waarschijnlijk volgend jaar een vervolg. Heel
goed, want ook daar hoorde ik nog de nodige wielerhumor aan tafel.
Het zijn de krenten in de pap, de momenten die je moet koesteren. Laten we meer dan ooit
beseffen dat humor wel degelijk nodig is. Het is een smeermiddel waarzonder de maatschappij
niet functioneert. Daar mogen  de vele managers die ons tegenwoordig de verkeerde kant op
sturen wel eens hun hoofd over buigen. Laat de cijfers even rusten en kijk ook eens naar emoties,
teamgevoel en humor. Met de humor van de Almeloërs zit het gelukkig wel goed. Ik heb er van
genoten en dank ze voor hun hersenspinsels en voor het feit dat ze me een “bijna-
slappelachmoment” hebben bezorgd..

Anne Jan Teunis, 27-07-2011.

terug

Imagoschade.

Vorige week werden we door TC Tubantia attent gemaakt op het jaarlijkse onderzoek van
het weekblad Elsevier naar de beste gemeenten van Nederland. Almelo scoort beroerd in dit
onderzoek en eindigt op plek 335 van de 418 gemeenten, diep, diep in het rechterrijtje.
De kop van zo’n artikeltje blijft hangen en die luidde: “ Almelo slechtste gemeente van Overijssel.”
Het deed pijn en hoewel ik geen geboren Almeloër ben voelde ik het toch als een trap in de rug.
Almelo heeft al jarenlang een niet al te beste naam en men heeft van alles geprobeerd om dit
imago wat op te poetsen, maar als je eenmaal een stempel opgedrukt hebt gekregen ben je er
niet zomaar vanaf. Dit soort koppen zijn niet bevorderlijk en strooien extra zout in de wonde.
Almelo scoort met name slecht op natuur en historische panden. Ja, we zijn reeds jarenlang
druk om het college er op te wijzen dat we erg weinig natuur hebben en wellicht nog minder
historische panden. We moeten echt alle zeilen bijzetten om dat beetje wat ons nog rest te
behouden en dat kost al genoeg moeite. Hoe vaak heeft men niet de botte bijl gehanteerd en
zijn waardevolle panden verdwenen en heeft men zo maar wat raak gekapt? Gevolg is dat er
vrij weinig te bezichtigen is in de stad. Wat moet je een vreemdeling die bij je op bezoek is
van Almelo laten zien? Dat wordt nadenken!
Ondanks de uitkomst van het onderzoek en het besef dat het allemaal niet zo flitsend is hier
ter stede, vraag ik me toch af of het dan echt zo slecht gesteld is. Is er nog redding?
Persoonlijk vind ik het hier niet vervelend wonen. Er heerst vaak nog een dorps aandoende
gemoedelijkheid. Mensen groeten elkaar. Qua veiligheid valt het ook allemaal nogal mee,
al geldt dat misschien niet voor alle wijken. Natuur is er eigenlijk ook nog wel, denkend aan
de Gravenallée en de Waterregge. Aan de noordkant heeft het gebied tussen Almelo en
Vriezenveen z’n charme. Heel dicht bij de stad kun je nog koeien aantreffen en geweldige
uitzichten. Kortom, ik vind het allemaal nogal meevallen en met een beetje goede wil valt er
wel wat van te maken. Het is allemaal niet zo dramatisch als wordt gesteld. Wel kan dit een
goed moment zijn om toch de koppen bij elkaar te steken, de schouders er onder te zetten
en meer in te zetten op natuur(bv nee tegen Waterrijk in welke vorm dan ook) en historische
panden(rectorsvilla Vriezenveenseweg.)
De week had gelukkig ook een heel positief punt: het nieuwe stadion van Heracles Almelo.
Deze club zorgt al jarenlang voor een zeer positieve uitstraling in den lande. Sommigen “sikten”
nog en ook ikzelf begrijp het wanneer mensen hun bedenkingen hebben om in zo’n slechte tijd
achter zoiets te gaan staan. Echter de club verdient het, want het is zo ongeveer de enige club in
het betaalde voetbal die haar zaakjes al jarenlang op orde heeft.
Vergelijk het voor de grap even met Feyenoord. Rotterdam is misschien wel een beetje
vergelijkbaar met Almelo qua imago. Feyenoord krijgt wellicht ook een nieuw stadion. De
gemeente moet garant staan voor 150 miljoen euro en 200 miljoen wegens negatieve
grondexploitatie. Zo’n 300 miljoen voor een nieuw stadion, terwijl diezelfde gemeente in vier
jaar tijd 800 miljoen moet bezuinigen en daarbovenop dus nog 300 miljoen moet vinden
de bouw van een niet eens noodzakelijk nieuw stadion. (bron: Trouw 16-07, artikel pagina
podium.)
Wanneer je dit leest, zeg je: ”Gaan, Almelo!” Zet in op een mooie, trotse, historische(1903)
voetbalclub die nu al een voorbeeld voor veel andere clubs is. Laat deze club Almelo op de
kaart zetten en probeer andere zaken mee te trekken. Zet in op de sterkste troef en dat kon wel
eens Heracles zijn. Laat Almelo trots zijn en blijven op deze club en laten we als bewoners samen
de schouders zetten onder deze stad. Bij de pakken neerzitten is geen optie en een paar enquètes
krijgen er ons niet onder. Voor je het weet sta je zomaar in het linker rijtje. Het is Heracles ook
tegen alle verwachtingen in gelukt.

Anne Jan Teunis, 17-07-2011.

terug


Gebakkenperen.

Berouw komt na de zonde. Bezint eer ge begint. In de maag gesplitst. Op de blaren zitten.
In de aap gelogeerd. Hoogmoed komt voor de val. Luchtkastelen bouwen. Een kool stoven.
Het paard achter de wagen spannen. Door een rose bril kijken. Koeien met gouden horens.
De huid verkopen, voordat de beer geschoten is. Op het verkeerde paard wedden. Ziende
blind en horende doof. Voor het blok gezet. In de buik gebeten.
Waterrijk dus!!
Onlangs verscheen er een bericht in Tubantia dat Waterrijk, ondanks het eigenlijk totale fiasco,
gewoon op één of andere uiterst afgeslankte wijze toch nog gestalte gaat krijgen.
Men kan niet meer terug. Wie a zegt moet soms ook b zeggen.
Daar kan ik wel een beetje inkomen, maar de belangrijkste vraag is en blijft natuurlijk of de
oorspronkelijke plannen niet veel te hoog gegrepen waren en of men vooraf niet had kunnen
voorzien dat zoiets moeilijk te realiseren zou zijn, zelfs zonder economische crisis. Moet
Barbertje niet hangen of moeten sommige mensen zich niet een paar keer op hun hoofd
krabbelen? Wie werkt maakt fouten, dat moge duidelijk zijn. Dit is echter iets anders dan
een keer een verkeerde afslag pakken. Er zijn tenslotte miljoenen mee gemoeid.
De vraag is nogmaals of 4200 woningen en een internationale roeibaan realistische doel-
stellingen waren voor een stad als Almelo.
Persoonlijk vind ik het jammer dat het gebied ten noorden van de Aadijk ondanks dit fiasco
niet gespaard blijft. Sinds ik weet dat het gaat verdwijnen, zie ik er steeds meer de charme
van in. Prachtige vergezichten. Een slingerende beek langs een stuk bos. Je voelt je in dit
gebied nog echt in de natuur. Velden met bloeiende aardappelen, wat bomen hier en daar.
Een ree die elegant wegspringt.
Jammer, jammer, want je kunt reeds invullen wat er nu gaat gebeuren. Ergens worden een
paar plakken asfalt neergelegd met de nodige onnodige verlichting. Jaren later worden er
een handjevol huizen gebouwd. De totale verbrokkeling. Een veel te hoge prijs!
Eén tip. Wanneer er toch zonodig gebouwd moet worden, doe het dan compact in de hoek
bij Aadorp. Een vijvertje met een aantal huizen er om heen. Een verbinding met de sluis van
Aadorp, vanwaar men rechtstreeks naar de Almelose markt kan roeien.

Anne Jan Teunis, 11-07-11.

terug


De ANW….Nee!

We helpen u zo spoedig mogelijk weer op weg, staan altijd tot uw beschikking in binnen- en
buitenland. Je zou er haast naar verlangen om eens een keer pech te hebben. Nou, het
overkwam ons. Onderstaande is niet verzonnen, want schrijver dezes maakte het allemaal
live mee.
Op maandag 20 juni kwamen we met vier personen terug uit Oostenrijk, toen het noodlot
rond 15.00 u toesloeg in de heuvels net voorbij Fulda. Midden op de snelweg stopte de auto
er opeens mee. Op een gunstig punt kon deze op een afgezet stuk vluchtstrook worden
geparkeerd. Rond 15.15 u hebben we de ANWB gebeld. Rond 16.15 u weggesleept door
de ADAC naar een garage in de omgeving. Rond 17.00 u was de diagnose gesteld:
kapotte versnellingsbak. Geen enkele twijfel: vervangend vervoer.
En toen begon de klucht. Eerst moest de diagnose een aantal keren bevestigd worden.
Daarna zou vervangend vervoer geregeld worden. Telkenmale zou direct teruggebeld worden,
maar dit duurde standaard een uur, zodat één van ons, die tijdens deze hele klucht ijzig kalm
en bovendien beleefd is gebleven, (terwijl de andere drie als grommende beren om hem heen
banjerden, toen al witheet over zoveel, zoveel bureaucratie), het vuurtje brandende moest houden.
Wanneer we niet steeds hadden teruggebeld, hadden we er nog gestaan.
Onze held bleef kalm en heeft in totaal wel een keer of veertien teruggebeld naar de ANWB.
Intussen was het achtuurjournaal reeds lang verleden tijd en stonden we nog steeds op het
parkeerterrein in onze “uppies”. Er gebeurde niets!!
Uiteindelijk was het te danken aan onze initiatiefnemer, let wel een slachtoffer, dus NIET iemand
van de ANWB, dat er een vervangende auto kwam. Na weer de nodige telefoontjes mocht hij
zelf een taxi bellen om hem naar de vervangauto te brengen. Deze stond bij een garage ongeveer
13 km verderop. Daar aangekomen ging het nog bijna mis, toen er niemand bleek te zijn. Ten
langen leste draaide hij om 22.30 u met de vervangauto het parkeerterrein op. In de duisternis
pakten we onze tassen over en hadden nog meer dan 4 uur rijden voor de boeg.
Conclusie van dit verhaal, om het even heel duidelijk op een rijtje te zeten: De ANWB heeft er
5,5 uur, ja vijfeneenhalfuur over gedaan om er voor te zorgen dat een paar Nederlanders met een
vervangauto die 13 km verderop stond hun weg konden vervolgen. Bovendien is dit voor een groot
deel ook nog eens te danken aan één van ons die meer dan tien keer heeft moeten bellen om het
hele proces op gang te houden. Hoe vind u zoiets?
Wij weten het wel en vinden het ronduit schandalig. We hadden best een paar uurtjes willen
wachten en snappen ook wel dat één en ander moet worden geregeld. Maar 5,5 uur voor een
vervangauto die iets meer dan tien kilometer verderop gereed staat?
De telefonistes waren wel aardig. Ze vroegen hoe je Fulda schrijft en zagen er vanwege de taal
tegenop om een Duitse monteur aan de lijn te krijgen: fronsende wenkbrauwen bij ons.  Eén er
van presteerde het om aan het eind van één van de vele gesprekken te eindigen met: “Ik wens u
nog een prettige avond.” Ja, dan heb je dus wel het nodige inlevingsvermogen. Volledig aan je lot
overgelaten op een onbekend industrieterrein en tot het laatste moment niet weten of het lukt om
je reis te vervolgen. Wie wil er niet lid zijn van zo’n betrouwbare club? Gelukkig ben ik er zelf
geen lid van en hoef geen ellenlange procedures te volgen om van dit lidmaatschap af te komen.
M’n companen zullen dit helaas wel moeten doen, maar sinds deze klucht hebben ze er wel een
paar minuten tijd voor over om vooral hun vertrouwen op te zeggen in een club die wel jarenlang
de premies op tijd int, maar niet in staat blijkt te zijn om, wanneer je ze eens een keer nodig hebt,
op een redelijke termijn op een duidelijke manier voor vervangend vervoer te kunnen zorgen.
Mond op mondreclame zal de rest doen. Leve het dichte web der bureaucratie!!! Het is een
zegen voor ons allen.

Anne Jan Teunis, 24-06-2011.

terug

Onaf.

De verbetering van de Almelose Aa is onlangs afgerond. Inderdaad is het een verbetering
geworden, zoals op het metershoge bord aan het begin van de Willem de Clercqstraat staat
aangekondigd.
Superlatieven zijn hier niet nodig en zijn gelukkig ook niet gebruikt. Het is beter dan het was en
meer zat er ook niet in.
Vanuit de stad zie je weinig verschil. Ter hoogte van Vredehof kun je nu net het water zien.
Vanaf het Beeklustpark echter zie je wel heel duidelijk verschil en meandert de Aa zichtbaar en
mooi richting stad.
Wanneer je op een prachtige zondagmiddag het Beeklustpark en de kinderboerderij hebt
bezocht en vervolgens richting de stad fietst, valt meteen de verbetering van de Aa op. Voor
je gevoel heeft de natuur eindelijk eens een keer een slag gewonnen. Evenals aan de oostkant
van de stad, dreigt ook hier de natuur diep in de binnenstad door te dringen. Dit valt heel erg
toe te juichen.
Lopend hebben we het voetpad gevolgd over het nieuwe bruggetje. Een bruggetje dat precies
de juiste afmetingen heeft. Esthetisch zeer verantwoord. Achter het bosje langs kom je weer
op de Willem de Clercqstraat uit. Mooi gedaan.
Echter het onaffe in dit gebied vind ik dan wel storend en het is tweeledig, aannemende dat de
klus geklaard is. Ten eerste de vier “geamputeerde bomen”. Navraag leert dat dit wilgen zijn
die de kans krijgen om weer uit te lopen. Geef ze die kans, geen probleem.
Het tweede vind ik vele malen erger en dit betrek ik gemakshalve maar even op de hele stad:
de onaffe indruk. Timmerhuisgroep heeft hier goed werk verricht, maar moeten hun borden
daar nog maandenlang staan? Weg met die keet en weg met de borden. Iedereen mag weten
dat zij dit varkentje hebben gewassen, maar die borden wil ik geen dag langer zien. Het moet
af zijn, netjes en toonbaar voor iedereen die er wandelt. Klaar. Geen vervuiling in de vorm van
reclameborden. Plaats ze in het Polmanstadion.
Op meerdere plekken in de stad is het woord “onaf” van toepassing. Denk alleen maar even
aan Waterrijk, de plek waar Fortezza moest komen, het hele gebied van De Velden, inclusief
Brugman, Mercedes Baan, de waterpartijen tussen Aalderinkshoek en Kerkelanden en zo zijn
er nog talloze “gaten van Almelo” op te noemen. Verpaupering en wildgroei. Onaf.
Ineens moest ik denken aan de nobele taak die “de vier heren” te wachten staat. Deze vier
musketiers die, een aantal weken geleden al weer, zo prominent en trots op de foto in Tubantia
stonden zijn van plan om Almelo op te fleuren. Nou, aan de slag, zou ik zo zeggen. Genoeg te
doen om de toeristen hier weer naar toe te lokken. De toeristenbelasting gaat omhoog, dus
moet je de bezoeker wel iets anders aanbieden dan een “onaffe stad”. Inkleuren die boel.
Veel succes.

Anne Jan Teunis, 15-06-2011.

terug

Met een boekje in het verdomhoekje

Het is niet leuk om te lezen dat directeur Krol alle zeilen moet bijzetten om de bibliotheek een
beetje aan het draaien te houden. Bezuiniging op bezuiniging en als laatste redmiddel gaat hij
zichzelf misschien wel wegbezuinigen.
Op zich is dit een nobele daad. Iemand die 62 is en zich terugtrekt om daarmee de boel (tijdelijk)
te kunnen redden verdient natuurlijk alle respect. Toch is er een knagend wormpje in mij dat
aangeeft dat één en ander niet in de haak is.
Al jarenlang kom ik graag in de bibliotheek. Een opvallend, bijzonder gebouw. Het zet Almelo
op de kaart in positieve zin. Sinds de laatste aanpassing is het er nog prettiger toeven. Je kunt
vooraf via internet je boeken reeds bestellen. Vervolgens pluk je ze uit de stelling, scant ze en
gegroet: tot de volgende keer. Wanneer je er niet helemaal uitkomt, staan er altijd medewerkers
klaar die je op een zeer vriendelijke manier helpen. Veel boeken liggen op tafels, waardoor je de
voorzijde ziet en het boek goed aangeprezen wordt. Niet meer die kromme houding om dat ene
boek te zoeken en dus minder nekklachten. Kortom: niets dan lof. Het doet dan ook pijn om te
moeten lezen dat er continu aan de bibliotheken geknaagd wordt.
Nu zullen er ongetwijfeld mensen zijn die vinden dat ik me druk maak om niets. We hebben
tegenwoordig 25 uur per dag internet en worden overspoeld met informatie. Waarom zou je dan
met je dochter gezellig naar de “bieb” gaan om te snuffelen en een paar mooie boeken te halen?
Heeft een stad als Almelo aan één bibliotheekje niet voldoende?
De Volkskrant van afgelopen zaterdag gaf me het antwoord. In een artikel van Jan Boerstoel,
voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen las ik het volgende: “De bibliotheek staat voor
heel veel dingen. Het IFLA/Unesco Manifest over de Openbare Bibliotheek uit 1994 formuleerde
het zo: “De openbare bibliotheek, de plaatselijke toegangspoort tot kennis, schept een essentiële
voorwaarde voor levenslang leren, onafhankelijke besluitvorming en de culturele ontwikkeling
van individuen en maatschappelijke groeperingen.”
Wanneer alle kabinetsplannen doorgaan dreigt ontslag voor bibliotheekmedewerkers en wordt
het voor schrijvers hongerlijden. Een boswandeling helpt tegen de honger, zolang het kan. Dit
kabinet lijkt bijna net zo’n hekel aan natuur als aan cultuur te hebben.”
De gemeente moet bezuinigen, maar het valt te overwegen om het toch ergens anders weg te
halen. De zinnen die Jan Boerstoel hier aanhaalt zijn namelijk niet misselijk en raken aan de kern
van de samenleving. Vandaar die knagende worm en het besef dat door verdere uitholling we
nog sneller van het hellend vlak naar beneden tuimelen. Almelo heeft al zo veel “gaten”, dwz
verpauperde gebouwen en braakliggende gronden. Laat daar niet ook nog geestelijke gaten
bij komen.

Anne Jan Teunis, 01-06-2011.

terug

Vandaag is rood.”

De afgelopen weken was het Twentse ros overal te bewonderen. Kantoorpanden ingepakt en
zelfs op een oplegger zag ik een steunbetuiging aan de club uit Enschede.
Rood, rood, rood. Alles kleurde rood en even bestond er niets anders meer. Het ging over de
protocollen bij de huldiging en de helikopter waarmee men terug vloog. Op de bewuste zondag
konden dominees en pastores er niet omheen. Er telde maar één ding en het werkelijke wereld-
nieuws was tijdelijk netjes naar de achtergrond verdreven.
Toch ging het allemaal niet door. De ploeg had een slechte dag en iedereen had er eigenlijk vrede
mee. Twee prijzen gewonnen en dan mag er een feestje gevierd worden. RTV Oost was de hele
zondagavond rood gekleurd.
Het weer had zich maandag eveneens aangepast, want de gehele dag miezerde het toepasselijk.
Diepe rouw. Laat het ons maar even verwerken.
“Oh, ja, we zouden het haast vergeten”, zei de presentator zaterdagavond bij RTV Oost. Ja, inderdaad.
Een paar stadjes verderop werd op diezelfde “rooie” zondag een waar huzarenstukje geleverd.
ADO Den Haag moest buigen, waardoor Heracles Almelo 8e werd in de eindrangschikking. Men
mag de komende wedstrijden proberen om Europees voetbal te halen. Met de op één na kleinste
begroting van de eredivisie staat men voor het tweede jaar op rij in het linker rijtje, daarbij clubs als
Utrecht, Feyenoord, Heerenveen, NEC, NAC en Vitesse (uit Duckstad, het lachertje van dit seizoen)
op gepaste afstand houdend. Had dat niet wat meer aandacht verdiend? Deze stad kan heel trots zijn
op de prestaties van het team en zeker ook met het financiële beleid van de club. Vele andere clubs
maken er maar een rotzooitje van en kunnen ongestraft blijven ballen.
Is het niet een idee om een club als Heracles Almelo bij aanvang van het nieuwe seizoen een punt
of tien voorsprong op de rest te geven? Mag een keurig beleid niet een keer gewaardeerd worden?
NAC Breda kreeg toch bij aanvang van het voorbije seizoen ook één punt in mindering wegens
wanbeleid?
Heracles Almelo verdient al sinds de promotie naar de eredivisie alle lof en waardering. Om je
reeds zes jaar lang op het hoogste niveau met minimale middelen prima staande te houden, verdient
meer dan een pluim.
Alle respect overigens voor de prestaties van de buren, maar vooral petje af voor deze onderbelichte
prestatie van Heracles Almelo. “Met passie en trots”, stond op een levensgroot doek voor aanvang
van de wedstrijd te lezen. Zo is het maar net.
Veel rode cijfers in den lande, maar hier schrijven we alles met zwart op wit.

Anne Jan Teunis, 18-05-2011.

terug

Onderwaterhockey.

Wat is dat nu weer? Wanneer je dit woord laat vallen, weten de meesten absoluut niet waar
je het over hebt. Diegenen met een beetje fantasie vermoeden wel dat het de één of andere
sport betreft, maar haast niemand heeft verder ook maar enig idee.
Zo weten waarschijnlijk maar weinig mensen dat Almelo een onderwaterhockeyvereniging
rijk is. Deze vereniging maakt deel uit van de watersportvereniging Galathea. Uniek in
Overijssel en eigenlijk in heel Oost- en Noord Nederland, want verder heeft alleen Enschede
een onderwaterhockeyvereniging. Samen met deze Enschedese vereniging, ZPV Piranha,
vormt men een team dat uitkomt in de 2e klasse van de landelijke competitie van de NOB.
Een vrij onbekende, unieke sport dus in deze regio, waardoor ik er wel eens wat meer over
wilde weten. Ik ben gaan kijken bij een training op woensdagavond in het Sportpark.
De ontvangst was open en vriendelijk en ik proefde bij iedereen een geweldig enthousiasme.
Bij binnenkomst was de hele groep, een mannetje of tien, onder leiding van Wouter Jansen
bezig met een stevige warming up op de kant.
Daarna ging men het water in voor een half uur conditietraining. Ondertussen kreeg ik uitleg
over de sport van Bert Klasing, die deze avond de snorkelaars onder z’n hoede had. Het is
de bedoeling dat de beginnende snorkelaars doorstromen naar het onderwaterhockeyteam.
Onderwaterhockey komt oorspronkelijk uit Zuid Afrika, waar de duikers in de winter-
maanden op deze manier hun conditie op peil konden houden. In 1970 kwam de sport naar
Nederland. In Nederland beoefenen ongeveer 440 spelers deze sport en er bestaat een
nationale selectie. Wereldwijd wordt onderwaterhockey door 50 landen beoefend.
Twee teams van elk zes personen en vier wisselspelers spelen tegen elkaar op de bodem
van een zwembad. De afmeting van het speelveld is 25 bij 15 meter. De loden puck die
tussen de 1300 en 1500 gram weegt moet  in een doelkolom die 3 meter lang is worden
gewerkt. De doelen zijn metalen bakken op de bodem van het bad. De stick waar mee
gespeeld wordt, mag maximaal 34 cm lang zijn. Verder dragen de spelers een handschoen,
zwemvinnen, een duikbril en een snorkel. Twee scheidsrechters kijken onder water mee,
terwijl op de kant één hoofdscheidsrechter de algehele leiding heeft. Een wedstrijd duurt
twee keer 15 minuten en daarin moet uiteraard zo veel mogelijk gescoord worden.
Lichamelijk contact is uit den boze en de scheidsrechters letten daar streng op.
Het bijzondere aan deze sport is dat er onder water geen communicatie mogelijk is,
waardoor de te volgen tactiek vooraf besproken moet worden. Verder is onderwaterhockey
één van de heel weinige driedimensionale sporten. Alles gebeurt onder water en is eigenlijk
onzichtbaar. Vanaf de kant lijkt het of er een school piranha’s op iets afstormt. Dit is
meteen een verklaring voor het gebrek aan publieke belangstelling voor de sport. Als kijkspel
vanaf de kant oninteressant, tenzij je camera’s onder water plaatst. Om te doen echter
ontzettend leuk, want alle beoefenaars die ik heb gesproken zijn razend enthousiast.
Bij de conditietraining was het fraai om te zien dat men gezamenlijk de banen zwemt.
Koppels duwen elkaar voort en diezelfde koppels zwemmen een aantal banen gearmd.
Je merkt aan alles dat er een hele goede teamgeest heerst en dat men elkaar waardeert
en helpt. Geen egoïsme dus. Je moet alles samen doen. Eenlingen redden het niet.
De training wordt afgesloten met een wedstrijd, waar je dus vanaf de kant helemaal geen
soep van kunt koken. Een hoop gespartel. Je moet echt met een duikbril op onder water
kijken. Dan kun je alles goed volgen en zie je ook de structuren en de te volgen tactiek.
Na de training zit een deel van de groep even uit te blazen in café de Stam. Hier praat ik
verder met Jan Willen en Wouter.
Opnieuw dat enthousiasme en die bezieling. Prachtig om naar te luisteren. Ze vertellen
meer over de sport en je gaat beseffen dat er veel bij komt kijken. Je doet niet zo maar
even mee. Een erg goede conditie en een perfect op elkaar ingespeeld team zijn absolute
voorwaarden om tot succes te komen. De sport wordt merendeels door studenten
beoefend en Jan Willem noemt het een “open minded” sport. Men kan desnoods gewoon
meetrainen bij andere verenigingen in steden waar men studeert. Tijdens de wedstrijden
heerst natuurlijk het fanatisme, maar daarna is er totaal geen rivaliteit, zoals je dat bij
voetbal vaak ziet.
Men wisselt veel ervaringen uit en heeft allerlei contacten, ook internationaal. Daar is het
ook aan te danken dat de onderwaterhockeyers van Galathea op zaterdag 7 mei meedoen
aan een sterk bezet internationaal toernooi in Tsjechië. Een prachtige ervaring natuurlijk
en ik merk dat iedereen daar heel veel zin in heeft. Het is een echte vriendengroep die
erg fanatiek met de sport bezig is.
Na het toernooi in Tjechië moet men nog één wedstrijd spelen en niet de minste. In die
laatste wedstrijd kan men namelijk kampioen worden en promoveren naar de 1e klasse.
Dat zou een prachtig resultaat zijn. Men is heel ambitieus en er zijn plannen voor een
tweede team.
Hopelijk gaat het deze jongens lukken. Deze fantastische sport verdient meer aandacht.
Er wordt fanatiek getraind en gespeeld. Bovendien heeft men in heel Europa contacten
met andere jongeren en dat is een goed ding. Sport verbroedert, blijkt hier weer eens.
Een dynamische, eerlijke sport die door een fanatieke vriendengroep met heel veel
plezier wordt beoefend. Ik heb er van genoten.
Meer informatie over onderwaterhockey is te vinden op de website:
www.onderwaterhockey.nl. Een goede site waar alles heel duidelijk wordt uitgelegd.

Anne Jan Teunis, 03-05-2011.

terug

Een karretje op de zandweg reed.”

Nou, nou, nou, dat was me de uitspraak wel. In Tubantia van zaterdag 14 april stond een artikel
over het coalitieakkoord van de provincie Overijssel. De natuurorganisaties zijn teleurgesteld en
dat lijkt me op z’n zachtst gezegd terecht. VNO en MCW midden zijn blij en als overwinnaar
heeft de woordvoerder nog een stoere opmerking tot besluit: “het is niet van deze tijd de regio’s
Twente en Zwolle via een karrenspoor te ontsluiten.”
Ik heb deze zin vier keer moeten overlezen en nog vat ik hem niet goed. Plat gezegd komt het er
volgens mij op neer dat men vindt dat er geen goede verbindingen zijn. Ben ik nou gek?
In mijn belevingswereld ligt één en ander net iets anders.
Wanneer ik ’s morgens om 5 uur wakker word van het monotone autogeraas op de N36,
frons ik m’n wenkbrauwen. Wanneer ik hoor dat mensen in het buitengebied hun hondenuitlaat-
tijden aanpassen aan het autoverkeer, zet me dat aan het denken. Wanneer ik, waar dan ook in
Twente, bijna altijd wel ergens in de verte een auto zie en zeker altijd in de verte autogeraas hoor.
Wanneer auto’s 130 km/h mogen. Wanneer ik alleen al tussen Almelo en Vriezenveen zo’n slordige
10 asfaltwegen tel, waarvan een ringweg en een rijksweg.
Wanneer ik dit allemaal op me in laat werken kan ik me totaal niet vinden in de stoere zin van
deze woordvoerder.  Nederland is volgens mij hard op weg om één grote plak asfalt te worden
en we zijn verder dan ooit verwijderd van het romantische karrenspoor.
Ik snap niet waar de klagers de moed vandaan halen. Economie gaat immers altijd voor natuur
en milieu en dat is nu niet anders. De natuurorganisaties hebben veel meer reden om te klagen,
want aan die kant wordt aan van alles geknabbeld.
Een betere ontsluiting, daar gaat het dus om. Misschien moeten we beginnen bij de veroorzaker
van deze ellende: “de heilige koe”. Een prachtige uitvinding om in volle vrijheid alle uithoeken van
ons land te kunnen bezoeken. Maar is het nodig dat er vier van die vehikels voor elke voordeur
staan? Kan iedereen die minder dan 5 km van het werk woont niet fietsen? In negen van de tien
auto’s die je tegenkomt zit alleen maar een bestuurder. Het aantal auto’s kan dus in elk geval met
meer dan 50 procent gereduceerd worden. Zo maar een aantal suggesties om ook eens de andere
kant op te denken. Van vier- naar achtbaans is niet altijd de oplossing. Er zijn op allerlei vlak
grenzen aan de groei.
En ’t karretje rijdt nog steeds heel sporadisch over de zandweg. “Het paardje liep met lusten.”
Ja, ja, hoe romantisch!  “Het kan nog”, schreef ik vorig jaar. Het wordt alleen steeds zeldzamer
in deze snelle tijden.

Anne Jan Teunis, 22-04-2011.

terug

Stadsbeeld.

De verslagenheid zal groot zijn in Almelo. Nee, niet vanwege de zeer onterechte nederlaag van de
plaatselijke trots tegen het laffe PSV. Het is allemaal veel erger: het voor 25000 euro geveilde
beeld van Pim Fortuyn zal nooit voor ons nieuwe stadhuis te bewonderen zijn. Triester kan de
week niet beginnen en bij de plaatselijke PVA zal men hete, hete tranen plengen. Weer een droom
aan diggelen en de vele duizenden toeristen zullen Almelo links laten liggen en elders het wereld-
beroemde beeld gaan aanschouwen.
Een aantal mensen, waaronder ikzelf, zal echter blij zijn dat ons dit bespaard blijft. Ik zie er namelijk
ten enenmale de logica niet van in.
Er zijn een aantal dingen die ik niet kan volgen. In de eerste plaats het ontbreken van iedere link
van dit beeld met Almelo. Is Pim ooit in Almelo geweest? Het enige wat ik kan bedenken is dat
Almelo relatief veel fans van Pim Fortuyn heeft, maar dit geldt ongetwijfeld voor veel meer plaatsen
in Nederland. Je zou hier dus evengoed een beeld van Albert Mol of Rita Corita neer kunnen zetten.
Een tweede is dat ik het zacht uitgedrukt nogal optimistisch vind wat PVA voorman Harry de Olde
beweert. Enige humor kan hem niet ontzegd worden. Gelooft hij echt dat dit beeld jaarlijks
duizenden mensen naar Almelo zal lokken? Oké, Pim Fortuyn was natuurlijk niet de eerste de
beste en zelfs grootste Nederlander ooit, al schijnt dat eigenlijk Willem van Oranje te zijn geweest.
Maar zullen mensen over twintig jaar nog weten wie Pim Fortuyn was en op bedevaart gaan naar
Almelo? Ik waag het te betwijfelen.
25000 Euro uitgespaard en misschien kunnen die aangewend worden om de onlangs gestolen
beelden uit onze stad op te sporen. D66 haalt dit terecht aan, want het lijkt of de gemeente er
helemaal geen belang in stelt om gestolen beelden weer terug te krijgen.
Tenslotte nog even het vertroebelde beeld ophelderen. Een beeld plaatsen bij een prachtig nieuw
stadhuis is prima, maar dan wel een beeld van in elk geval een bekende Almeloër. Ilse de Lange,
Tom Egberts, Wubbo Ockels, Herman Finkers. Ach, je hebt ze eigenlijk voor het uitkiezen en dan
heeft het ook echt met deze stad te maken. Het is vaker gezegd in verband met monumentale
panden. Eigen karakter, eigen sfeer. Typisch Almelo.

Anne Jan Teunis, 19-04-2011.

terug


Verdorven jeugd?

De jeugd wordt de laatste weken nogal eens in een kwaad daglicht gesteld. Soms is het terecht,
maar lang niet altijd.
Zo stond er vorige week een stuk in Metro waarin vermeld werd dat tweederde van de jeugd
wel iets ongezonds doet. Roken, drinken, blowen of te weinig beweging.
Een voorbeeld van het laatste trof ik diezelfde avond al aan. In het buitengebied kwam me
een bestelautootje tegemoet met daarin twee jonge kerels. Met een slakkengangetje passeerden
ze me en links van hen liep een hond mee. Dit was hun manier van met de hond uitgaan. Een
geweldig moment en van ellende krijg je de slappe lach bij het zien van zoveel treurigheid.
Het tweede voorbeeld bezorgde me helemaal de hik. In de vroege ochtend fietste ik in de bittere
kou naar m’n werk. Gekleed in een shirt, blouse, trui, een windjack en een winterjas,
gecompleteerd met handschoenen. En nog had ik het koud, terwijl me een jonge vent tegenkomt
gekleed in een simpel t-shirtje met korte mouw. Ik capituleer ter plekke.
Een deel van de jeugd is ongezond bezig, maar een ander deel eet bewust en gezond en neemt
veel beweging. En is het onder ouderen niet net zo? Hoeveel dikbuiken zien we niet triomfantelijk
op hun blitse scooters voorbij knetteren?
Dan naar iets wat erger is: agressie en dreiging. De hangjongeren in bijvoorbeeld het
Schelfhorstpark. Harde muziek en provocerend gedrag. Absoluut niet te tolereren.
Nog erger is het dat kinderen tussen de 12 en 15 jaar in Amsterdam een leeftijdgenoot
neerschieten. Of het gedrag van voetballers(ADO Den Haag) met een voorbeeldfunctie.
Resoluut afkeuren. Hier ligt voor ons als volwassenen een duidelijke taak. Wanneer we het
niet scherp veroordelen, denken onze kinderen dat het normaal gedrag is.
Tenslotte verwarmt diezelfde jeugd toch ook vaak ons hart. Zo stonden een aantal jongeren
totaal belangeloos hun vrije zaterdag op te offeren om voor Unicef geld in te zamelen voor
inenting van kinderen in Afrika.  Een jonge collectant aan de deur voor hetzelfde doel. Petje af.
Op het bordes van het stadhuis stond jong en oud in de voorjaarszon rond het bruidspaar
klaar voor de groepsfoto. Een jongeman haalde voor een oude vrouw haar tas even uit haar
auto. De vrouw vertelde aan ons als omstanders hoe geweldig behulpzaam zij de jeugd van
tegenwoordig vond.
Zo kan het alle kanten op met de jeugd, maar laten we niet te stigmatiserend doen. Er zijn
heel veel jongeren die normen en waarden hoog in hun vaandel hebben. Zij moeten als
voorbeeld dienen voor de “rotte appels” Laatstgenoemden moeten we aanspreken op hun
gedrag en het streng afkeuren. Blijven begeleiden, want de jeugd balanceert continu op een
smal koord. De jeugd heeft de toekomst, maar wij als volwassenen bepalen die toekomst
voor een deel: welk stokje geven wij door?

Anne Jan Teunis, 08-04-2011.

terug

“De leste koo……..dut de deure too.”

De lente is gearriveerd. Overal bruist het van het nieuwe leven. Alles bot uit en in een mum van
tijd zitten de blaadjes aan de bomen. Vorige week dwarrelden de eerste twee gele vlinders reeds
voorbij. Een strakblauwe lucht waarin ganzen op grote hoogte in Noordoostelijke richting vliegen.
De eerste lammetjes in de wei en de dagtemperatuur reeds in de dubbele cijfers.
Ook de weilanden beginnen prachtig malsgroen te kleuren en je ruikt het gras.
Dan komt de domper op de lentekriebels een beetje: ik mis de koeien. Aan de noordkant van
de stad heb ik nog geen koe gezien. De laatste boer aan de Aadijk vertrekt en z’n koeien zijn
reeds weg. Ach, wat liepen ze daar altijd mooi te grazen en wat lagen ze bij zinderende hitte lekker
loom onder die fraaie boom.
Nog dichter bij huis, echt aan de rand van de stad, liepen vorig jaar nog prachtige koeien en zagen
we vertederende kalfjes. Ook hier vrees ik dat de weides dit jaar kaal blijven. Het is, toegegeven,
een nog wat voorbarige conclusie, maar een bang vermoeden overheerst wel.
Al peinzend komt het schrikbeeld van de megastal bovendrijven. Dat zal er vast voor in de plaats
komen. Immens grote en hoge schuren waarin de koeien het hele jaar vertoeven. Wanneer ze
binnen alleen brok eten geven ze meer melk en wanneer je ze niet buiten hebt hoef je ze ook niet
tweemaal daags binnen te halen om te melken. Een schrikbeeld voor iedere natuur- en dierenlief-
hebber, maar ja, het economisch belang geeft meestal de doorslag.
Sinds afgelopen zaterdag heb ik echter weer hoop. Aan de rand van Vriezenveen zag ik de
prachtige roodbonten in de wei en iets verder de zwartbonten. Helemaal warm van binnen kreeg
ik het van het artikel in Tubantia van boer Knoef uit Geesteren. De bevlogenheid, de passie. De
dierenliefde en het besef dat een koe gewoon in de wei moet. “Het is geweldig voor de aankleding
van het landschap”, aldus Knoef.
“Graaf zoekt boer.” Onlangs lazen we dit bericht in Tubantia. Wanneer het maar geen tv programma
op de commerciëlen wordt. Van harte hoop ik dat de graaf z’n boer vindt, want ook hij is iemand
die koeien in de wei wil zien.
Ten noorden van Almelo zullen we het misschien zonder  koeien moeten doen, maar hopelijk laten
zo veel mogelijk boeren in onze omgeving hun beesten buiten grazen. Het is een typisch Nederlands
beeld. We houden er zo van. Het is zo mooi. Koesteren dat beeld. Weilanden zonder koeien
betekent een gigantische verarming van het landschap.

Anne Jan Teunis, 29-03-2011.

terug

Oorlog en vrede.

Afgelopen zaterdag bezocht ik vanwege een huwelijksinzegening de prachtige Titus Brandsma
Gedachteniskerk in Nijmegen. Je kon al meteen zien dat dit wel een Rijksmonument moet zijn,
want alles zag er tiptop uit. Zeer goed onderhouden.
Binnen zaten we in een soort kring onder de prachtige koepel en doordat de zon scheen kwamen
de magnifieke, gebrandschilderde ramen nog indrukwekkender over.
Titus Brandsma was een Friese Karmelietenpater die al in een vroeg stadium waarschuwde
voor de gevaren van nationaal socialisme, rassenhaat en ophitsing. Hij werd door de Gestapo
gearresteerd en kwam in Dachau terecht. Daar was hij een steun voor medegevangenen.
Door z’n wankele gezondheid werd hij als vanzelf ziek. De kamparts gaf hem een dodelijke
injectie. In 1985 werd hij zalig verklaar door Paus Johannes Paulus de Tweede. Eind 2005
werd hij door de bevolking van Nijmegen uitgeroepen tot Grootste Nijmegenaar aller tijden
(bron: Wikipedia.)
Na afloop van de dienst sprak ik kort met de voorganger, pater Rheehuis. Als geboren
Wierdenaar wist hij te melden dat er in Almelo ook een Karmelietenklooster is. Het nieuwe
gebouw van de Elisaparochie(samenvoeging van drie parochies: Egbertus, Willibrord en
Christoffel.) op de hoek van de Rembrandlaan is een Karmelparochie en in het aangebouwde
klooster wonen momenteel 8 broeders en zusters.
Het prachtige gebouw was me nooit echt opgevallen, maar is toch erg bijzonder. Geen twee
kamers zijn identiek, omdat ook alle mensen anders zijn. De gangen zijn evenmin recht,
want de gang van ieder mens door het leven is het ook niet. Wanneer je de betekenis weet
is het een geweldig mooi gebouw.
De Karmelieten vinden dat God verborgen aanwezig is in ieder mens en in de gehele schepping
(mystiek). Ze zijn op zoek naar het mysterie van God’s aanwezigheid. Werkelijk iedereen is
gelijk en zit in de kerk onder de koepel.
Nu is Almelo natuurlijk niet te vergelijken met Nijmegen en de Titus Brandsma Gedachteniskerk
uiteraard ook niet met de Elisakerk. Toch is het een rijkdom voor onze stad dat deze orde hier
gevestigd is in zo’n mooi gebouw. Volgens mij zullen maar weinig mensen aanstoot nemen aan
het gedachtengoed van deze orde, namelijk dat we allen gelijk zijn en in vrede met elkaar
moeten proberen te leven.
Op het plein voor de Gedachteniskerk in Nijmegen bevindt zich een monument met een eeuwige
vredesvlam. Daaromheen vijf handen die de vijf continenten moeten voorstellen en die de vlam
beschermen. Prachtige symboliek. Terwijl ik dit monument bewonderde besefte ik dat op vrijwel
hetzelfde moment Franse vliegtuigen Libië binnenvielen. Oorlog in Noord Afrika en vrede in m’n
hart. Op dergelijke momenten voel je dat je ten allen tijde waakzaam moet blijven en de vrede
moet beschermen. Gelukkig dat naast al die GSM masten in Almelo ook nog kerktorens bestaan
als tegenhanger om onze geesten wakker te houden.

Anne Jan Teunis, 23-03-2011.

terug

Te zot voor woorden.

Uiteindelijk gaat het dan toch plaatsvinden: de broodnodige uitbreiding van industriegebied
Twente Noord. Nog een jaar mochten we genieten van de vergezichten en de maïs op de velden.
Een herinnering aan een stille zaterdagmiddag. Drie roofvogels cirkelen boven de boomtoppen.
De honden rennen uitgelaten over het witbevroren land, waar de maïsstoppels nog op staan.
Een rijtje huizen in de verte. Al mijmerend besef ik dat dit beeld wellicht snel zal verdwijnen.
Terug naar de harde werkelijkheid. Er moet nu eenmaal gebouwd worden. Een klein,
geïmproviseerd bordje langs de nieuwe asfaltweg geeft aan dat het eerste schaap over de
dam is: Tubeworkx.
Dit bedrijf zit nu nog op het oude gedeelte van het bedrijvenpark, alwaar ik even poolshoogte
heb genomen. Daarbij stuitte ik op de volgende cijfers.
Op dit oude terrein tel ik in totaal nog 24 vrije kavels en ongeveer 35.000 m2 te huur/te koop.
Totaal 83.000 m2 nog beschikbaar. Dit is meer dan ik had verwacht.
Vervolgens heb ik even gekeken naar de uitbreiding van Twente Noord. Op internet lees ik
dat hier 33 kavels te vergeven zijn van elk zo’n 2.000 m2. Dat is in totaal ongeveer 66.0000 m2.
Ben ik nou gek of kan iemand mij dit uitleggen?  In simpel Nederlands betekent het in elk geval
dat je, er van uitgaande dat een pand op een kavel van 2.000 m2 gebouwd wordt, op het oude
gedeelte nog 41 panden kunt neerzetten of betrekken.
Hoe gek wil je het hebben? Met mijn beperkte verstandelijke vermogens kan ik drie redenen
bedenken waarom Tubeworkx van het oude naar het nieuwe deel wil. De eerste is uitbreiding.
Uit het jasje gegroeid. Welnu, op het oude terrein zag ik nog een stuk braakliggende grond waar
de immense hal van van Merksteijn bijna op past. Dit argument gaat dus niet op.
Een tweede is de goedkope grond aan de overkant en een derde de verpaupering van het
oude terrein. Aan beide kan de gemeente veel doen, wanneer de wil er maar is.
Voor mij is het onbegrijpelijk dat een groot gebied wordt opgeofferd, terwijl het absoluut
onnodig is. Kijk, wanneer het oude terrein vol zit en er vraag is ben ik de laatste die uitbreiding
wil tegenhouden, maar dit kun je toch op geen enkele manier goedpraten? Het is pure verspilling.
Een onnodige aanslag op grond, dubbele kosten voor de gemeenschap, onder andere voor
infrastructuur. Ach ja, het is tenslotte toch maar gemeenschapsgeld.
Uit bovenstaande blijkt een respectloos omspringen met die paar procent natuur die we nog
hebben. In plaats van er zuinig op te zijn en het te koesteren, wordt het verkwanseld. Totaal
onnodig bovendien en dat is nog het ergst.

Anne Jan Teunis.

terug


Almelo, 4 maart 2011

Wikken en wegen.

Een aantal weken geleden vroeg Tubantia ons in een poll om te kiezen: voor of tegen sloop van de
rectorsvilla aan de Vriezenveenseweg. Een lauwe meerderheid koos voor behoud, maar het aantal
reacties was niet denderend te noemen.
Jammer dat weinig mensen gereageerd hebben en dat men niet unaniem tegen sloop is.  Waarom ik
dit vind? Welnu, om het volgende.
Egbert Dierderik Kunst, één van de Rusluie die in Rusland goed geboerd had, kocht in 1860 een
stuk grond, waarop hij voor z’n Russische vrouw Alexandra een villa bouwde. Dit vermoedelijk om
haar heimwee naar het thuisland wat te verzachten.
Het huwelijk ging slecht en Alexandra ging uiteindelijk terug naar Rusland. Egbert verkocht de villa
aan de Congregatie van O.L. Vrouw van Liefde te Münster.
Drie zusters vestigden in deze villa “Alexandra” instituut de Goede Herder, nadat ze vanwege de
Meiwetten van Bismarck waren verdreven uit Münster. Door de grote opvangbehoefte werd er
uitgebreid en in 1909 bouwde men aan de overzijde de rectorswoning op de plek waar tot dan een
kleine boerenbehuizing stond met de naam het Nieuwhuis. Tijdens de bouw deed dit Nieuwhuis dienst
als ‘stille kniepe’, een soort clandestiene drankgelegenheid voor de bouwvakkers.(bron: Waver
’t Vjenne, artikel Hans Holtmann.)
De laatste zin van dit artikel luidt: “Alle sporen uit het verleden zijn dan ook geheel uitgewist.”
Ziehier een stukje geschiedenis. Niets tastbaars is er over en het zou zo maar allemaal verzonnen kunnen
zijn, ware het niet dat dit prachtige, hoge huis met z’n twee oude bomen ervoor nog een levende getuige
uit die tijd is.
Je kunt het aan je kinderen laten zien en er iets over vertellen. De kans is groot dat ze het geloven,
want het huis staat er nog en is bijzonder. Het helpt om de geschiedenis niet te vergeten en er misschien
lering uit te trekken. Het is een bepaalde rijkdom van een stad, een soort opwaardering. Je hebt een
mooi verhaal.
Zo had Almelo ooit een haven met mooie huizen er langs. Oh ja? Niets is er van over. Een fantasieloze
bak met water voor de rechtbank. Verder alles weggevaagd. Geen tastbare getuige meer.
Volgens de gemeente is de villa aan de Vriezenveenseweg geen karakteristiek pand, ondanks onder
andere de motieven van de Roermondse architect Pierre Cuypers, bouwer van het Rijksmuseum.
Oude panden maken emoties los. Vergelijk het maar even met een willekeurige Vinexwijk. Wanneer
je alle oude panden weghaalt, haal je tegelijkertijd de ziel uit de stad. Deze is niet meer herkenbaar en
karakteristiek. Het wordt een eenheidsworst en dan ben ik zeer benieuwd hoe je mensen uit de
Randstad naar de 4.500 woningen van Waterrijk wilt lokken.
Dit nu is de afweging die we moeten maken en die kan toch niet zo moeilijk zijn. Een rijke historie
met verhalen in een karakteristieke stad of meer, meer, meer van hetzelfde zonder ziel en verhaal.
Tactus tenslotte kan er weinig aan doen en valt ook niets te verwijten. Maar laat deze villa ongemoeid
en  bouw gewoon een leuk eigentijds ruim opvangcentrum op één van de vele gaten van Almelo.
Je hebt ze voor het uitkiezen.

Anne Jan Teunis.

terug

Almelo, 21 februari 2011

Doorbomen.

Doordrammen, blijven zemelen, al maar over hetzelfde beginnen, uitentreure, jaar na jaar als de
Enkazeem van de reclame, ouwe koeien uit de sloot.
“Zet eens een andere plaat op”, hoor ik de lezer denken. Daar heb je hem ook weer met die bomen.
Altijd hetzelfde liedje en ook nog eens altijd als mosterd na de maaltijd. De bomen waar hij over
schrijft liggen altijd al lang en breed als lijken langs de kant van de weg.
Allemaal waar, ik beaam het als eerste. Zijn er dan geen andere zaken om je druk over te maken
en over te schrijven? Nou, als verwoed krantenlezer liggen de onderwerpen voor het oprapen en
het zou me niet de minste moeite kosten om over talloze zaken een leuke boom op te zetten, maar
telkenmale doet het me dermate pijn wanneer er weer van die geweldige reuzen tegen de vlakte
gaan, dat ik me uit puur verdriet geroepen voel om er op mijn bescheiden manier protest tegen aan
te tekenen. Diep van binnen namelijk voel ik dat het niet hoort. Dit doe je niet, zoals je een klein
meisje, dat je onschuldig glimlachend met haar donkere ogen aankijkt ook niet vermoordt of
misbruikt. Meisje en boom zijn wonderen der schepping en dienen bewonderd en met liefde
behandeld te worden. Met respect. Een meisje staat uiteraard ver boven een boom, maar onderschat
toch de waarde van bomen niet. Onlangs las ik dat mensen in Rotterdam gemiddeld een paar jaar
eerder dood gaan, omdat er minder natuur om hun heen is.
Het lijkt of de gemeente voor de lente begint zo veel mogelijk bomen wil kappen. Protest of niet:
het kappen zal, desnoods uitgesteld, gewoon doorgaan. Het doel heiligt de middelen.
Eerst de grote populieren langs de  Dollegoorweg. Na wat tegensputterende roeken gingen ze
gewoon tegen de vlakte.
Dan de Nijreesweg. Ik zag een foto op de site van Tubantia(google streetview) van deze weg met
z’n prachtige bomen. Waarvoor in hemelsnaam, wil je deze schoonheid opgeven? De tranen schieten
je alvast weer in de ogen, want je weet dat de kaalslag vroeg of laat zal plaatsvinden.
Ergens tussen ander nieuws op de site van Almelonieuws zag ik dat er een vergunning is
aangevraagd voor het kappen van 5 eiken aan de Kolthofsingel.
Tenslotte de Almelose Aa. Een mooiere beek, een hogere natuurwaarde. “Het verwijderen van een
aantal bomen.” Bedoeld wordt hier het laten staan van een aantal bomen. In dit geval kan en mag
ik nog niet oordelen tot het eindproduct er ligt. Dan pas zal blijken of het kappen van die vele bomen
het offer waard is geweest.
Zomaar een paar voorbeelden van wat ik de afgelopen weken zag. Zou het echt zo noodzakelijk zijn
om al die bomen neer te maaien? In hoeverre wordt dit trouwens gecompenseerd?  En dan nog.
Voordat een jong geplant exemplaar de grandeur van een volwassen boom heeft zijn er heel wat
jaartjes verstreken. Het is één stap vooruit en twee stappen terug.
Triest dat ze, bijna op het punt om weer weergaloos te gaan uitbotten, nog net op de valreep het
loodje moeten leggen. Als dank voor een hele winter van voorbereiding en harde arbeid krijgen ze
vlak voor de finish het nekschot.
Zijn de Almelose bomen misschien vogelvrij omdat de bomenstichting niet meer bestaat?

Anne Jan Teunis

terug

Almelo, 19 februari 2011

Tuigdorpen.

Tuigdorpen, ook weer een item waarover gediscuseerd kan worden.
Omdat het niet om een klacht gaat lijkt mij dan ook beter dit in een
column te verwoorden. Op de Klaagmuur geeft Piet Corne een
mooie verhandeling over de interneringskampen in het verleden.
Inderdaad lijkt het voorstel van de PVV om tuigdorpen te creëren
in elke provincie op;  "Oude wijn in nieuwe flessen". Of zoals Corne
het uitdrukt in een nieuw jasje gestoken.
Ook oud premier Lubbers had het al eens over jongenskampen
waar het zogenoemde tuig her-opgevoed zouden moeten worden.
Naast de penitentiaire inrichtingen die wij al hebben voor de uit de
band gelopen jongeren, die overigens inmiddels overvol geraken.
Wordt daar, voor zover ik weet, niet zoveel aan opvoeding gedaan,
al heerst er wel een strenge dicipline. Maar dicipline moet je niet
verwarren met opvoeding maar is een hulpmiddel daartoe.
Waarom zou je dan ook niet terug grijpen op een oude maatregel
dat naar alle waarschijnlijkheid effect zou kunnen hebben.
Ook bestaan er al projecten waar ontspoorde jongeren meer zin
in hun bestaan worden bijgebracht. Ik denk dan b.v. aan de grote
zeilschepen waarop wordt gewerkt, maar ook aan de bouw van
de historische replica's als de Batavia en De Zeven Provinciën,
waar deze jongeren het e.e.a. wordt bijgebracht en ook nog eens
een vak wordt geleerd. In intervieuws blijken deze jongeren er zeer
mee ingenomen te zijn en velen zijn inmiddels weer in de maatschap-
pij geïntergreerd. Dus het geeft goede perspectieven. Maar ik ben
bang dat er over het voorstel juist denigrerend wordt gedaan omdat
de PVV het nogeens voostelde.
Niet specifiek op dit gebied hebben al veel probeersels veel geld
gekost b.v. het fileprobleem dat zonder enig resultaat bleef. Waarom
dan niet geprobeerd wat wel een goede kans van slagen heeft.

In dit bericht heb ik het overigens over jongeren omdat het uiteraard
niet gaat over alleen maar jongens, ontspoorde meisjes bestaan
immers ook.

J. Koorn

terug

Almelo, 11-02-2011

Beeldenstorm?

Het was me het weekendje wel. Een stormachtige wind die dagenlang aanhield en daarna een
storm aan ellendige berichten in de maandagkranten.
Een overval op een tankstation, de nodige geweldplegingen en ander kruimelwerk waar de
Telegraaf altijd vol mee staat. Maar ook een paar opvallende diefstallen van koperen kunstwerken
die me treurig stemden.
Het eerste betrof een koperen beeld dat gestolen werd in onze binnenstad. Nummertje twee stond
niet in de krant, maar op basisschool de Triangel werd een koperen kunstwerk van het schoolplein
meegenomen.
Koper levert momenteel veel op en men laat er zelfs treinen voor ontsporen. ” The big money”,
waarvoor werkelijk alles moet wijken.
Het stelen van kunstwerken is in meerdere opzichten triest, want het gaat natuurlijk niet alleen om
de waarde in geld van het kunstwerk. De emotionele waarde is misschien wel vele malen groter.
De kinderen vinden het erg en kijken vol onbegrip naar die lege plek.
Deze regering zal toch niet zo ver gaan om alle bestaande kunst weg te halen en er in deze barre tijden
hard geld van te maken om allerlei gaten te gaan dichten? Soms zie je ze er nog toe in staat ook!!!!!
Vorige week fietste ik langs een prachtig kunstwerk. Met m’n hoofd vol stress en een zwaar, zeurend,
vermoeiend gevoel reed ik er langs.
Opeens gebeurde het: m’n zware hoofd werd lichter bij het aanschouwen van dit moois en een glimlach
kwam over m’n gezicht. In alle eenvoud wist het beeld me te raken en m’n blik werd als bij toverslag
verruimd. M’n gedachten namen sprongetjes en ik was plotseling in staat om het leven via allerlei
invalshoeken te bekijken.
Kortom het had z’n positieve uitwerking en als mens voelde ik me plotseling veel beter. Kunst doet je
meer dan je denkt. Vaak wordt het niet op waarde geschat, maar wanneer je beter kijkt kan een
kunstwerk werelden voor je openen.
Tenslotte blijf ik bewust vaag over plek en beeld, want ik zou het eeuwig zonde en jammer vinden
wanneer de “barbaren” op een idee gebracht werden en ook dit juweeltje zouden roven.

Anne Jan Teunis.

terug

Almelo, 4 februari 2011

Zwerfafval

Inhakend op het bericht van de heer Anne Jan Teunis is ook mij
de slordigheid van m.n. de jeugd een doorn in het oog.
Een ieder die anders is opgevoed zal zich ergeren aan het vele
zwerfafval dat overal rondslingerd, zelfs in de natuur.
Blijkbaar moet tegenwoordig iedere wandelaar, jogger of fietser
beslist iet te drinken of te eten meenemen. Hoevaak zie je b.v.
een wandelaar niet lopen met een flesje water o.i.d. in de hand?
Alsof ze zouden uitdrogen door een paar kilometer te lopen.
Vooral op de route's waar de schooljeugd gebruik van maakt
liggen inderdaad veel flesjes en blikjes enz., in de bermen.
Welliswaar heeft één of andere 'creatieve' geest bedacht hier
en daar een vangnet te plaatsen voor het afval, maar het was te
verwachten dat er duidelijk meer nodig is om enige netheid te
te betrachten. In mijn tijd werd de leus gebezigd: "Laat niet als dank
voor het prettig verpozen ons de schillen en de dozen".
Ook werd er klassikaal op school aandacht aan geschonken de
rommel niet zomaar te laten liggen, bij evenementen als een
sportdag, schoolreisje of een schoolkamp. Dat had toendertijd
duidelijk effect. Nu blijkt dat zelfs een fietsritje naar school toch
vooral iets genuttigd moet worden en de verpakking niet word
bewaard tot een eerder genoemd vangnet is genaderd maar er
vaak ook naast wordt gegooid. Deze vangnetten worden blijkbaar
nooit geleegd omdat er altijd de zelfde hoeveelheid in zit en kenne-
lijk al van maanden oud. Ook de ouders van deze kinderen doen
dat en geven hun kinderen het verkeerde voorbeeld. Want waar-
om zou je met een leeg flesje of blikje rond blijven zeulen als je
het ook ongemerkt in de berm kwijt kunt!
Opvoeding en fatsoen moet men uiteraard eerstens van thuis mee-
krijgen, maar daarnaast zouden leraren van welke school ook
hier een 'schone taak' zijn weggelegd. Wie niet is behept met een
aangeboren gevoel van netheid zal het moeten leren.
Wellicht is het een goed idee bij overtreding een leerling die dag
met een afvalzakje om de nek te laten lopen. Immers, als alles
maar moet kunnen dan moet dat ook kunnen.
In iedergeval is het goed er meer aandacht aan te schenken, zowel
thuis, als op school of de club. Daar is toch niets mis mee?

J.Koorn

terug


Almelo, 3 februari 2011

Humpie dumpie

Met afschuw denk ik terug aan die mooie voorjaarsmiddag toen ik zag dat een aantal jongens
hele pakketten reclame in een beek gooiden. Dat er sindsdien weinig verbeterd is, blijkt uit een
wandeltocht die ik afgelopen zondag maakte.
Over het fietspad liep ik van Vriezenveen naar Almelo. Omdat de lucht grijs was en inspiratieloos,
staarde ik maar een beetje naar beneden. Op een gegeven moment viel het me op dat er toch wel
erg veel zwerfafval lag. De verklaring ligt natuurlijk in het feit dat dit fietspad dagelijks gebruikt
wordt door al die scholieren die in Almelo of in Vriezenveen nog pienterder proberen te worden
dan ze al zijn. Ook op andere aan- en afvoerroutes naar scholen zie je een zelfde beeld.
Langs de Almeloseweg  is het op bepaalde punten net of je in de stad Napels loopt ten tijde van
de staking van vuilnismannen. Wat een rotzooi!! Plastic flesjes, plastic zakjes, dopjes, chipszakjes,
vuilniszakken. De “blikvangers”, die hier overigens niet staan, zijn over het algemeen akelig leeg,
terwijl de grond bezaaid ligt met troep.
In Tubantia las ik dat de gemeentes hun krachten willen bundelen aangaande milieubeleid.
Je kunt er een aantal worstenprikkers in groene pakken op los laten, maar beter is het om de
jeugd bij te brengen dat dit niet hoort.
Ach, ze zullen heus wel eens onderricht in deze materie gehad hebben, maar het raakt ze blijkbaar
niet. Ze zien het niet zo somber in. Consumeren zo veel je kunt en de verpakkingen gewoon van
je af gooien.
Laten we hen allen maar naar het misschien nieuw te bouwen milieueducatiecentrum bij het
Beeklustpark sturen, het zogenaamde ”Natuurhus”. Hier zal men de jeugd onderwijzen en de
gevoelige snaar raken, waardoor Nederland in de toekomst schoner kan worden. Alweer een
argument voor zo’n centrum en Napels hoeven we niet zo nodig in de achtertuin.

Anne Jan Teunis

terug

Almelo, 30-01-2011

Wa’k nou zie?

Een aantal jaren geleden was dit een leuk humoristisch programma op tv, waarin nogal vreemde
gebeurtenissen plaatsvonden.
Vorige week vond ikzelf een antwoord op deze vraag. Iedereen heeft wel eens zo’n metalen bout
in het wegdek gezien met daaromheen een gele cirkel. Het lijkt met een beetje fantasie op een
gebakken spiegelei. Navraag bij een aantal mensen leert dat vrijwel niemand precies weet wat het
voorstelt. De meesten vermoeden wel dat het met bepaalde metingen te maken heeft, maar net als
ikzelf wist men het over het algemeen niet precies en dat is wel een geruststelling, want je voelt je
soms zo dom.
Een erg aardige man kwam aanrijden in een auto en zette een stukje weg af om er vervolgens een
gasbrander te plaatsen. Toch wat ongerust kwam ik aanlopen om te informeren wat hij ging doen
en of we niet geëvacueerd moesten worden. Vriendelijk legde hij één en ander uit.
De bouten met gele cirkels zijn richtpunten voor Cessna vliegtuigen. Deze punten bevinden zich door
heel Nederland om de twintig kilometer in alle windrichtingen. Zo krijg je Nederland verdeeld in
allemaal vierkanten. Vanuit de lucht worden foto’s gemaakt en zo kan men het hele land precies in
kaart brengen.
De man was van het bedrijf  Cyclomedia uit Waardenburg. De basis van dit bedrijf werd in 1980
gelegd en via allerlei ontwikkelingen produceerde het in 2009 voor het eerst in de Nederlandse
geschiedenis een luchtfoto van heel Nederland met een resolutie van 10 cm. Een zeer professioneel
bedrijf, concludeer je na het bezoeken van hun site. Ze verrichten erg nuttig werk. Op dit moment
werkt 85 procent van de gemeenten in Nederland met Cyclorama’s (een 360 graden panoramafoto)
en luchtfoto’s van Cyclomedia. Gebruikersmogelijkheden zijn onder andere de beoordeling van
vergunningaanvragen, milieuzaken en onderhoud aan wegen en pleinen.
Erg nuttig dus, die spiegeleieren in het landschap. Alles in kaart en niets verborgen. Stilletjes wenste
ik dat er ergens nog een verborgen stukje natuur zou zijn, waarvan niemand het bestaan zou weten
en waarvan je pas de schoonheid ontdekte wanneer je het gebied zou bezoeken.
Het kan niet meer, want werkelijk alles is wel ergens geregistreerd. Ondanks alle prachtige en vooral
nuttige technieken en toepassingen wordt de totale controle van tegenwoordig me soms een beetje
te eng, want je kunt je werkelijk nergens meer verstoppen, al was het maar voor een ogenblik.

Anne Jan Teunis

terug

Almelo, 27 januari 2011

Afghanistan

Het eindeloos gehakketak in de Tweede Kamer is weer begonnen, nu of wel of niet Nederlandse
militairen moeten worden uigezonden naar Afghanistan. Kennelijk kunnen de Afghanen niet zelf
hun verkeer regelen en/of voor hun eigen veiligheid zorgen. Nederland vindt dat zij hun dat even
moeten leren en de levens van onze soldaten er mee op het spel zetten. Zijn die Afghanen nu echt
kleine kinderen? Ligt het niet aan hun eigen mentaliteit , hun religie en stammen konflicten dat
zij voortdurend in strijd leven? Al decenia zijn zij bezig elkaar naar het leven te staan en niet schuwen
elkaar af te slachten. Moet Nederland  het hun nu echt gaan leren? Als er na al die jaren door Ne-
derland en de andere landen geen vooruitgang is geboekt, laten we dan stoppen met die onzin.
Het moet zo langzamerhand toch duidelijk zijn dat al het geld en inspanningen weinig tot niets heeft
opgeleverd. Overigens wel in tegenspraak met de daar gestationeerde bevelhebbers, die hun klus
tot in eeuwigheid en ten koste van alles kennelijk willen afmaken.
Als Nederlandse burger kunnen wij hierover niet anders oordelen dan wat ons door de media wordt
voorgeschoteld en met die visie lijkt het mij ook beter te stoppen zoals verschillende partijen er ook
niet vóór zijn. Hoewel ik bang ben dat zij zich wel laten ompraten, want daar dient dit gehakketak
toch voor!
Zelfs de chaotische en allesomvattende 2e Wereldoorlog was in ca 5 jaar beslecht. Afghanistan maar
ook Irak is een 'gebed zonder end', om maar in de regelieuze sfeer te blijven. En mogelijk hebben wij
ook nog wel wat te doen in diverse Afrikaanse landen, het Midden-Oosten conflict, overigens allemaal
ook weer, 'van het zelfde laken een pak'. Als deze natie's liever kiest om elkaar naar het leven te staan
dan vrede na te streven, zelfs vaak hulp afwijst, dan lijkt het mij beter je er niet mee te bemoeien.
Zij zullen hun crisis zelf moeten overwinnen. Duidelijk is zo langzamerhand dat zij het lang niet zat zijn
elkaar uit te moorden. Waag er dan geen Nederlanders aan om dit schier onoplosbare probleem op
te lossen. Laat Nederland zich niet onder druk zetten door Amerika of andere landen maar haar eigen
koers varen. Wellicht is ook de economische crisis een goede reden en excuus zich er van te distan-
ciéren.

Natuurlijk hebben alle inspanningen in de genoemde landen ook ten doel de eigen veiligheid zeker te
stellen in eigen land. Afghanisan etc., zijn nu eenmaal broeinesten van terrorisme. Met die angst en
dreiging zullen wij mogelijk mee moeten leren leven. Het zal waarschijnlijk wel generatie's duren voor
zij hun crisis te boven zijn en waarbij wij hen naar alle waarschijnlijkheid niet zullen kunnen helpen.
Het zijn zeer moeilijke en ingewikkelde kwestie's waarvan ik alle ingredienten nog niet eens noemde,
maar dat uitzending Nederlandse levens gaan kosten dat is wel zeker en dat moet worden voorkomen.

J.Koorn

terug

Almelo, 17 januari 2011

“Come together.”

“Almelo moet kleur bekennen.” Zo, dat staat er en je kunt het er mee doen. Afgelopen vrijdag lazen we deze
kordate woorden in Tubantia. Een mooie opdracht voor de gemeente, die er, evenals wij allen soms, niet
aan ontkomt om op bepaalde momenten te laten weten waar ze staat.
Een zevental organisaties heeft het plan opgevat om de krachten te bundelen in deze barre tijden voor
cultuur en natuur. Een verstandig besluit in tijden van tegenwind. Het mes moet er in. In periodes van
tegenslag kan het tactisch heel wijs zijn om alle onderdelen van verslagen legers die nog over zijn te
verzamelen en met frisse moed verder te strijden. Je ziet het aan de kerkgenootschappen. Zij hebben het
eigenlijk allemaal over hetzelfde onderwerp en dan kun je met een beetje goede wil beter je krachten
bundelen om toch nog een paar kerken open te houden en één en ander te kunnen bekostigen.
Natuur- en milieuorganisaties hebben het ook globaal gezien een beetje over hetzelfde, zodat je alle
bloemetjes en bijtjes mooi kunt samenvoegen tot een krachtige organisatie.
Waarom is dit een goed initiatief en moet de gemeente kleur bekennen en deze organisaties helpen?
Welnu, de gemeente gaat voor duurzaamheid. Het zou prachtig zijn om een nieuw centrum te vestigen
bij het Beeklustpark en daar volop activiteiten te gaan ontplooien. De locatie is geweldig en zodoende
kun je als gemeente ook aangeven dat natuur en milieu belangrijk is. De jeugd heeft altijd de toekomst
en het is denk ik zeer belangrijk dat wij onze kinderen kunnen meenemen naar een mooi gebouw en ze
laten onderwijzen, zodat ze later bewust met natuur en milieu omgaan. Tenslotte is het essentieel dat de
jeugd er mee in aanraking komt, want dan is de kans groter dat ze er later wat op uit gaan doen.
Het lijkt me een uitermate goed plan om een krachtige organisatie een kans te bieden. Veel voorlichting
in een mooi gebouw op een aansprekende locatie. De goede voorbeelden zijn reeds te vinden in onder
andere Hardenberg.  In Almelo is al zo veel “weggeshoveld”, waardoor er een ernstig gebrek is aan
karakteristieke gebouwen en monumenten. Dit is een mooie kans om iets neer te zetten waar men de
komende jaren trots op kan zijn. Investeren in de toekomst heet zoiets. De jeugd op een adequate manier
onderwijzen levert Almelo op den duur heel veel op. Dat moet een paar stuivers waard zijn.

Anne Jan Teunis.

terug

Almelo, 17 januari 2011

Abiram...

Gelukkig worden nu alle wensen van de doodzieke Abiram ingewilligd,
zoals ik las op de Geleraaf.
Zelfs minister Leers, die de wet streng toepast, is inmiddels om.
Ook zijn oma wordt uit Sri Lanka overgevlogen om hem nog een
laatste keer te zien. Dit is het wel wat mensen nog voor hem kunnen be-
tekenen, alleen de allergrootste wens kan niet worden gerealiseerd
en dat is dat hij weer gezond zou kunnen worden.

Abiram is slechts één van de vele jonge kinderen die er maar even
hebben mogen zijn, gezien ook de vele kinderen die door oorlogsgeweld
en natuurrampen het leven hebben moeten laten. Dan vraag je je toch af
waarom?! Weer zo'n voorbeeld waarom ik niet kan geloven in het bijbel-
verhaal met de allesomvattende liefde van ene God. Waarom de vele
Abiram's gewoon niet geboren laten worden? Waarom nu hij net beseft
dat hij leeft hem dit weer af te nemen? Wat heeft dit voor doel?!
Wie zou zijn kinderen kunnen missen? Welke ouder zou zijn leven niet
willen geven om het kind te laten leven. Waarvoor zijn al deze verschrik-
kelikheden nodig? Niemand die het weet, maar het hoort er bij in dit tra-
nendal en men heeft het maar te accepteren.

Het geluk dat ook bestaat valt in het niet met zulks verdriet, het is niet
in evenwicht.
Waarom nog spreken van geluk als men b.v. een ernstig ongeluk
heeft overleefd. Zou men niet meer van geluk kunnen spreken dat het
je gewoon niet overkomt? Ook een priester of een dominee heeft hierop
geen ander antwoord dat een cliché.

Van hieruit wens ik Abiram en zijn familie veel sterkte om dit ongeluk te
dragen vanuit welgemeend medeleven.

J. Koorn

terug

Almelo, 14 januari 2011

“Be big.”

Dat is het eerste waar ik aan moest denken toen ik afgelopen zaterdag de voor de zoveelste keer
gewijzigde plannen voor de binnenstad van Almelo las in Tubantia.
Laurel en Hardy hebben in 1931 een mooi stukje gemaakt met “be big” als titel. Prachtige humor
en op een gegeven moment wordt er gezegd: “Een man is zo groot als de smoes die hij voor z’n
vrouw verzint.”
Na het lezen van deze zin moest ik aan onze stad denken, waar het ook vaak over groot en klein
gaat. Soms heb je het idee dat men de afgelopen jaren links en rechts een beetje te groot gedacht
heeft voor een stad met de omvang en het inwonertal van Almelo.
Zo waren er plannen voor een monorail, een gigantisch gebouw als Fortezza, een monsterwoonwijk
met 4.500 woningen, een prachtig stadhuis, een veel groter stadion enz. Natuurlijk is het goed en
vooral gezond om grootse plannen te hebben en vernieuwing na te streven, maar het moet aan de
andere kant wel reëel zijn voor een stad als Almelo.
De plannen die er nu liggen zijn ontdaan van alle luchtfietserij. Gewoon kijken naar de realiteit en daar
nuchter je plannen op baseren. Moet het allemaal wel zo groot?
Inbreiding is volgens mij een betere optie. De binnenstad mag best wat gezelliger en drukker. Te vaak
tref je op veel plekken slechts “twaalf man en een paardenkop.”
Een mooi voorbeeld van “ken je plaats” vind ik de bioscoop. Wat een prachtig gebouw. Afgelopen
zondag was ik er voor de eerste keer met m’n dochter en ik ben aangenaam verrast. Keurig netjes en
een uitermate correcte en vriendelijke bediening. We werden heel aardig benaderd. Petje af, want zulk
gedrag van met name jeugdigen is tegenwoordig al lang niet meer standaard. We hebben heel erg
genoten van de film en van de entourage.
Toen we in schemerdonker teruggingen, bewonderden we de verlichte gevels van de daken en toen
wist ik het opeens. Er zijn te weinig mensen in het centrum. Hier staat een groepje van 6 personen en
onder een overdekt terras zitten welgeteld twee dames achter een kopje koffie. Inbreiden dus,
want een probleem van Almelo blijft de grotendeels lege, ongezellige straten. Laat de mensen naar
het centrum trekken, zodat de koeien in het buitengebied ongestoord kunnen grazen. Wat heb je er
aan wanneer je in een eenzaam huisje in een half afgebouwde “Waterrijkwijk” op bijna drie kilometer
van het centrum woont? Maak er een karakteristieke, herkenbare en gezellige binnenstad van. Vul de
gaten op.
Tenslotte wil men het water terug in de binnenstad. Een loffelijk streven, zolang we maar niet gaan
lijken op Itteren en Borgharen.

Anne Jan Teunis.
 
 

Be big / Abiram... / “Come together.” / Afghanistan / Wa’k nou zie?
Humpie dumpie / Zwerfafval / Beeldenstorm / Tuigdorpen / Doorbomen. / Wikken en wegen.
Te zot voor woorden / Oorlog en vrede / De leste koo……..dut de deure too.
Verdorven jeugd? / Stadsbeeld / Een karretje op de zandweg reed / Onderwaterhockey
Vandaag is rood / Met een boekje in het verdomhoekje / Onaf / De ANW….Nee!
Gebakken peren / Imagoschade / Humor! / Waterrijk / Stadje aan de AA / De vrije markt
De leste koo / Kolder / Eerste bewoners Waterrijk gespot / Papierloos kantoor / Teken aan de wand?
Van je voetstuk / Tegen wind en stroom is het kwaad roeien / Ik vertrek / Vuil, vuiler, vuilst
Stinkend rijk / Stille hoop / De omgekeerde wereld / Doorgeschoten / Ontstopping
Steen des aanstoots? / Tussen hoop en vrees / De citybijbel / Wa’k nou lees?
enfant terrible van de gemeenteraad / Boekje open of boekje dicht? / Crisismoe
Negere-ja? / Hoe fles ik de boel? / Blaffertje / Lichtpuntje / Zomaar een dag
Tegen beter weten in / Kind van de rekeningSmeermiddel / Afscheid
Dag, heerlijke lach / Appels en peren / Komkommercieel / Boompje komt om z’n loontje
De roepende in de woestijn / Tweestrijd / Wikken en wegen / Ground zero?
Luchtfietsen / Om dat roer / Laat niet als dank……. / Bodemprijzen / Open de beerput
Geniepenweg Noord / Kommer en kwel / De overtreffende trap / Polletje / opwaarderen
Toureloer / Van hetzelfde laken een pak / Vredesweek / Parel naar z’n moer?
Ik ben Gerrit / Zo stil in mij / Het alarm gaat af / Kruiperijen / Hapsnapbeleid
Lachyoga / Wanbeleid verdient geen nieuw stadhuis / Geschokt of shockproof?
Slag op slag / Vallende sterren / Tandje bij / Doorstart / Naïef? / Hobbels en bobbels
Branhout / Ongans / Klein geluk / Respect? / Appèl / Hart voor Dienstencentrum De Riet
Tegen beter weten in / Oorzaak uitstel stadionbeslissing ligt bij VVD / Voor het eerst

Voorpagina Geleraaf.nl
 
Bovenkant pagina